Je zult dezer dagen maar in de federale regering zitten. Dagelijks berichten de kranten over het totale immobilisme van Van Rompuy I, in de Fortiscommissie wordt een wel erg ontluisterend beeld van de nationale politiek opgehangen, en de vicepremiers gaan constant met alle - zij het vaak bijzonder negatieve - aandacht lopen. De weinige constructieve voorstellen van 'gewone' ministers worden amper gehoord. Wie toch het nieuws wil halen, moet dus al behoorlijk creatief zijn.
...

Je zult dezer dagen maar in de federale regering zitten. Dagelijks berichten de kranten over het totale immobilisme van Van Rompuy I, in de Fortiscommissie wordt een wel erg ontluisterend beeld van de nationale politiek opgehangen, en de vicepremiers gaan constant met alle - zij het vaak bijzonder negatieve - aandacht lopen. De weinige constructieve voorstellen van 'gewone' ministers worden amper gehoord. Wie toch het nieuws wil halen, moet dus al behoorlijk creatief zijn. Dat beseft minister van Ondernemen en Vereenvoudigen Vincent Van Quickenborne (Open VLD) maar al te goed. Als staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging wist hij onder de vleugels van premier Guy Verhofstadt geregeld te scoren met zijn Kafkastrijd tegen overbodige wetten en regels. Maar tegenwoordig komt hij nog nauwelijks uit de verf. Onlangs mocht hij in De Laatste Show wel pronken met zijn kennis van het oeuvre van AC/DC, maar met zijn strijd tegen al te prijzige concert-tickets op de zwarte markt haalt hij alleen de kortkolommen van de krant. De minister staat dus voor een dilemma: als hij de losbollige 'Senator Q' van onder het stof haalt, zullen alle camera's zich ongetwijfeld weer op hem richten. Alleen verliest hij dan in ijltempo het sérieux dat hij de afgelopen jaren met veel moeite heeft weten op te bouwen. De Open VLD had Van Quickenborne, die electoraal best sterk staat, graag naar het Vlaamse niveau zien vertrekken. Maar dat zag de minister helemaal niet zitten. In 2004 had hij de lijst voor de Vlaamse verkiezingen al getrokken om dan meteen weer naar het federale nest terug te keren. De partijtop stelde hem voor die foortruc nog eens over te doen, maar de minister bleef weigeren. Van Quickenborne mag nu in de federale regering blijven zitten, en kan dus maar beter snel bewijzen dat hij dat ook verdient. Want in zijn partij is lang niet iedereen ervan overtuigd dat hij de nieuwe Verhofstadt is, zoals zijn voormalige maat Jean-Marie Dedecker graag beweerde. Of zoals een partijgenoot het zegt: 'Vincent is tegelijkertijd de slimste en de domste man van de Open VLD.' Vorige week dacht Van Quickenborne het perfecte voorstel klaar te hebben om zijn positie veilig te stellen: een serieuze fond met een frivool sausje erover. In ruil voor een btw-verlaging tot 6 procent wou de minister de hele horecasector verplichten om klanten alleen nog met een betaalkaart te laten afrekenen. Zo'n idee móésten de media wel oppikken. En dat deden ze ook. Zij het met hoongelach. Meteen kreeg de minister de volle laag van alle werkgeversorganisaties én van zijn eigen blauwe achterban. Vorig weekend kreeg hij ook nog eens een publieke bolwassing van Open VLD-voorzitter Bart Somers. Maar dat deerde Van Quickenborne niet, want hij had toch maar mooi alle kranten gehaald. En daardoor kreeg ook zijn ernstige maar weinig opzienbarende plan om consumenten te beschermen tegen allerlei praktijken om hen kredieten aan te smeren behoorlijk wat aandacht. De mensen weten weer wie Vincent Van Quickenborne is. Mission accomplished. door Ann Peuteman