Jef Vermassen komt zijn kantoor in Lede binnengewaaid. Drie kwartier te laat voor onze afspraak, maar een zaak in Brussel is uitgelopen. Hij ploft zijn boekentas neer, trekt gehaast zijn jas uit. 'Mijn excuses, mevrouw, maar nu ben ik geheel te uwer beschikking.' Toch nog niet helemaal... er wordt zacht op de deur geklopt. Jasper, zijn kleinzoon van vier, wil even opa zien. 'Wil je een snoepje, Jaspertje', vraagt Vermassen, en hij trekt de bovenste lade van zijn bureau open. 'Hier, neem een ananasje. En neem er een mee voor je zus.' De jongen trippelt verlegen het kantoor binnen, neemt zwijgend twee snoepjes van het schaaltje, trekt behoedzaam de deur achter zich dicht. Vermassen glimlacht breed. De stress en de gejaagdheid van de dag zijn in een oogwenk van hem afgegleden. 'Mijn dochter werkt bij me op kantoor, mijn kleinkinderen gaan hier naar school. Daardoor zie ik ze wel vaak. Soms maar een minuutje, tussen twee afspraken door, maar het doet toch zo'n deugd. Ze weten dat ik altijd snoep in mijn bureau heb. Daarvoor hangt die kleine als een vlieg tegen de deur geplakt.'
...

Jef Vermassen komt zijn kantoor in Lede binnengewaaid. Drie kwartier te laat voor onze afspraak, maar een zaak in Brussel is uitgelopen. Hij ploft zijn boekentas neer, trekt gehaast zijn jas uit. 'Mijn excuses, mevrouw, maar nu ben ik geheel te uwer beschikking.' Toch nog niet helemaal... er wordt zacht op de deur geklopt. Jasper, zijn kleinzoon van vier, wil even opa zien. 'Wil je een snoepje, Jaspertje', vraagt Vermassen, en hij trekt de bovenste lade van zijn bureau open. 'Hier, neem een ananasje. En neem er een mee voor je zus.' De jongen trippelt verlegen het kantoor binnen, neemt zwijgend twee snoepjes van het schaaltje, trekt behoedzaam de deur achter zich dicht. Vermassen glimlacht breed. De stress en de gejaagdheid van de dag zijn in een oogwenk van hem afgegleden. 'Mijn dochter werkt bij me op kantoor, mijn kleinkinderen gaan hier naar school. Daardoor zie ik ze wel vaak. Soms maar een minuutje, tussen twee afspraken door, maar het doet toch zo'n deugd. Ze weten dat ik altijd snoep in mijn bureau heb. Daarvoor hangt die kleine als een vlieg tegen de deur geplakt.' Zesenzestig is Jef Vermassen inmiddels. Vader van vier dochters, grootvader van vijf kleinkinderen. De pensioenleeftijd is hij gepasseerd, maar hij kan het werken niet laten. Hij begint meteen gepassioneerd te vertellen over de assisenzaak die hij pas in Brugge heeft gepleit. Vermassen verdedigde een meisje van nu negentien dat twee jaar geleden voor de ogen van haar drie kleine broers zwaar mishandeld werd door haar vader. 'Die man heeft haar in zijn garage met de handen op de rug gebonden en aan een koord aan een katrol aan het plafond opgehangen, en heeft dan onder andere met een hamer zes, zeven keer op haar schedel geslagen. Het is een mirakel dat ze nog leeft. Dat meisje studeert nu rechten, ze wil advocaat worden. Ze vraagt me of ze hier later stage mag lopen. "Natuurlijk", zeg ik dan, met een krop in mijn keel, want ik hoop dat het haar lukt. Ze heeft veel wilskracht en ze is intelligent, maar ze is voor vijfentwintig procent gehandicapt aan de hersenen. Volgens de gerechtsgeneesheer heeft ze geluk gehad dat haar vader op de sterke delen van haar schedel heeft geslagen. Anders was ze nu morsdood. In de rechtszaal snauwde die vader zijn kinderen toe: "Gaat ge mij nu vergeven, ja of neen? Antwoord!"' Vermassen zucht: 'Goh mevrouw, u moest eens weten hoe emotioneel dat dat is...' Ook het proces tegen Kim De Gelder in februari van dit jaar heeft de ervaren strafpleiter enorm aangegrepen, zegt hij. 'Nog nooit heb ik zo veel menselijke ellende bij elkaar gezien als daar in de assisenzaal. Normaal zit de familie op de eerste rij - en dat is dan al bijzonder pijnlijk. Nu zaten er veertig, vijftig, zestig getraumatiseerde mensen vol opgekropt verdriet die allemaal slachtoffer waren van De Gelder. Eén voor één hebben ze getuigd, dat heeft een paar dagen geduurd. Ik heb de beide ouderparen verdedigd wier baby'tje gestorven is. Ook de kinderen en de weduwnaar van de boerin in Vrasene, Elza Van Raemdonck. Die man heeft door de moord op zijn vrouw zijn boerderij moeten verlaten. Hij zit nu in een bejaardentehuis. Dat gaat godzijdank goed, maar hij was gelukkig op zijn boerenerf. Nu kan hij daar niet meer alleen leven, hij is bang. De familie van Elza heeft Kim De Gelder tijdens het proces gesmeekt: "Kunt u ons alstublieft zeggen wat ons moeder heeft meegemaakt in haar laatste minuten?" Dat willen verwanten altijd weten: heeft ons familielid afgezien? Wat heeft ze nog gezegd? Ze koesteren een stille hoop dat hun geliefde nog iets voor hen heeft nagelaten, hen misschien nog een groet heeft willen overmaken. Dat wil je als advocaat uit een dader halen op zo'n proces. Maar Kim de Gelder heeft gezwegen. Dat is zo pijnlijk voor de familie. Op het proces tegen Ronald Janssen (waar Vermassen in 2011 de ouders van Annick Van Uytsel verdedigde, nvdr) was het trouwens eender. Ook hij is blijven zwijgen. 'Kim De Gelder en Ronald Janssen zijn mensen van wie psychiaters zeggen dat ze sociopaten of psychopaten zijn. Ze zijn totaal egocentrisch en beschouwen hun verhaal als hun patrimonium. Het is hun bezit, ze weigeren het te delen. Ze zijn zoals de Franse seriemoordenaar Henri-Desiré Landru. Die had begin twintigste eeuw verschillende vrouwen gedood en die allemaal spoorloos laten verdwijnen. Vlak voor zijn executie had hij een laatste gesprek met zijn advocaat. Die zei: "Ik heb nu zo veel voor u gedaan, mag ik u toch een wederdienst vragen? Wilt u me zeggen wat u met uw slachtoffers hebt gedaan?" Waarop Landru antwoordt: "Ik zeg het niet. Ik ga naar de overkant, dit is mijn bagage en die neem ik mee." Met andere woorden: daar hebt u geen zaken mee, dat is van mij. 'De eerste vijftien, twintig jaar van mijn beroepsloopbaan heb ik zelden sociopaten als De Gelder en Janssen gezien', zegt Vermassen. 'Nu hebben we de ene zaak na de andere in België. Het is heel moeilijk om daar een verklaring voor te geven, maar ik link het aan wat ik de psychopathisering van de samenleving noem. Onze maatschappij is erg veranderd. Mensen zijn meer voor zichzelf gaan leven. De sociale banden zijn verwaterd, de solidariteit is verdwenen. Vroeger liep er in elk dorp ook wel een gek rond, maar men kende hem, men ging met hem om en ving hem op. In de huidige maatschappij waar zo veel eenzamen zijn, kan een deviant denkende en handelende mens zich totaal isoleren. Dat heeft Kim de Gelder gedaan. Hij heeft alle sociale contacten verbroken om zijn daden te kunnen voorbereiden. Ik geef het u op een blaadje dat we in de toekomst steeds vaker met dat soort zaken geconfronteerd zullen worden. Morgen kan er weer een gestoord individu opstaan. Om het even waar. En ook u kunt slachtoffer zijn. We staan daar als maatschappij totaal machteloos tegenover.' Jef Vermassen: Ik zou ze geen slachtoffer noemen, maar een product van hun tijd. Je ziet ook vaak dat ze in hun jeugd verwaarloosd zijn of net heel verwend zijn opgevoed. In die zin zijn ze voor een stuk wel slachtoffer van hun opvoeding. Vermassen: Nee, Kim De Gelder is goed opgevoed. Zijn ouders hebben hun uiterste best voor hem gedaan. Bij hem zijn het zijn persoonlijkheidskenmerken die hem tot het kwaad gedreven hebben. Vermassen: Dat is voor een man als Kim De Gelder een bijzonder droevig lot, omdat hij een randgeval is waarbij de grens tussen toerekeningsvatbaar of geestesziek moeilijk te trekken is. Maar vergist u zich niet, mevrouw: als hij geïnterneerd zou zijn, zou hij evenmin behandeld worden. Maakt u zich daarover geen illusies. Minder ernstige geesteszieken kunnen in België wel terecht in een privéziekenhuis. Maar moeilijke gevallen, agressievelingen of veroordeelden van wie de strafzaak veel media-aandacht heeft gegenereerd, nemen ze daar niet op. Dus als Kim De Gelder ontoerekeningsvatbaar was bevonden, dan was hij opgenomen in de gevangenis in een vleugel voor geïnterneerden waar hij ook niet behandeld zou worden. Dan was alleen de kiel van de cipier wit geweest in plaats van grijs. Het is schrijnend hoe wij in dit land met onze geïnterneerden omgaan. Vermassen: Ik zal u zeggen waarom: mocht hij echt geestesziek zijn geweest en als dat overtuigend was gebleken tijdens het proces... Vermassen: De vijf psychiatrische deskundigen van het onderzoek hebben unaniem gezegd dat hij zijn daden kon controleren en dus toerekeningsvatbaar was. Ik ben het proces heel open in gegaan. Ik heb dat de families die ik begeleidde ook voor aanvang meegedeeld. Ik heb hen gezegd: 'Als tijdens het proces blijkt dat hij geestesziek is, dan wil ik van u toch de toelating om in die richting te werken.' Dan was ik zeker zo consequent en zo eerlijk geweest om dat toe te geven. Maar dat is er niet uitgekomen. Ik ben zelf geen deskundige op dat vlak. Ik volg dus wat er in de verslagen van de gerechtspsychiaters staat. Ik neem daarover geen stelling in. Ik vind niet dat wij als advocaten de pretentie moeten hebben om zelf psychiater te spelen. Vermassen:(zucht) Die mensen zijn in dat proces opgegaan op een extreme manier en waren vrij agressief tegen al wie hen ongelijk gaf. Maar laat me nu antwoorden op uw vraag, waarom het voor de ouders belangrijk was dat Kim De Gelder veroordeeld werd. Als hij echt geestesziek zou zijn en hij wordt geïnterneerd, dan verschijnt hij daarna om de zes maanden voor een psychiatrische commissie. Als die man op een bepaald moment beter is, dan moet men hem laten gaan. De families vreesden dat hij in geval van internering op korte termijn zou kunnen vrijkomen. Het geeft hen veel meer rust nu hij zeker de helft van zijn straf moet ondergaan. Ze weten nu dat hij bij wijze van spreken niet morgen opnieuw voor hun deur kan staan. Let wel: dat mag nooit het criterium zijn om iemand toerekeningsvatbaar te achten. Je hoort mij niet zeggen dat Kim De Gelder veroordeeld moest worden omdat anders de burgerlijke partijen ongerust zouden zijn. Dat bedoel ik niet. Maar internering is voor de slachtoffers en de nabestaanden zeker zwaarder om te dragen, want je weet nooit wanneer iemand weer op vrije voeten komt en je wordt daar niet van op de hoogte gebracht. Maar nog eens: als iemand geestesziek is, dan moet je hem interneren. En dan moet je hem ook verzorgen. Dat is onze humane plicht. Vermassen: Ik denk ook dat die kans heel klein was, maar het is toch een risico dat bestaat. Misschien een wat te theoretisch risico, maar het kan zeer praktisch worden, hè. Vermassen: Dat denk ik toch niet. Zo'n invloed heb ik niet op de juryleden. Die hebben gedurende weken het assisenproces gevolgd en hebben een volledig en genuanceerd beeld gekregen. Ze hebben urenlang de psychiaters en psychologen aan het woord gehoord. Dat veeg je niet in vijf minuten weg. Ik heb in datzelfde pleidooi ook gezegd dat men Kim De Gelder nog steeds kan interneren als toch nog blijkt dat die jongen compleet gestoord is of nog wordt. Dat vangnet is er steeds. Vermassen: Nee, dat is er niet uitgekomen en dat is zo tragisch. Het waren geen roofmoorden, de man heeft niets gestolen. Het waren haatmoorden. Kim De Gelder wou zich wreken op de wereld. Hij heeft een imaginaire cirkel getrokken en de mensen die in die cirkel aanwezig waren, wou hij treffen. Het toeval heeft een grote rol gespeeld. Hij heeft Elza Van Raemdonck vermoord omdat de buren waar hij eerst had aangebeld niet thuis waren. Dat moet je maar verwerken als kind of echtgenoot. Voor hetzelfde geld was het hun buurvrouw geweest. Dat hadden ze uiteraard ook niet gewild, maar nu is wel hun moeder vermoord... Hetzelfde met de crèchemoorden. De Gelder durfde een eerste crèche niet binnen omdat daar in de buurt arbeiders aan het werk waren. Wat de ouders van de dode baby's nu voelen, is verschrikkelijk verwarrend: 'Mijn kind had geleefd als hij daar was binnengestapt, maar dan had wel een ander in de miserie gezeten.' Vermassen: Ja, maar wat wordt me niet kwalijk genomen? Het was een van de dochters van Elza Van Raemdonck die dat in de Zevende Dag zelf gesuggereerd heeft. De familie zit nog met zo veel vragen. Hun hoop is dat een gesprek weg van de camera's en buiten de publieke druk van de rechtszaal toch nog antwoorden zou opleveren. Dan heb ik als advocaat toch het recht om een voorstel in die zin te doen? Hoe vaak worden er niet gesprekken georganiseerd in de gevangenis tussen slachtoffers en daders, waar men soms jaren later eindelijk zegt waarom, waar men zelfs excuses aanbiedt... Vermassen: De loutering, in zoverre die er is, bestaat erin dat het proces nu achter de rug is. Ook al zijn er geen antwoorden gekomen op de kernvragen, het is voorbij. Dat werkt op zich bevrijdend. U kunt zich niet voorstellen hoe die mensen hier op voorhand zitten in mijn kantoor. Ze hebben zo veel angsten en onzekerheden. 'Hoe zal dat proces verlopen? Hoe zullen we moeten getuigen? Wat als we het niet precies weten? Wat gaat die man zeggen? Hij zal onze geliefden toch niet zwartmaken?' Een assisenzaak is een uiterst moeilijke fase voor nabestaanden en slachtoffers. Als advocaat heb je de taak om hen door het doolhof van justitie te gidsen. Het proces is een kantelmoment waarna de verwerking kan beginnen. Die mensen kunnen dat luik nu sluiten en aan een nieuwe fase in hun leven beginnen. Vermassen: Met die beslissing heb ik niets te maken gehad. Dat was iets van de partijen onder elkaar. Het was op zich een correcte toepassing van de wet, maar ik vond het vreselijk pijnlijk voor de ouders en de broer en zus van De Gelder. Die mensen zijn ook slachtoffer en ik heb er alle begrip voor dat ze in de zaal wilden zitten. Blijkbaar was er een slecht contact geweest tussen een van de ouderparen die een kindje hebben verloren en de ouders van De Gelder. Ze hadden het over agressieve blikken, een scheve glimlach... Misschien totaal fout geïnterpreteerd, dat kan zijn, maar als mijn kindje dood was, dan was ik ook gevoeliger dan de doorsneeburger. Dat ligt allemaal zo delicaat. Je moet dat met veel gevoel benaderen. Vermassen: Ja, maar de publieke opinie volgt alles op verre afstand. Die lijdt een paar weken geweldig mee en daarna is het voor hen gedaan, hè zeg. We moeten serieus blijven. Vermassen: Dat klopt. Ik vond Jasmine ook wel een mooie naam hoor, maar ik had dat aan die ouders beloofd. Kijk: ik behandel levensdelicten. Als ouders daardoor een kind verliezen, is dat het vreselijkste wat er bestaat. Als je dan niet betrokken bent, ben je geen goede advocaat. Vorig jaar met nieuwjaar zat ik het dossier Kim De Gelder voor te bereiden. We waren op skivakantie. Mijn familie was op stap, ik sloeg op mijn kamer de volgende map open en het is eerste wat ik zag was de foto van een van de baby's die met een overgesneden keel in de grote zaal van de crèche ligt. Dan is het toch ook normaal dat ik ontroerd raak? Dat manneke ligt daar. Mijn dag was om zeep, zoveel kan ik u zeggen. Vermassen: Wij hebben een hart en een verstand. Je kunt je als advocaat toch niet alleen op dat verstand richten? Ik vind wel dat je verstandelijk moet pleiten over emoties. Er is een verschil tussen emotionaliteit en sentimentaliteit. Dat laatste vind ik niet op zijn plaats in een rechtszaal, maar emoties wel. Ik geef u een voorbeeld uit de zaak in Brugge. Die vader vraagt tijdens de foltering aan zijn dochter: 'Hoe wil je sterven? Met een mes of een geweer?' Zij zegt: 'Met een geweer', want ze denkt dat dat de korte pijn is. Wat moet er in zo'n meisje omgaan als ze zoiets zegt? Ze heeft me hier in mijn kantoor verteld dat ze op dat moment afscheid aan het nemen was van haar broers en van het leven. Dat breng ik wel ter sprake in mijn pleidooi. Ik benadruk de extreme gevoelloosheid van de vader tegenover de wanhoop van de dochter. Bespeel ik dan de gevoelens van de juryleden? Nee, dan evoceer ik de emoties van dat meisje, maar ik melk ze niet uit en ik blijf weg van iedere sentimentaliteit. Vermassen: In mijn gedachten zeer ver, maar op papier nog niet ver. Om een boek te kunnen schrijven, moet je veel tijd hebben, en die ontbreekt me momenteel. Vermassen: Ik wil vertellen wat slachtoffers echt meemaken en hoe afstandelijk de maatschappij vaak reageert. Ik wil ook de procesgang onder de loep nemen en raad geven aan slachtoffers over hoe ze hun leed kunnen verzachten. Het is niet abnormaal dat slachtoffers haatgevoelens koesteren en wraak zouden willen nemen als ze dat konden. We veroordelen dat als maatschappij, maar we mogen niet vergeten dat wij niet in hun situatie zitten. Slachtoffers hebben het recht om te haten, maar het helpt hen niet vooruit. Ik probeer hen dat als advocaat uit te leggen: schud die dader uit je nek, probeer je ervan te bevrijden in je eigen belang. Dat is heel moeilijk. Er zijn slachtoffers die wegrotten door haatgevoelens. Dat is een bijkomende straf die ze niet verdienen. DOOR ILSE DEGRYSE, FOTO'S JEF BOES'Ik vind niet dat wij als advocaten de pretentie moeten hebben om zelf psychiater te spelen.' 'Als Kim De Gelder geïnterneerd zou zijn, zou hij evenmin behandeld worden. Maakt u zich daarover geen illusies.' 'Er is een verschil tussen emotionaliteit en sentimentaliteit. Dat laatste vind ik niet op zijn plaats in een rechtszaal, maar emoties wel.'