Ook na de spectaculaire arrestatie van Radovan Karadzic, in juli, vond de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen dat Servië 'niet genoeg' had gedaan. Zijn collega Karel De Gucht sloot zich hierbij aan. Eerst moest Servië 'volledig samenwerken' met het Joegoslavië-tribunaal, oftewel Karadzic daadwerkelijk naar Scheveningen overvliegen en ook die andere verdachte, Ratko Mladic,uitleveren.
...

Ook na de spectaculaire arrestatie van Radovan Karadzic, in juli, vond de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen dat Servië 'niet genoeg' had gedaan. Zijn collega Karel De Gucht sloot zich hierbij aan. Eerst moest Servië 'volledig samenwerken' met het Joegoslavië-tribunaal, oftewel Karadzic daadwerkelijk naar Scheveningen overvliegen en ook die andere verdachte, Ratko Mladic,uitleveren. Waarom zeggen alleen Den Haag en Brussel dat? Zijn de andere vijfentwintig landen dom? Of is er meer aan de hand? Het officiële verhaal is dat Servië moet tonen de Europese normen van rechtsstaat en democratie te respecteren alvorens een plaats in de wachtkamer van de Unie te verwerven. Tegen dit beginsel valt weinig in te brengen. Op een minder verheven plan speelt allicht mee dat Nederland het gastland is van het Joegoslaviëtribunaal en dat België sinds begin dit jaar de hoofdaanklager levert: Serge Brammertz. Maar dat zijn toevalligheden die niemand beide voorvechters van het internationale recht zou aanrekenen. Tot nu toe werd het laaglandse legalisme door de anderen gerespecteerd. Ook werkte de Europese verdeeldheid uitstekend richting Belgrado, als good cop, bad cop-tactiek. De Gucht en Verhagen hebben hun politieke oordeel uitbesteed aan aanklager Brammertz, die moet verklaren dat Servië volledig met het tribunaal meewerkt. Voor De Gucht is dat een belangrijke voorwaarde. Verhagen heeft bovendien het probleem dat het Nederlandse parlement hoe dan ook Mladic opgepakt wil zien. Weliswaar zit Karadzic inmiddels in Scheveningen (dat puntje kan worden afgevinkt), maar Mladic is nog voortvluchtig. Om twee redenen wordt dit verhaal onhoudbaar. Ten eerste is de situatie in de zomerva-kantie dramatisch veranderd. Op de Kaukasus voerden Rusland en Georgië oorlog. Inzet is de grens tussen de Russische en de Europees-Atlantische invloedssfeer. Op deze breuklijn - die tot 1989 nog dwars door Berlijn liep - liggen onder meer Servië, Oekraïne en Georgië. Naargelang van het volksgemoed kunnen deze staten kantelen tussen de Europese Unie en Moskou. In termen van de Amerikaanse verkiezingen: het zijn swing states. Ter herinnering: bij de Servische presidentsverkiezingen eerder dit jaar won de Europagezinde democraat Boris Tadic met circa 52 tegen 48 procent van de Moskougezinde nationalist Tomislav Nikolic. De partij van die laatste wordt geleid vanuit de gevangenis van Scheveningen, door de nationalist Vojilsav Seselj. De grote meerderheid van de leden van de Unie vindt het voor de gezamenlijke veiligheid essentieel om Servië aan onze kant van de breuklijn met Rusland te hebben. Een van de lessen uit het conflict om Zuid-Ossetië is dat etnische conflicten aan de Russisch-Europese grens bloedgevaarlijk zijn. Een situatie met enerzijds Slovenië, Kroatië, Bosnië, Macedonië en Kosovo in de Europese ruimte en anderzijds Servië als vazalstaat van Moskou is een recept voor onheil. Zolang de Europees-Russische breuklijn dwars door het Servische electoraat loopt en de pro-Europese regeringscoalitie in Belgrado instabiel is, is het zaak geen risico's te nemen. Naar verwachting zullen de andere vijfentwintig leden de druk op Den Haag en Brussel flink opvoeren om Servië steviger in het magnetisch veld van de Unie te brengen. Beide regeringen moeten bedenken of uitlevering van twee oorlogsmisdadigers een zwaarder nationaal belang is dan de veiligheid aan de Europese oostgrens. Dit vergt een politiek oordeel. Het volstaat niet als kantoorklerk met ongewijzigde juridische voorwaarden te zwaaien, terwijl het politiek-militaire front heftig in beweging is. Tweede reden dat deze positie onhoudbaar is: de balk in het Nederlandse oog. Het kost weinig moeite in het Haagse gehannes met Belgrado een spook uit het recente verleden te ontwaren: Srebrenica. Nederlandse soldaten lieten in 1995 Mladic' mannen hun gang gaan bij het vermoorden van meer dan 7000 onder hun bescherming gestelde Bosnische moslims. Overste Thom Karremans complimenteerde de Bosnisch-Servische legeraanvoerder met zijn 'sterke manoeuvres', terwijl in Zagreb werd gevierd dat op een na alle Hollandse soldaten ongeschonden thuiskwamen. Het Haagse slechte geweten over deze zaak, dat zeer diep zit, uit zich nu in een onuitstaanbaar pedante rechtschapenheid jegens Belgrado. Dat zien de andere landen ook. Laaglandse solidariteit is een schoon goed. Toch doet de Belgische regering er goed aan zich dezer dagen af te vragen of zij de hypocriete vroomheid van de noorderburen inzake Srebrenica wil afdekken. DOOR LUUK VAN MIDDELAAR