Sommige melomanen zweren tot vandaag bij vinyl, lampenversterkers en analoge opnames, omdat die warmer zouden klinken. Ik vind het veel belangrijker om elke viool in het orkest afzonderlijk te kunnen horen, ook al is het resultaat wat koeler en agressiever: de synthese en de warmte creëer ik dan wel in mijn hoofd. Maar de nieuwe cd van de zusjes Simoens gaat in die keuze wel erg ver. De viool klinkt soms zo scherp dat het bijna pijn doet en de cello klinkt als een viool. Alleen de Steinway klinkt evenwichtig. Het geheel is zelfs zo agressief dat ...

Sommige melomanen zweren tot vandaag bij vinyl, lampenversterkers en analoge opnames, omdat die warmer zouden klinken. Ik vind het veel belangrijker om elke viool in het orkest afzonderlijk te kunnen horen, ook al is het resultaat wat koeler en agressiever: de synthese en de warmte creëer ik dan wel in mijn hoofd. Maar de nieuwe cd van de zusjes Simoens gaat in die keuze wel erg ver. De viool klinkt soms zo scherp dat het bijna pijn doet en de cello klinkt als een viool. Alleen de Steinway klinkt evenwichtig. Het geheel is zelfs zo agressief dat ik de cd in eerste instantie niet zou gaan bespreken. Maar op een of andere manier verleidde ze toch tot een tweede beluistering, en dan tot een derde, waarbij ik - barbaars, ik weet het - de bassen naar voren trok. Stilaan wen je aan de extreme keuze, en wat er dan bovenkomt is puur luisterplezier. Want de andere kant van de medaille is dat de opname bijzonder veel kracht uitstraalt, nooit vervalt in valse sentimentaliteit en de structuur van de muziek helemaal tot haar recht doet komen. En die muziek, een selectie uit het podiumrepertoire van het trio, is uitstekend gekozen. Er is om te beginnen het Trio in D mineur, op. 27 van de Tsjech Vítezslav Novák. Een stuk uit 1902 op de rand van het modernisme, enerzijds grondig geworteld in de compositiestijl van Brahms en Dvorák, anderzijds nieuw omdat het de vier bewegingen van het klassieke pianotrio versmelt tot een geheel rond hetzelfde motto. Novák zou hierna naar een eigen vorm van impressionisme evolueren. De compositie is somber, maar tegelijk ook erg heftig. Joseph Haydn, meester van het kwartet, schreef ook circa 45 pianotrio's, waarbij hij resoluut de voorrang gaf aan het klavier. Vooral het uitstekende pianospel van Katrijn Simoens komt in het late Trio in E mineur, Hob XV/12 volledig tot zijn recht, al blijft ook het samenspel voorbeeldig. Alleen aan het begin en het einde van de laatste beweging leidt de onstuimigheid tot minuscule ontsporingen. Mijn favoriet is het Pianotrio in G mineur, opus 15 van Bedrich Smetana. Een prachtige compositie waarin de cello van Veerle en de viool van An soms heerlijke melodielijnen toegeschoven krijgen. Smetana schreef ze naar aanleiding van het overlijden van zijn vierjarig dochtertje. Het trio is bij momenten erg emotioneel maar tegelijkertijd ook wat afstandelijk, alsof het voortdurend tevergeefs op zoek is naar evenwicht. Pas aan het eind wordt dat ook gevonden. Deze tweede cd van het jonge Simoens trio borduurt voort op de kwaliteiten van hun eerste en op hun nu al indrukwekkende palmares. Muziektechnisch erg goed én ambitieus. SIMOENS TRIO, NOVáK, HAYDN EN SMETANA, TOP CLASSICS 001, 15 EURO. IN DIVERSE PLATENWINKELS OF TE BESTELLEN VIA INFO@SIMOENSTRIO.BE.Peter Vandeweerdt