JA
...

JAPierre Chevalier'Ik vind de afspraken die nu gemaakt zijn, een positieve zaak. Het is een echte stap vooruit. En het was nodig, want de toestand zoals wij die aantroffen, was vrij verrot: er was onduidelijkheid over de bevoegdheden, er waren slechte tot geen afspraken over wie wat deed. En, omdat Vlaanderen zijn zetels niet wilde opnemen in de BDBH (Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel), was alles geblokkeerd geraakt. Wat verandert er nu? Exportpromotie is en blijft een regionale materie, maar het nieuwe agentschap moet zorgen voor een betere coördinatie. Het bedrijfsleven klaagde immers - en terecht - over een gebrek aan coördinatie. In dat nieuwe agentschap zitten zowel de gewesten, de privé-firma's - want zij exporteren en niet de staat - en de federale overheid samen. Dat wil in de praktijk zeggen dat de gewesten initiatieven kunnen nemen tot gemeenschappelijke missies, dat het agentschap gemeenschappelijke initiatieven kan uitwerken en dat de federale overheid kan vragen dergelijke missies te organiseren. Maar de bedoeling is wel dat dit autonome federale agentschap op termijn evolueert naar een soort Board of Trade, zoals die in het buitenland bestaat en waar de nauwe samenwerkingsverbanden tussen overheidsinstellingen en bedrijven inzake exportpromotie goede resultaten opleveren. De oplossing die nu op papier staat, is ook goed omdat een behoorlijke federalisering duidelijkheid en goede afspraken vraagt. In plaats van onze problemen uit te voeren, tonen we het buitenland dat we kunnen samenwerken. En dat is ook wat deze regering wil. In plaats van de vroegere voortdurende confrontaties waar gewesten en gemeenschappen tegenover elkaar stonden, zullen we nu samenwerken in plaats van elkaar de loef af te steken. De noodzaak daartoe is bewezen. De vraag van het bedrijfsleven was er. Dat de bedrijven daarbij opportunistisch reageren, is hun goed recht. We weten uit ervaring dat een handelsmissie onder leiding van het toekomstige staatshoofd een meerwaarde betekent. Er is directer contact en contact op hoger niveau. We moeten dat gebruiken.'NEEStefaan De ClerckDe ministeries afschaffen lost de problemen niet op. De facade is veranderd, de namen zijn anders, maar de bevoegdheden blijven in handen van de federale regering. Dat zegt CVP-voorzitter Stefaan De Clerck. 'Als ik Guy Verhofstadt hoor, heet het dat Landbouw en Buitenlandse Handel worden geregionaliseerd. Als ik het akkoord lees, zie ik dan wel dat veel bevoegdheden - en vooral de belangrijkste: prijsbeleid en leningen - federaal blijven. De premier mag zijn beleid goed verkopen, maar als de communicatie anders is dan hetgeen gecommuniceerd wordt, zitten we met een probleem. Dat soort verwarring kan niet. Want wat hebben we nu? Het ministerie van Landbouw wordt afgeschaft en de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel (BDBH) wordt een 'agentschap'. Dat klinkt goed, maar in de praktijk wordt de bevoegdheid over de materie losgekoppeld van de vertegenwoordiging. Niemand weet nu wie wat beslist bij onderhandelingen: de confederale staatssecretaris of de bevoegde Vlaamse minister? Op die vragen - wie is bevoegd? wie vertegenwoordigt? wie beslist? - is geen antwoord. Een dergelijke vaagheid kan al evenmin. Bovendien is die loskoppeling een echte primeur en wij vrezen dat dit een methode is om veel zaken opnieuw te federaliseren. Want in wezen draait alles om nog wat bevoegdheden voor sterspeler en buitenlandminister Louis Michel (PRL) die na Ontwikkelingssamenwerking nu ook Buitenlandse Handel en Landbouw - toevallig allemaal bevoegdheden van Vlaamse ministers en staatssecretarisen - verzamelt. We weten dat er een probleem bestond in de buitenlandse handel met te veel verschillende handelsmissies, maar dit akkoord verandert niets. De BDHB wordt een agentschap, maar houdt dezelfde samenstelling en dezelfde bevoegdheden als de vroegere dienst. Dit is dus geen stap vooruit, maar nul, niets, en zeker geen verdergaande regionalisering. Ons uitgangspunt is dat landbouw en handel wel degelijk echt regionale bevoegdheden moeten zijn. We staan daar op de lijn van het Vlaams Economisch Verbond (VEV) dat ook niet gelukkig is met deze oplossing. En terecht: zonder echte federalisering en klare afspraken gaat het niet. Kijk naar de Costa (Conferentie voor de Staatshervorming): de Vlamingen willen vooruit naar een verdere federalisering, de Franstaligen blokkeren. Ook dit keer hebben de Franstalige standpunten het nog maar eens gehaald. Daarom vroeg Michel geen geld voor het Franstalig onderwijs: hij kreeg net twee ministeries.'Opgetekend door Misjoe Verleyen