De pas aangetreden regering van premier Sergei Kirijenko (35) kreeg al meteen een financiële crisis over zich heen. De beurs reageerde paniekerig en duikelde, de roebel verzwakte nog, de buitenlandse investeerders verdwenen ijlings. Stakende mijnwerkers legden het land lam. Ambtenaren, soldaten en leraren zijn al maanden niet meer betaald.
...

De pas aangetreden regering van premier Sergei Kirijenko (35) kreeg al meteen een financiële crisis over zich heen. De beurs reageerde paniekerig en duikelde, de roebel verzwakte nog, de buitenlandse investeerders verdwenen ijlings. Stakende mijnwerkers legden het land lam. Ambtenaren, soldaten en leraren zijn al maanden niet meer betaald. De torenhoge buitenlandse schuld - 138 miljard dollar - slokt een derde van alle inkomsten op. Rusland zelf heeft veertien miljard dollar aan goud en deviezen in reserve. Tegelijk vloeit jaarlijks twintig miljard dollar naar buitenlandse rekeningen, terwijl Russische ministers de wereld afdweilen op zoek naar hulp. Maar het eigenlijke probleem ligt in Rusland zelf. De regering heeft nauwelijks inkomsten. Het belastingstelsel is zo duister en ingewikkeld dat het de economische bloei gewoon verhindert. Het parlement wringt ook hier tegen en weigert een hervorming. De helft van het bruto nationaal product wordt geleverd door zwartwerk, waarop geen belastingen worden betaald. De vroegere staatsmonopolies - van aardgas tot vodka - werden geprivatiseerd en komen slechts enkele superrijken ten goede. De opbrengst ervan verdwijnt in het bodemloze gat van de staatsuitgaven. De Wereldbank kijkt bang toe. Het Internationaal Muntfonds (IMF) en de G-7, de grootste zeven industriestaten, zijn in crisisberaad. Maar de Russische president Boris Jeltsin (67 jaar) blaakt van vertrouwen. Is de financiële crisis nu voorbij?BORIS JELTSIN: Uw vraag is correct geformuleerd: het gaat niet om een Russische crisis, maar om een wereldwijde financiële crisis die natuurlijk ook Rusland heeft geraakt. Zij het zijdelings. Maar het betekende wel dat we dag en nacht moesten werken. Ik ben de president en ik kon toch niet gewoon alleen het bevel geven: zoek mij een oplossing. Rusland moet blijven geloven dat het land over grote voorraden beschikt, belangrijke financiële inkomsten heeft en dat onze financiële markt niet in elkaar klapt. We gingen de moeilijkheden te lijf, met de hulp van de Verenigde Staten, Engeland, Frankrijk en Duitsland. Maar deze keer ging het niet om zuivere financiële hulp. We bedelen niet meer.U vroeg niet om geld?JELTSIN: Het ging om politieke steun. Ik heb mijn vriend Bill Clinton opgebeld en hem gevraagd te verklaren dat hij de nieuwe Russische regering en ook mijzelf vertrouwt. Als we dit land verder willen hervormen, dan mogen de Amerikaanse investeerders nu de Russische beurs niet laten vallen. En Clinton heeft binnen het half uur gereageerd. Net als Duitsland, Frankrijk en Engeland. Als een grootmacht als Rusland zoveel politieke steun krijgt, dan gaan we niet ten onder.Dat was het buitenland. Hoe pakte u de zaken hier aan?JELTSIN: Ik heb alle grote bankiers samen geroepen en hen gezegd: "Vergeet niet waar jullie werken. Jullie werken in Rusland, dus werken jullie voor Rusland. Tegelijk zijn jullie natuurlijk een deel van de internationale markt. Maar wie vergeet dat Rusland op de eerste plaats komt, die laat ik onthoofden." Dat heeft u de Russische bankiers gezegd?JELTSIN: Natuurlijk. Een buitenlandse bankier kan ik niet laten onthoofden. Trouwens: zelfs als het buitenland ons drie keer meer steunt dan vroeger, dan nog zullen wij hier vier, vijf keer harder moeten werken dan normaal. We hebben dus een ploegenstelsel ingevoerd, zodat onze staf letterlijk 24 uur op 24 werkt. Een echt crisismanagement.JELTSIN: We willen niet alleen steun, we staan ook klaar om te helpen. Tenslotte hoort Rusland tot de acht grote industriële staten, de G-8. Zo heb ik, bijvoorbeeld, meteen hulp aangeboden toen de internationale trein in Duitsland ontspoorde. In zo'n situatie vraagt een mens niet of Duitsland ons genegen is. Hulp bieden, is een morele zaak. Dat is zeer vriendelijk. Maar even terug naar de eerste vraag: is de crisis voorbij?JELTSIN: Door onze binnenlandse maatregelen in combinatie met de steun van de zeven grote industriestaten én van anderen, kunnen we zeggen dat het ergste achter ons ligt. Buitenlandse investeerders moeten niet in paniek raken. Hoe ziet Rusland eruit in 2000? Een welvarende staat met tevreden burgers, een bloeiende industrie, veiligheid in de steden en aan de grenzen?JELTSIN: Over achttien maanden schrijven we 2000. Op zo'n korte tijd kan geen enkel land de levenskwaliteit en het niveau van de topstaten halen. Geen enkel land kan dat. Rusland zeker niet omdat we vandaag aankijken tegen veel economische en maatschappelijke problemen. Het is jammer dat het ook in het buitenland slechter gaat. Dat hangt in de eerste plaats samen met de Aziatische financiële crisis en met de ineenstorting van de aardolieprijzen. Aardolie en aardgas zijn voor Rusland de twee belangrijkste bronnen van inkomen. Nu ligt de petroleumprijs zelfs lager dan de kostprijs van de ontginning.JELTSIN: Ziet u wel. Het zou dus absurd zijn om te dromen van welstand op korte termijn. En toch blaakt u van zelfvertrouwen?JELTSIN: Ik ben optimistisch over de toekomst van Rusland. Ons land is erg veranderd in de laatste jaren. Schrijf maar dat uw lezers zelf komen kijken. De strijd tussen Rusland en de westerse landen is voorbij. De markteconomie en democratie doen het in Rusland steeds beter en zijn nu - hoop ik - niet meer weg te krijgen. Ze zijn de basis van de weg naar de welvaart. De staat heeft meer geld nodig, maar mag geen hogere inflatie creëren. Hoe raakt u daar uit?JELTSIN: De belangrijkste inkomstenbron voor elke staat zijn de belastingen. Maar onze industrie draait niet op volle toeren, vele mensen betalen te weinig of te laat belastingen. Dat betekent dat we buitenlandse leningen moeten gebruiken om de staat te laten draaien. Maar daar gaan wij hier niet mee akkoord. De nieuwe regering zal alles zetten op de verhoging van de industriële productie. We zullen ook het belastingstelsel overzichtelijker maken en de belastingen verlagen.Welke financiële hulp verwacht Rusland van het Westen?JELTSIN: Voorlopig zullen we de buitenlandse leningen niet weigeren, ook al zullen die verminderen. Toen het echt slecht ging, waren we verplicht om de kredieten voor de lopende uitgaven te gebruiken. Een volkse spreuk noemt dat een nieuwe lap zetten op een versleten jas. We moeten dat geld beter gebruiken, we moeten onze economie herstructureren.Hoe kunt u voorkomen dat geld uit Rusland naar buitenlandse rekeningen stroomt?JELTSIN: De kapitaalvlucht zullen we niet stoppen door ze te verbieden, maar door de sanering van de economie. Je kan de geldstroom niet kunstmatig ombuigen. Een groter vertrouwen in de roebel, betere voorwaarden voor Russische spaarders en investeerders zullen de kapitaalvlucht stoppen én tegelijk buitenlandse investeringen aantrekken. Alleen als u de rechtszekerheid kan garanderen.JELTSIN: Binnenlandse politieke stabiliteit en de strikte naleving van de vrijheid en de democratie op alle terreinen zijn de basis van die rechtszekerheid. Daar werken we onvermoeibaar en zonder ophouden aan verder. En we slagen daarin. De kapitaalvlucht is de laatste jaren verminderd. Dus, alles gaat goed?JELTSIN: We hebben natuurlijk ook problemen. De maand mei was erg moeilijk, maar ik ben robuust en niet gemakkelijk van mijn stuk te brengen. We willen ons ook niet laten afleiden van de politieke prioriteiten. Ik ben ervan overtuigd dat de kapitaalvlucht geen thema meer is als de economie echt draait. De privatisering van de landbouw krijgt u niet rond.JELTSIN: Dat is niet waar. Door de economische hervormingen heeft de staat steeds minder landbouwgrond in eigendom. Het recht voor de burger om grond in privé-bezit te hebben, staat in de grondwet en - sterker - het is gerealiseerd. In sommige regio's werd grond verkocht zonder op directieven van Moskou te wachten. Dat vind ik zeer goed. Natuurlijk zijn de wetten die de verkoop van eigendom regelen, niet helemaal goed. Ik heb de regering gezegd dat het Russische parlement nog dit jaar wetsontwerpen moet krijgen die de grondhervorming regelen. Waarom zijn er geen investeringen in de sector van de verbruiksgoederen?JELTSIN: Er zijn investeringen, er wordt alleen te weinig geïnvesteerd: dat is iets heel anders. Maar ook hier zien we duidelijke verbeteringen. De investeringen in de voedingsindustrie bleven vorig jaar vrijwel stabiel. De vraag naar eigen Russische producten stijgt, vandaar dat we meer investeringen verwachten. De Russische voedingsindustrie mag optimistisch zijn. Twee, drie jaar geleden waren buitenlandse producten bij onze burgers veel populairder dan de eigen producten. Vandaag is het grotendeels omgekeerd. Buitenlandse producenten die zich zorgen maken om de afzet in ons land, melden ons dat de vraag naar eigen Russische recepten weer op peil is.Toch gaat het in de rest van de sector van de verbruiksgoederen niet zo goed.JELTSIN: Daar ligt alles veel moeilijker. De investeringen blijven teruglopen, maar dat komt ook door de concurrentie die wij in het buitenland ondervinden. Rusland staat open voor invoer, terwijl onze producten worden geweerd door allerlei regeltjes die volgens ons geen enkele redelijke motivering hebben. Zoals de quotaregeling van de Europese Unie?JELTSIN: Dat hebben we geregeld. Vandaar dat we rekenen op een verbetering van de lichte industrie en dus op meer investeringen. Ik wil daar nog aan toevoegen dat we hard werken om de kunstmatige beperkingen van de Russische export weg te krijgen. Moskou is een dynamische stad geworden, maar de provincie hinkt duidelijk achterop. Zullen de vroegere autonome gebieden in de toekomst echt vrije - niet door Moskou gereglementeerde - economische zones worden?JELTSIN: In onze grondwet staat dat alle delen van de Russische federatie gelijke rechten hebben. Diezelfde grondwet legt ook duidelijk vast wat de rechten en plichten zijn van de centrale macht en van de autonome gebieden. Tegelijk zijn de diverse onderdelen van de Russische federatie zeer verschillend, zodat we bijkomende regels moeten ontwerpen. Dat wil zeggen dat we speciale verdragen moeten afsluiten tussen de centrale macht en de provincies. De helft van de Russische regio's heeft reeds zo'n verdrag op zak.Die autonome gebieden krijgen daardoor dezelfde rechten als de republieken?JELTSIN: Elk verdrag is anders. Gebieden en republieken krijgen soms speciale rechten, afhankelijk van hun mogelijkheden en samenstelling. Maar: meer rechten houden ook meer verantwoordelijkheid in. En dan is het niet belangrijk of we met een regio of een republiek onderhandelen. Ik wil toch nog een keer zeggen dat de status van republiek niet betekent dat er bijkomende rechten zijn. Voor de grondwet is iedereen gelijk. Niet alleen Bill Clinton is uw vriend. U ontmoet de Duitse bondskanselier Helmut Kohl ook erg vaak.JELTSIN: Kohl en ik spreken geregeld over vele problemen zoals dat onder staatshoofden past. Meestal hebben we het - en dat is normaal - over de economische samenwerking. U had beloofd om de Duitse culturele schatten die na de Tweede Wereldoorlog naar Rusland werden vervoerd, terug te geven. Dat is niet gebeurd.JELTSIN: We zijn allemaal op zoek naar de eerlijkste oplossing voor dat probleem, natuurlijk binnen de grenzen van het internationale recht. Ik denk dat de beste manier is om op basis van wederkerigheid en evenredigheid te werken. Er mag toch niet vergeten worden welke enorme schade de Hitler-invasie aan de cultuurgoederen van Rusland heeft toegebracht. Geen land ter wereld heeft zo geleden. U spreekt van wederkerigheid, maar na 1945 gaven de geallieerden heel veel terug. Rusland kan zelfs niet zeggen of en welke Russische culturele schatten nog in Duitsland zouden zijn.JELTSIN: We zoeken een oplossing en we creëren openingen door gebaren van goede wil. Ook daar moet de wederkerigheid spelen. Want dat versterkt mijn positie in het Russische Grondwettelijke Hof. Dat moet de wet over de teruggave goedkeuren. Copyright Knack/Der Spiegel