Op 10 februari won Kadima, de partij van aftredend minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni, de verkiezingen met een neuslengte voorsprong op de Likoed-partij van Benjamin Netanyahu. Toch zag het er in een eerste fase niet naar uit dat Kadima de premier zou leveren. Kennelijk kon Netanyahu aanvankelijk op een grotere steun van zijn rechtse bondgenoten rekenen. Daardoor zou hij sterker staan dan Livni, die het zou moeten stellen met de veel kleinere vertegenwoordiging van links in de Knesset, het Israëlische parlement.
...

Op 10 februari won Kadima, de partij van aftredend minister van Buitenlandse Zaken Tzipi Livni, de verkiezingen met een neuslengte voorsprong op de Likoed-partij van Benjamin Netanyahu. Toch zag het er in een eerste fase niet naar uit dat Kadima de premier zou leveren. Kennelijk kon Netanyahu aanvankelijk op een grotere steun van zijn rechtse bondgenoten rekenen. Daardoor zou hij sterker staan dan Livni, die het zou moeten stellen met de veel kleinere vertegenwoordiging van links in de Knesset, het Israëlische parlement. Maar Livni zou het Netanyahu zeker niet makkelijk maken in de strijd om het premierschap. Ze liep alle mogelijke kandidaten af om toch maar een meerderheid te kunnen vormen. Zo ging ze aankloppen bij de extreemrechtse Avigdor Lieberman van de partij Yisrael Beiteinu (Ons Huis is Israël), met de vraag om haar te steunen en niet Netanyahu. Dat zijn partij een racistisch gedachtegoed aanhangt, liet ze even buiten beschouwing. In ruil voor zijn steun zou ze zijn plannen voor een electorale hervorming onderschrijven, net als zijn eis om het exclusief wettelijke huwelijk mogelijk te maken, en op die manier de greep van de orthodoxe rabbijnen op de maatschappij losser te maken. Omdat de bondgenoten van Netanyahu zich sterk hadden gekant tegen die twee eisen, hoopte Livni Lieberman aan haar kant te krijgen. Ook al verklaarde hij zelf dat 'hij zijn hart verloren heeft aan rechts' en hij een 'nationalistische regering wil zien oprijzen'. De eventuele keuze voor Lieberman zou Kadima sowieso niet veel opleveren, meende de Israëlische krant Ha'aretz op 15 februari. Kadima krijgt geen coalitie op de been, met of zonder Lieberman, zo klonk het. Mét Lieberman krijgt ze noch de Arbeiderspartij, noch het linkse Meretz over de streep. En zonder Lieberman weigeren Likoed en de ultraothodoxen om toe te treden. Dat zou goed nieuws zijn voor Netanyahu, ware het niet dat ook hij geen coalitie op de been lijkt te krijgen. Ook hij heeft onvoldoende steun. Eerst wou hij de steun van de Arbeiderspartij van aftredend minister van Defensie Ehud Barak opzoeken. Maar die scoorde slecht bij de verkiezingen, ze zakte van 19 naar 13 zetels. En dus zou Netanyahu zich uiteindelijk toch tot Kadima moeten richten. In dat geval zou hij proberen om Livni ervan te overtuigen haar eigen ambities als premier aan de kant te zetten en zich bij hem te voegen in een brede coalitieregering. Hij zou Kadima naar zich toe kunnen trekken met thema's als het kernprogramma van Iran, de recessie, en het probleem Hamas en de Libanese Hezbollah. Om de pil te vergulden zou hij bovendien kunnen overwegen om twee belangrijke ministersportefeuilles aan Kadima toe te vertrouwen: die van minister van Buitenlandse Zaken aan Tzipi Livni, en die van Defensie aan haar adjunct, Shaul Mofaz, die ook al Defensieminister was onder Ariel Sharon. Ondertussen stuurt Kadima aan op een rotatieregering. Livni zou daarbij gedurende twee jaar de regering leiden, gevolgd door twee jaar Netanyahu. Voor aftredend minister van Binnenlandse Veiligheid Avi Dichter (Kadima) is dat het minste wat zijn partij als winnaar van de verkiezingen kan eisen. 'Zonder het leiderschap van de regering zal ze in de oppositie gaan zitten', aldus Dichter. Netanyahu loopt allesbehalve warm voor zo'n rotatieregering. Een dergelijke formule is niet nieuw voor Israël: het land kende al eens een rotatieregering in 1984, met de Arbeiderspartij en Likoed. Of die er nu ook effectief komt, zal afhangen van wie de regering zal mogen vormen. Hoe dan ook belooft de regeringsvorming een werk van lange adem te worden. Erg veel haast is er niet. De kandidaat-formateur heeft zes weken de tijd om zijn opdracht af te ronden. © The Economist Vertaling en bewerking: Ingrid Van Daele