Een niet zo verre toekomst. Op een naamloos, tropisch eiland heeft het schimmige concern Onyx een vrijhaven voor de financiële elite ingericht. Die komt van pas, zeker nu de wereld door rampspoed is getroffen en het systeem waarvan de superrijken jarenlang de vruchten hebben geplukt, is ingestort. Ondanks de adembenemend mooie omgeving lijken de uitverkorenen er niet echt vrij. Duvall, zowel de gatekeeper van het eiland als het hoofd van de geheime dienst, wikt en beschikt over het lot van de nieuwkomers, en over dat van de inheemse bewoners die tot slaven zijn gedegradeerd.
...

Een niet zo verre toekomst. Op een naamloos, tropisch eiland heeft het schimmige concern Onyx een vrijhaven voor de financiële elite ingericht. Die komt van pas, zeker nu de wereld door rampspoed is getroffen en het systeem waarvan de superrijken jarenlang de vruchten hebben geplukt, is ingestort. Ondanks de adembenemend mooie omgeving lijken de uitverkorenen er niet echt vrij. Duvall, zowel de gatekeeper van het eiland als het hoofd van de geheime dienst, wikt en beschikt over het lot van de nieuwkomers, en over dat van de inheemse bewoners die tot slaven zijn gedegradeerd. Duvall en zijn tanende denkvermogen staan centraal in Roderik Six' meest zintuiglijke en desoriënterende roman tot op heden. Een roman ook waarbij je de hitte op je huid voelt en de plot bij een eerste lezing volkomen ondergeschikt lijkt aan de taal. 'Bij mijn vorige romans, Vloed en Val, had ik al de indruk dat ik op de toppen van mijn tenen aan het schrijven was', zegt Six. 'Voor Volt ben ik nog veel dieper in de taal gedoken.' Zo diep dat de indruk ontstaat dat het verhaal naarmate het boek vordert door de taal wordt verzwolgen. Het is alsof u de lezer van Volt tot een tweede lezing dwingt. Roderik Six: Ik denk dat de lezer daar baat bij kan hebben. Volt gaat over geheimen en daarom geeft het boek ook niet meteen alles prijs. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat het hoofdpersonage, Duvall, een geheugenstoornis ontwikkelt door het levensverlengende serum dat hem wordt toegediend. Bovendien staat de tijd op het eiland zo goed als stil. Elke dag is er precies hetzelfde. Mede omdat Duvalls verleden niet meer wordt aangevuld met nieuwe ervaringen ontstaan er gaten in zijn geheugen en gedachten, en ook in de tekst. Ik begrijp dus wel dat je je als lezer afvraagt: waar gaat dit naartoe? Wel ja, het gaat nergens naartoe, tenzij naar een soort nulpunt. Lezers die graag een netjes afgewerkte plot hebben, zullen het daar moeilijk mee hebben. Six: Ik heb een hekel aan boeken met een afgewerkte plot. Veel romans lijden aan een ziekte die overgewaaid is uit het thrillergenre: wanneer ze de laatste pagina hebben omgeslagen, moeten lezers het bevredigende gevoel hebben dat ze het boek snappen. Op die manier pretenderen veel auteurs dat je alles in dit leven kunt verklaren aan de hand van een coherent verhaal. Dat is niet zo. De menselijke geest is één grote warboel. Vraagt u op die manier niet veel van de lezer? Six: Literatuur is een kunstvorm, het is geen entertainment. Ik ben hier niet om lezers te ontspannen. Ik ben hier om ze aan het werk te zetten en ze te doen nadenken over de taal, de wereld waarin we leven en ten slotte over zichzelf. Zelfs na een tweede lezing blijven heel wat vragen die Volt opgooit onbeantwoord. Bijvoorbeeld: zijn de rijke mannen die op dat eiland leven er vrijwillig naartoe getrokken of leven ze er als bannelingen? Six: Dat laat ik aan de interpretatie van de lezer over. Als je met een boek naar buiten komt, is het heel interessant om te zien hoe iedereen er een eigen betekenis aan geeft. Een van de proeflezers zag er bijvoorbeeld een allegorie van het Derde Rijk in. Dat is mooi, want zo krijg ik een beeld terug dat ik niet voor me zag toen ik aan het schrijven was. Zelfs voor mij is Volt dus soms nog een mysterie. Om terug te keren naar je vraag: een eiland, en zeker een tropisch eiland, lijkt het ideaalbeeld van een vrijhaven. Terwijl het net zo goed een gevangenis kan zijn - het kan zowel om een Caraïbisch eiland als om Alcatraz gaan. Het staat wel vast dat wie op dat eiland aankomt, er niet per se beter aan toe is dan voorheen. Hoe Duvall omgaat met de nieuwkomers, de minachting waarmee hij hen behandelt: die mensen behoorden ooit tot de financiële elite, maar zodra ze op het eiland zijn, worden ze volledig ontdaan van hun identiteit, van hun persoonlijkheid. Ze worden leeggezogen, zelfs letterlijk. Waarna ze in een blauw pakje worden gestoken en in een glazen toren nutteloos werk moeten verrichten. Denkt u dat de financiële elite zich effectief aan het voorbereiden is op het einde van de wereld of op de ineenstorting van het kapitalisme? Six: Geloof me, die één procent superrijken is al volop bezig met schuilkelders, compounds en bunkers te bouwen. Zij voelen instinctief aan dat het huidige systeem niet kan blijven bestaan. Veel van die mensen leven trouwens al op een eiland, figuurlijk dan. Ik woonde op het eiland Bonaire, in de Caraïben, toen de staf van Paul Allen, de medeoprichter van Microsoft die vorig jaar is overleden, er aanmeerde met een privéjacht dat meer weg had van een oorlogsschip. Tal van veiligheidsmensen en bedienden kwamen er restaurants en duikplekken checken, als voorbereiding op Allens komst. Nadat hij tien dagen later op de luchthaven was geland, bracht een helikopter hem naar dat jacht, hoewel dat slechts twee kilometer van het platform lag. Die man leefde in een soort kooi. Niets wat hij daar deed, was spontaan. U besteedt in Volt nogal wat aandacht aan de Caraïbische fauna, vooral die in en rond het water. Six: Op Bonaire zelf heb ik weinig geschreven, of toch weinig regelmatig. Het eilandidee is daar wel ontstaan, en ik heb er veel notities genomen. Verder was er niet zo veel te doen, dus heb ik leren duiken. Op zich is dat al heel interessant om te doen, omdat het heel tegennatuurlijk is. En levensgevaarlijk, want als er dertig meter onder de zeespiegel iets verkeerd gaat, ben je er geweest. Maar zodra ik onder water was, ervoer ik een enorme rust, een totale ontspanning, een sterke aanwezigheid in het nu. Ik vergat al mijn zorgen, voelde me als een vis tussen de vissen. Ik keerde als het ware terug naar een natuurlijke staat. Dat gevoel is ook in het boek terechtgekomen. Uw collega Peter Verhelst noemde Volt op de boekpresentatie 'een literaire bom'. Six: Dat raakt me omdat hij een kunstenaar is die ik enorm bewonder. Hij is ook ten dele een leermeester voor me geweest. Maar waar ik hem vooral voor bewonder, is dat hij de Nederlandse taal heeft veranderd, net zoals Hugo Claus en Ivo Michiels dat indertijd hebben gedaan. Hij heeft onze taal een duw gegeven, woorden een associatie gegeven die ze voordien niet hadden. En misschien klinkt het arrogant, maar dat wil ik ook, de Nederlandse taal veranderen. Intussen is bekend dat de filmrechten van zowel Vloed en Val zijn verkocht . Hoe staat het daarmee? Six: Veel kan ik daarover niet kwijt, behalve dat mijn rol daarin voornamelijk adviserend is. Natuurlijk zal ik wel over de kwaliteit waken. Het laatste wat ik wil, is dat het alledaagse Vlaamse films worden. Eigenlijk verwacht ik van die regisseurs dat ze met mijn verhalen de grenzen van hun medium aftasten.