We hebben een mooie Ronde van Vlaanderen gezien. Al gaven de vedetten op het einde niet thuis en liet de finale daardoor een beetje te wensen over. Bovendien hebben we een bloedmooie Parijs-Roubaix gekregen. Maar de mooiste van alle klassiekers is de Doyenne. Wij zijn trouwens niet de enigen die zo lyrisch worden over Luik-Bastenaken-Luik, de renners zelf hebben er ook last van. In een enquête van het Franse wielerblad Vélo Magazine verkozen zij de Ardennentocht tot de mooiste klassieker van de jaren '90. Vóór Milaan-Sanremo, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen en de Ronde van Lombardije.
...

We hebben een mooie Ronde van Vlaanderen gezien. Al gaven de vedetten op het einde niet thuis en liet de finale daardoor een beetje te wensen over. Bovendien hebben we een bloedmooie Parijs-Roubaix gekregen. Maar de mooiste van alle klassiekers is de Doyenne. Wij zijn trouwens niet de enigen die zo lyrisch worden over Luik-Bastenaken-Luik, de renners zelf hebben er ook last van. In een enquête van het Franse wielerblad Vélo Magazine verkozen zij de Ardennentocht tot de mooiste klassieker van de jaren '90. Vóór Milaan-Sanremo, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen en de Ronde van Lombardije. Ondertussen zal de volgorde misschien gewijzigd zijn. Nu Erik Zabel en zijn Telekoms systematisch de Primavera domineren, lijkt Milaan-Sanremo tot een spurtersklassieker gedegradeerd te zijn. Dat levert al enkele jaren de prachtigste koninginnensprint op. Maar Parijs-Tours naar de kroon steken, is toch nooit de ambitie van de Italiaanse openingsklassieker geweest. Ook andere wereldbekerkoersen slagen er niet altijd in om hun autoriteit te bewaren. Niet dat we Ronde van Vlaanderen-winnaar Gianluca Bortolami, die ooit de wereldbeker won, willen vergelijken met zijn voorganger Jacky Durand, of met Parijs-Roubaix-winnaar Frédéric Guesdon. Maar het moet gezegd dat hij zijn punten in die bewuste wereldbeker vooral in koersen van tweede garnituur sprokkelde. Alleen de Ardense clash van zondag staat al jaren als een rots in de branding. Renners roemen de veeleisendheid: tien snedige hellingen van meer dan een kilometer lang, de andere worden gewoon niet geteld. Luik-Bastenaken-Luik laat de renners amper tijd om te ademen, het totale hoogteverschil (4 kilometer) kan de vergelijking doorstaan met een stevige bergrit in de Ronde van Frankrijk. De moeizame recuperatie loodst daarom steevast de sterkste renners van de dag naar winnende posities. In Parijs-Roubaix kan pech of toeval nogal eens meespelen en in de Ronde van Vlaanderen kan een aarzeling na de beklimming van de Muur van Geraardsbergen bepalend zijn. Maar niet in Luik-Bastenaken-Luik. Overigens liegt de erelijst er niet om. Vijf keer Eddy Merckx, vier keer Moreno Argentin, twee keer Sean Kelly, Rik Van Looy, Roger De Vlaeminck en Jacques Anquetil. Eigenlijk wurmde alleen Joseph Bruyère zich als rasechte knecht tussen de allergrootsten, maar die had dan ook de goedkeuring van de Kannibaal zelf.ZURE SPIERENKenners menen het klassieke wielerseizoen in twee delen te moeten splitsen. Van begin maart - gemakshalve nemen we ook de Belgische openingskoersen in het plaatje op - tot half april hebben we de Vlaamse klassiekers, daarna komt de Waalse week die eindigt bij de Amstel Gold Race in Nederland. In het eerste deel komen vooral de renners met een enorm gabarit aan hun trekken: hardrijders als Franco Ballerini, Andrea Tafi of Andrei Tchmil die urenlang het tempo hoog kunnen houden. Vanaf de Waalse Pijl nemen de klimmers en de ronderenners het over. Want de Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik en in mindere mate de Amstel Gold Race zijn ideaal voor renners die hun spieren tijdens zware kliminspanningen ongestraft in de verzuring kunnen fietsen. Die opdeling wordt onder meer gebaseerd op het feit dat weinig renners een overwinning in de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix met winst in Luik combineren. Sean Kelly, Rik Van Looy en Eddy Merckx zijn de enige uitzonderingen. Toch blijft het een kunstmatige splitsing. Al klopt het voor sommigen wel: wie liever op Vlaamse heuvels spurt en niet genoeg uithoudingsvermogen heeft voor langere beklimmingen, zal in de Doyenne niet aan zijn trekken komen. Renners als Durand of Erik Dekker moeten waarschijnlijk afhaken. Maar daar staat tegenover dat verschillende typische klassiekercoureurs het in Luik-Bastenaken-Luik net heel erg goed deden. Sean Kelly, de Johan Museeuw van de jaren tachtig, won bijvoorbeeld twee keer op de boulevard de la Sauvenière. Museeuw zelf was er twee keer héél dichtbij. En verder staat de erelijst vol 'Vlaamse' coureurs. Zoals Rolf Sörensen die in 1993 Luik-Bastenaken-Luik op zijn palmares mocht schrijven en de Vlaamse Italiaan Michele Bartoli die in 1997 en 1998 won. Zelfs Frank Vandenbroucke, de grootse winnaar in 1999, doet de stelling wankelen: hij was in datzelfde jaar tweede geworden in de Ronde van Vlaanderen en zevende in Parijs-Roubaix. Zo ontkrachtte hij meteen ook de mythe dat wie in Meerbeke en Roubaix presteert, in Luik steevast buiten de prijzen valt. Ook Sörensen en Bartoli hadden die conclusie overigens al naar de prullenmand verwezen.GEEN EINDWINNAARSIs Luik-Bastenaken-Luik dan geen typische koers voor ronderenners? Nee, maar het is wél een wedstrijd waarin die zich beter thuis voelen dan in het gewriemel, gehots en gebots van Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Daarom staat Bernard Hinault wél op de erelijst in Luik, en niet op die van de Ronde van Vlaanderen. Maar de geschiedenis bewijst het tegendeel. Slechts één winnaar van de jongste tien edities van Luik-Bastenaken-Luik had een hoofdrol in de Ronde van Frankrijk kunnen spelen: de Rus Evgueni Berzin. Hij won in 1994 trouwens zowel de Doyenne als de Ronde van Italië, in dienst van de Gewiss-Balan-superploeg. Zelfs de afwezigheid van Belgen op de erelijst illustreert de stelling. Claude Cricquielion, onze meest typische ronderenner van de voorbije vijftien jaar, slaagde er nooit in Luik-Bastenaken-Luik te winnen. En Erik Van Lancker, winnaar in 1990, of de laureaat van 1992, Dirk De Wolf kun je bezwaarlijk ronderenners noemen. Ook Vandenbroucke was in april 1999 in de eerste plaats een klassiekercoureur in de snelste Doyenne ooit (gemiddeld 41 kilometer per uur) - al had hij wel Parijs-Nice gewonnen en werd hij later dat jaar nog winnaar op punten in de Ronde van Spanje. Ook klimmer Paolo Bettini, de winnaar van de jongste Luik-Bastenaken-Luik, is hooguit een ritwinnaar in de grote ronden, géén eindwinnaar. De kans is groot dat hij zondag weer een hoofdrol speelt in de rit naar Ans. De kans dat Patrick Lefevere straks zijn tweede Doyenne op rij wint - eerst met Mapei, nu met Domo - is kleiner, maar niet onbestaand. Axel Merckx fietste zich al twee keer in de top-10, en het verleden heeft geleerd dat latere winnaars vaak in de erelijsten van de voorbije jaren terug te vinden zijn. Mik dus ook maar op een Rolf Sörensen in conditie, kijk naar Davide Rebellin, Vladimir Belli, Peter Farazijn en de Lotto-Belgen, maar hou toch maar vooral de Nederlander Michael Boogerd in het oog. In 1999 gekleineerd door Frank Vandenbroucke - die voorspelde op welke plek hij Boogerd zou losrijden en dat dan nog deed ook - en vorig jaar in Luik-Bastenaken-Luik helemaal van het toneel verdwenen. Maar de grote vorm die Boogerd enkele weken geleden in de Brabantse Pijl etaleerde, maakt hem zondag tot topfavoriet. En dat zet een klassementsrijder op de erelijst en onze hele argumentatie op de helling.Frank Demets