Tijdens de met veel gedruis aangekondigde nepministerraad van afgelopen vrijdag nam de federale bewindsploeg welgeteld één concrete maatregel: ze schorste de beslissing van de eigen Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) over de tarieven voor gastoevoer. De regering nam het besluit, in enkele seconden tijd, zonder voorafgaand overleg met de CREG. Tijdsgebrek kan hier niet worden ingeroepen, want de regering had 30 dagen de tijd om de maatregel van de CREG aan te vechten of te schorsen.
...

Tijdens de met veel gedruis aangekondigde nepministerraad van afgelopen vrijdag nam de federale bewindsploeg welgeteld één concrete maatregel: ze schorste de beslissing van de eigen Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) over de tarieven voor gastoevoer. De regering nam het besluit, in enkele seconden tijd, zonder voorafgaand overleg met de CREG. Tijdsgebrek kan hier niet worden ingeroepen, want de regering had 30 dagen de tijd om de maatregel van de CREG aan te vechten of te schorsen. Maar de beslissing van de CREG ging in tegen de belangen van de Franse nutsgroep Suez, die met het Italiaanse ENI onderhandelt over de verkoop van Distrigas. En dát kan een Belgische regering niet hebben. In één beweging keurde de regering, zoals een tijdje geleden door ons zusterblad Trends werd voorspeld, een ontwerp van wet goed waarbij een aantal betwiste Distrigascontracten worden geregulariseerd. Daardoor kan Distrigas & Co, een Distrigas-dochter, voor goed 900 miljoen euro van de hand worden gedaan aan netwerkbeheerder Fluxys. Inzet van de schorsing en van de nieuwe wet is een buit van 500 à 700 miljoen euro, te verdelen tussen Suez en de Belgische gemeenten. Die zijn immers eigenaar van Fluxys - dat het overnamebedrag zonder verpinken aan de verbruikers zal doorberekenen. Met de opbrengst van de verkoop van Distrigas & Co betaalt het Franse Suez, via zijn Belgische cashmachine Electrabel, 96 procent van de 250 miljoen euro waarmee de elektriciteitsproducenten de krakkemikkige Belgische begroting stutten. De mededeling die minister van Klimaat en Energie Paul Magnette (PS) afgelopen maandag verspreidde naar aanleiding van het door hem bereikte akkoord met de elektriciteitsproducenten over hun bijdrage tot de federale begroting, getuigt dan ook van een zelfs naar Belgische normen uitzonderlijk politiek cynisme. Kennelijk lag het persbericht waarin het zogenaamde akkoord werd aangekondigd vorige vrijdag al klaar. Maar uit politiek opportunisme werd het pas op maandag verspreid - alleen verzuimden de medewerkers van de PS-minister de datum te wijzigen. Terwijl de Franstalige regeringspartijen voort de Belgische uitverkoop begeleiden - want de overeenkomst met Suez was vooral een zaak van Didier Reynders en Elio Di Rupo, twee heren die zich graag laten fêteren door de top van het Franse bedrijf - zwemt premier Yves Leterme steeds dieper de fuik in die zijn federale regering voor hem en zijn partij CD&V is geworden. De voorbije dagen zette Leterme forse druk om het kartel van CD&V en N-VA tot zware toegevingen te dwingen in de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde. De omgeving van de premier liet hierover een proefballon op via De Standaard, om de achterban alvast op een en ander voor te bereiden. Om van de Franstalige partijen de splitsing van de veelbesproken kieskring te verkrijgen, is Leterme niet alleen bereid aan de Franstalige bewoners van de Vlaamse Rand een inschrijvingsrecht in Brussel te geven. De premier blijkt ook een voorstander van enige inspraak voor de Franse Gemeenschap in zaken van onderwijs en cultuur in die Vlaamse Rand. Zelfs een wijziging van de Brusselse grenzen is voor hem bespreekbaar. Die uitbreiding in de vorm van een corridor langs de Waterloose steenweg van het Brussels naar het Waals Gewest, is een denkspoor dat in CD&V-cenakels wordt besproken zonder dat iemand het uitproest. Sterker nog: als hij daarmee zijn regering in stand kan houden, is Leterme ook bereid te ijveren voor de benoeming van de door Vlaams minister Marino Keulen geschorste Franstalige burgemeesters van Kraainem, Linkebeek en Wezembeek-Oppem. Maar voor dat laatste heeft Leterme de steun nodig van zijn partijgenoot en opvolger als minister-president van de Vlaamse regering, Kris Peeters. En die houdt tijdens de topbijeenkomsten met Leterme en andere regeringskopstukken de kaken stijf op elkaar. De Franstalige regeringspartijen zijn er blijkbaar gerust op. Bij elke poging van minister Jo Vandeurzen, een van de twee ministers van Institutionele Hervormingen in de federale regering, om zijn Franstalige evenknie Didier Reynders te ontmoeten, laat die laatste steevast weten geen tijd te hebben voor dat soort besognes. Het is bekend: een loopknecht van Suez heeft altijd nog wel een dringende klus... door Rik Van Cauwelaert