JA
...

JAMarleen Vanderpoorten'Reclame en sponsoring ontslaat de overheid niet van haar plicht het onderwijs te financieren en te subsidiëren. En dat is ook niet de bedoeling. De minister wil wel duidelijkheid. Wat is de huidige situatie? Er is wel een oude rondzendbrief over handelspraktijken, maar verder bestaat er een juridisch vacuüm in verband met sponsoring en reclame op scholen. De minister wil dat vacuüm opvullen. Reclame ís in onze scholen aanwezig, maar de redenering lijkt te zijn: alles is in orde als we het maar niet zien. En als we het dan toch moeten zien, dan gaat er een klacht naar de commissie Laakbare Praktijken, die zelden een sanctie voorstelt. Anders gezegd: de huidige situatie is schijnheilig, er bestaat geen rechtszekerheid en er is rond reclame en sponsoring ook geen beleid en geen communicatie met ouders, leerkrachten en leerlingen. Daarom wil de minister decretaal laten opnemen dat reclame en sponsoring in principe niet verboden zijn, maar dat de scholen zelf hierover een duidelijk standpunt moeten innemen en ook een duidelijk beleid moeten voeren dat ze in het schoolreglement opnemen. Met andere woorden: reclame en sponsoring behoren tot de autonomie van de school. De scholen kunnen zichzelf uitroepen tot reclamevrije school. Ze kunnen ook zeggen dat ze reclame willen, maar dan met duidelijk afgebakende grenzen en onder welbepaalde voorwaarden. Een commissie Zorgvuldig Bestuur kijkt toe op het beleid van de school. Ze gaat na of het gevoerde beleid niet in strijd is met de onderwijsopdracht van de school en controleert meteen of de onafhankelijkheid, de objectiviteit en de geloofwaardigheid van de school niet in het gedrang komen. Hier is dan wel een sanctie voorzien: we kunnen de werkingsmiddelen laten terugbetalen. Hierdoor wordt rechtszekerheid gecreëerd, krijgen de ouders, leerkrachten en leerlingen correcte inlichtingen over het reclame- en sponsoringbeleid van de school. Nu hebben ze daar geen impact op. Het heeft geen zin om de kop in het zand te steken. De samenleving zit vol reclame en die komt nu ook al onze scholen in. Kinderen en jongeren daarmee leren omgaan, op een kritische manier, is een taak van ouders én van de school.'NEECarine VansteenbruggeCarine Vansteenbrugge reageert afwijzend op het voorstel om sponsoring en reclame toe te laten op school. De medewerkster van de studiedienst van de Bond van Grote en Jonge Gezinnen vindt het de taak van de overheid om middelen ter beschikking te stellen aan scholen. 'Ouders en scholen hebben de taak kinderen te vormen tot kritische consumenten en te leren omgaan met reclame. Het staat natuurlijk haaks op hun opdracht als de school dan zelf reclame gaat voeren. Promotie is net gericht op beïnvloeding en het uitsluiten van iedere vorm van kritisch denken. Zeker de jongste kinderen zijn zeer beïnvloedbaar door sponsoring en reclame en moeten worden beschermd. Alhoewel oudere jongeren veel minder kwetsbaar zijn, geeft het voorstel van minister Vanderpoorten de reclamesector een gedroomd kanaal voor een doelgroep die anders moeilijk te bereiken is. In sommige scholen gebeuren er al promotionele acties, maar we moeten dit toch niet steunen? Er zal altijd wel een grijze zone blijven waar de regels overtreden worden, maar het voorstel geeft een verkeerd signaal aan de scholen. Bestaande reclame en sponsoring moeten we terugdringen, zeker als het gaat om het aanprijzen van consumptieartikels. Ouders die niet akkoord gaan met de houding van de school over dit heikel punt weten niet dat ze naar de commissie Laakbare Praktijken kunnen stappen, anders zouden zij veel meer klachten binnenkrijgen. Het meldpunt moet dus beter bekend en toegankelijker gemaakt worden. Bovendien bestaat het risico scholen met twee snelheden te creëren. De ene school zal al interessanter zijn voor de reclamesector dan de andere en zal zo meer middelen verwerven waardoor de bestaande ongelijke onderwijskansen voor kinderen nog groter worden. Het enige punt waar mogelijk een discussie over gevoerd kan worden, is het beschikbaar stellen van materiaal voor technische scholen. Dit beschouwen wij niet als sponsoring, maar het mag uiteraard de onafhankelijkheid en neutraliteit van de betrokken scholen niet in het gedrang brengen. Aangezien het voorstel veel tegenkanting krijgt, denken wij dat het niet in deze vorm aanvaard zal worden. Zowel de Scholierenkoepel als de Vlaamse Onderwijsraad gaan niet akkoord met het voorstel tot decreet. Enkele jaren geleden lobbyden wij al eens succesvol tegen een soortgelijk plan. Iedere mens met gezond verstand ziet toch dat de enige reden om dit toe te laten het tekort aan middelen is, en zorgen voor een voldoende financiering van de scholen blijft een taak voor de overheid.'Opgetekend door Maarten Billiet en Misjoe Verleyen