Als er klassieke hitlijstjes worden gemaakt staat het Requiem van Mozart gegarandeerd ver vooraan. Dat spreekt helemaal niet vanzelf. Van de veertien delen maakte Mozart er maar twee helemaal af, voor negen andere schreef hij de stemmen en een baspartij uit en van het beroemde Lacrimosa zijn maar acht maten authentiek. De orkestratie van twaalf delen, maar ook de compositie van alle andere delen is van minstens drie andere componisten. De belangrijkste is...

Als er klassieke hitlijstjes worden gemaakt staat het Requiem van Mozart gegarandeerd ver vooraan. Dat spreekt helemaal niet vanzelf. Van de veertien delen maakte Mozart er maar twee helemaal af, voor negen andere schreef hij de stemmen en een baspartij uit en van het beroemde Lacrimosa zijn maar acht maten authentiek. De orkestratie van twaalf delen, maar ook de compositie van alle andere delen is van minstens drie andere componisten. De belangrijkste is Franz Xaver Süssmayr, die het werk afmaakte omdat Mozarts vrouw Constanze het voorschot dat ze gekregen had van de opdrachtgever, ene graaf Walsegg, niet kon terugbetalen. Hoewel Süssmayr de boel volgens autoriteiten als Brahms en Wagner grondig verprutst heeft, duurde het toch tot de twintigste eeuw tot er weer aan het werk werd gesleuteld. Niet voor niets zijn de meeste aanpassingen na 1984 gepubliceerd: het jaar waarin de film Amadeus uitkwam. Maar een van de betere restauraties is ouder: die van de Oostenrijker Franz Beyer uit het begin van de jaren zeventig, meteen ook een van de meest expressieve. Vooral zijn Hostias is én mooi gebalanceerd én heel mozartiaans van bouw. Het is die Beyerversie die La Petite Bande van Sigiswald Kuijken en het Nederlands Kamerkoor gebruikten voor hun opname in 1986. Die werd onlangs tot onze grote tevredenheid opnieuw uitgebracht. Het gaat om een krachtige, theatrale uitvoering met veel sterke accenten, zowel in de koorzangen en solo's als bij het orkest. Dat is een verantwoorde keuze. Weinig grote requiems werden geschreven voor een echte lijkdienst, ze werden wel vaak in kerken opgevoerd maar dan vooral als herinneringsplechtigheid. Deze versie is wel een van de meest 'Italiaanse': ze doet ons vaker denken aan het Requiem van Verdi dan aan de barokke voorbeelden van Mozart. Maar de stijl van het werk, een van zijn zeldzame religieuze composities, is ondanks dat stapje terug in de tijd toch briljant en operatisch. De opname uit 1986 was van een uitstekende kwaliteit, zowel technisch als wat de uitvoering betreft. Vrijwel nergens is te horen dat het een liveopvoering was, behalve aan het eindapplaus en aan één korte glitch van soliste Ingrid Schmithüsen. Toch is de spanning van de liveopname goed merkbaar. Deze cd heeft niets van zijn oorspronkelijke kwaliteiten verloren en het blijft een van onze favorieten. MOZART, REQUIEM IN D MINEUR KV 626, LA PETITE BANDE, SIGISWALD KUIJKEN EN HET NEDERLANDS KAMERKOOR, ACCENT ACC 68645. Peter Vandeweerdt