De vermaarde militair ingenieur Henri Alexis Brialmont schreef over zijn collega: 'Van der Smissen is een goed soldaat, meer niet. Hij moet op zijn hoede zijn voor zijn eerste ingeving, die altijd verkeerd is. (...) Hart van steen, ijzeren arm, leeghoofd: ziedaar de man! Ik vrees dat hij last zal berokkenen.' Bovendien werd de bevelhebber van het legioen achtervolgd door het verleden van zijn vader, generaal Jacob Van der Smissen. Die was in 1841 betrokken geweest bij een orangistisch complot en ter dood veroordeeld, maar wist - gehuld in vrouwenkleren - te ontsnappen naar Duitsland.
...

De vermaarde militair ingenieur Henri Alexis Brialmont schreef over zijn collega: 'Van der Smissen is een goed soldaat, meer niet. Hij moet op zijn hoede zijn voor zijn eerste ingeving, die altijd verkeerd is. (...) Hart van steen, ijzeren arm, leeghoofd: ziedaar de man! Ik vrees dat hij last zal berokkenen.' Bovendien werd de bevelhebber van het legioen achtervolgd door het verleden van zijn vader, generaal Jacob Van der Smissen. Die was in 1841 betrokken geweest bij een orangistisch complot en ter dood veroordeeld, maar wist - gehuld in vrouwenkleren - te ontsnappen naar Duitsland. Als gedecoreerd veteraan van de Franse veldtocht in Algerije beschikte Alfred Van der Smissen echter over iets wat haast geen enkele andere Belgische militair had: frontervaring. In Mexico liet hij zich onmiddellijk opmerken door zijn agressieve aanpak. Zo verplichtte hij zijn soldaten na een afmattende mars te defileren voor het lijk van een strijdmakker, die tegen de bevelen in zijn kepie had afgezet en bezweken was aan een zonnesteek. In maart 1865 beval hij een wraakactie in pure 'Vietnamstijl' tegen het collaborerende dorp Zitacuaro. Daarbij werden de hutten van de in paniek wegvluchtende bevolking in de as gelegd en werd de alcalde (burgemeester) door Van der Smissen persoonlijk zwaar mishandeld. Hun eerste 'optreden' bezorgde de Belgen dan ook een bijzonder kwalijke reputatie bij de Mexicaanse bevolking. Toen op 11 april 1865 een Belgische eenheid in Tacambaro zware verliezen leed, blameerde Van der Smissen onmiddellijk de bevelvoerende officier, de Gentenaar Constant Tydgadt. Dat de man zich - net als de rest van zijn bataljon - dapper verweerd had tegen de verpletterende overmacht, was voor Van der Smissen geen punt. Hij zou de zwaargewonde Tydgadt zodanig hebben geïntimideerd dat diens dood volgens sommigen het gevolg was van zelfmoord. Zijn eigen verantwoordelijkheid in het debacle - hij had nagelaten versterking te sturen - weigerde Van der Smissen onder ogen te zien. Maandenlang werd het thuisfront dan ook in het ongewisse gelaten over de ware toedracht van de mislukking en op 29 juli 1865 moest de regering in de Kamer toegeven nog steeds geen precieze gegevens te hebben over het aantal doden en gewonden. De confrontatie met Tydgadt was geen alleenstaand feit. Na de overwinning in Charco Redondo (18 juni 1866) weigerde Van der Smissen twee verdienstelijke officieren voor te dragen voor een onderscheiding, omdat die zich in het verleden nogal kritisch hadden opgesteld tegenover hun commandant. Ook met het Franse opperbevel en de 'minderwaardige' generaals van Maximiliaan kreeg de kolonel het geregeld aan de stok. Het Mexicaanse avontuur legde Van der Smissen nochtans geen windeieren. Hij werd generaal en vleugeladjudant van Leopold II. Tijdens de grote stakingen begin 1886 voerde hij het bevel over de ordestrijdkrachten en deed dat op zijn eigen gebruikelijke wijze. Resultaat: twintig doden, tientallen gewonden en heel wat materiële schade. Zes jaar later schoot de 72-jarige generaal zich in zijn woning in Sint-Joost-ten-Node een kogel door het hoofd. Door Frank DecatWie een geweer kon vasthouden, werd aangenomen.