Op 21 augustus moet in de Muntschouwburg in Brussel de eerste orkestrepetitie plaatsvinden van het nieuwe seizoen. Ze staat onder leiding van Mark Wigglesworth. Hij kreeg van algemeen directeur Peter De Caluwe niet lang geleden een contract als muziekdirecteur van de Munt. En werd even nadien, op aansturen van het orkest dat hij vijf jaar onder zijn hoede zou nemen, alweer ontslagen. Toch begint hij deze week aan een reeks opdrachten voor dit seizoen, maar dan als uit de hand gelopen gastdirigent. U volgt niet meer? Dat is begrijpelijk: het heeft dan ook veel weg van een film van Federico Fellini: Prova d'orchestra, waarin een orkest in opstand komt tegen zijn dirigent.
...

Op 21 augustus moet in de Muntschouwburg in Brussel de eerste orkestrepetitie plaatsvinden van het nieuwe seizoen. Ze staat onder leiding van Mark Wigglesworth. Hij kreeg van algemeen directeur Peter De Caluwe niet lang geleden een contract als muziekdirecteur van de Munt. En werd even nadien, op aansturen van het orkest dat hij vijf jaar onder zijn hoede zou nemen, alweer ontslagen. Toch begint hij deze week aan een reeks opdrachten voor dit seizoen, maar dan als uit de hand gelopen gastdirigent. U volgt niet meer? Dat is begrijpelijk: het heeft dan ook veel weg van een film van Federico Fellini: Prova d'orchestra, waarin een orkest in opstand komt tegen zijn dirigent. Terug naar de zomer van 2005, toen bekend werd dat De Caluwe vanaf 1 juli 2007 Bernard Foccroulle zou opvolgen. Op 27 juni 2005 liet hij in De Morgen optekenen dat hij Kazushi Ono, de toenmalige chef-dirigent, 'een genie' vond. Juist gezien, en ook helemaal de mening van het orkest. Diezelfde dag klonk het in De Tijd dat De Caluwe droomde van 'een groep dirigenten die geregeld terugkeren' - een soort oligarchie dus -, maar dat hij het idee van één muziekdirecteur ook genegen was: 'Een chef-dirigent bepaalt de identiteit van het huis en van het orkest, en is een belangrijke bewaker van de kwaliteit.' Mooi gezegd, maar niet helemaal juist. Een chef bepaalt niet de identiteit van een orkest, want die identiteit heeft het van zichzelf. Alles welbeschouwd is het dispuut tussen De Caluwe en zijn orkest tot dit zinnetje terug te voeren. Al snel leek het erop dat De Caluwe, die een manager is en op een navenante, bedrijfsmatige manier nadenkt over de stroomlijning van het operahuis, zijn eigen dirigent zou meebrengen. Op 19 april 2006 berichtten de kranten inderdaad dat Kazu-shi Ono in 2008 zou worden vervangen door Wigglesworth, na een gedeeld seizoen 2007-2008. Het orkest was daar niet mee opgezet: het kende Wigglesworth niet. Ono had zich bovendien, ondanks zijn populaire voorganger Antonio Pappano, ontpopt tot een geniale én geliefde chef. De orkestcommissie, een gekozen afvaardiging van musici die binnenshuis als spreek- en aanspreekpunt fungeert, hield een vertrouwensstemming. Resultaat: 98 procent van het orkest wilde Ono houden. In een orkest, zelfs als het bestaat uit sympathieke individuen steevast een zeurgrage menigte, is zoiets onuitgegeven. De Caluwe, naar eigen zeggen niet op de hoogte van deze stemming, liet op 3 januari 2007 in Knack optekenen: 'Ono staat op het punt door te breken. Ik had behoefte aan iemand die zich volledig aan het huis wou binden. Met Wigglesworth voel ik een grote artistieke vriendschap en verwantschap.' Verschillende bronnen bevestigen dat Ono wel degelijk, ondanks de interesse van buitenaf, bereid was om nog drie jaar in de Munt te blijven. Meer dan dat: Bernard Foccroulle had zo'n verlenging nog kunnen vastleggen, al valt te begrijpen dat hij zo diplomatisch was om dat niet te doen. Diplomatisch, maar misschien ook sluw. Inmiddels was bekend dat Foccroulle directeur zou worden van het festival van Aix-en-Provence. Daarmee heeft de Opéra de Lyon, geleid door de Vlaming Serge Dorny, een samenwerkingsverband. Een beetje zoals Dorny dat eerder smeedde met het Glyndebourne Festival, als intendant van het London Philharmonic Orchestra. Wie schetst nu ieders verbazing als eind 2007 bekend wordt wie in Lyon is aangesteld als nieuwe chef? Kazushi Ono. Toeval bestaat en de wereld is klein. Dorny, leesbaar in zijn nopjes, zegt in De Morgen: 'Ono is iemand die zich volledig geeft voor zijn kunst maar ook voor een groot artistiek en cultureel project - uitmuntendheid, toegankelijkheid, openheid - en die er een efficiënt ambassadeur van wil zijn. Hij zal niet alleen een ideale partner zijn als dirigent, maar ook een kompaan die dezelfde waarden deelt en die meestapt in een langetermijnvisie.' En dat voor een chef die 'op het punt staat door te breken'. Terug naar Wigglesworth, wiens 'artistieke vriendschap en verwantschap' met De Caluwe hem meteen een contract voor maar liefst vijf jaar opleverde. Onbegrijpelijk, aangezien hij nog nooit te gast was geweest in Brussel. De Brit kreeg geen schijn van kans bij het orkest. Het is moeilijk om gekrenkte muzikanten objectieve uitspraken te ontlokken, maar de teneur is: hij heeft niets te vertellen en behandelt het orkest als een schoolmeester. Objectief waar is alvast dat Wigglesworth maar kan dromen van het artistieke niveau van Ono. De interactie tussen dirigent en orkest is sowieso raadselachtig van aard. Maar of ze er is of niet, daarover kan geen twijfel bestaan. Tussen Wigglesworth en het Muntorkest is ze er niet, zoals voor de scherpe waarnemer al duidelijk was bij de overwegend goed onthaalde uitvoering van Schönbergs Gurrelieder tijdens De Caluwes inauguratiefestival in september 2007. Na de productie van Mozarts Mitridate, door onder meer het orkest als zeer negatief ervaren, kwam er opnieuw een vertrouwensstemming. Resultaat: 95 procent sprak zich uit tegen Wigglesworth. Weinig bemoedigend, en hoe dan ook een beoordelingsproces dat normaal latenter verloopt: naar aanleiding van een gastdirigentschap, waarbij het orkest onbevangen kan oordelen en de minste stroefheid niet meteen een jarenlange toekomst hypothekeert. Toch kwam circa drie maanden geleden het bericht dat Wigglesworth nog vóór zijn eerste productie als muziekdirecteur alweer ontslagen was, als een verrassing. Vooral omdat De Caluwe specificeerde dat er voorlopig geen chef-dirigent komt. Begrijpelijkerwijs is een vervanger niet makkelijk te vinden, en daarnaast spelen waarschijnlijk de financiële implicaties van het snel verbroken contract mee. Wat door Peter De Caluwe ontkend wordt. Wel kwam er een vacature voor een orkestdirecteur, een soort artistiek manager, die intussen is ingevuld. Die zal precies de taak vervullen die in principe het verschil tussen een muziekdirecteur en een chef uitmaakt. Conclusie: Ono is nodeloos vertrokken. Wat de frustratie en het terug-naar-afgevoel bij het orkest uiteraard groot maakt. Van zijn kant had het orkest allicht gehoopt, na de enorme artistieke groei van de laatste jaren én nog drie jaar Ono, een nog grotere chef te krijgen. Eén die de prestigieuze concertpodia zou ontsluiten en het Muntorkest stevig op de Europese kaart zou zetten. De trieste uitgangspositie op 21 augustus ziet er dus als volgt uit. Aan de ene kant: het beste orkest van het land, gekrenkt om het verlies van een geniale inspirator, zit zonder chef en is psychologisch gezien stuurloos. Het tolereert dit seizoen, bij gebrek aan realistische alternatieven, Wigglesworth als gastdirigent, maar eist dat hij daarna verdwijnt. Aan de andere kant staat Peter De Caluwe, in bedrijfstechnisch opzicht wellicht een goede manager en stemscout, die echter nooit eerder omging met een orkest in vaste dienst en zich waarschijnlijk mede door die hiaat in zijn ervaring heeft klemgereden. Het orkest is wantrouwig, Wigglesworths carrière is ernstig gedeukt. Daartussenin: Wigglesworth zelf, die nu voor het eerst sinds zijn 'ontslag' oog in oog komt te staan met het orkest en dus niet meteen het zonnetje in huis zal zijn. Die met Debussy's Pelléas et Mélisande meteen een zware, want trage, oeverloze partituur op de lessenaar krijgt, op z'n zachtst gezegd niet het favoriete werk van operaorkesten. Benieuwd hoe alle partijen de nijd om wat had kunnen zijn, weten om te buigen tot de bekommernis om wat nog mogelijk is.PELLéAS ET MéLISANDE VAN CLAUDE DEBUSSY, NAAR HET GELIJKNAMIGE TONEELSTUK VAN MAURICE MAETERLINCK, GAAT OP 4 SEPTEMBER IN PREMIèRE. MARK WIGGLESWORTH DIRIGEERT HET ORKEST VAN DE MUNT. PIERRE AUDI REGISSEERT ONDER MEER STéPHANE DEGOUT (PELLéAS) EN SANDRINE PIAU (MéLISANDE). INFO: WWW.DEMUNT.BE DOOR RUDY TAMBUYSER