Marc Justaert (Ukkel, 1950) studeerde rechten aan de KU Leuven en sociaal recht aan de VUB. Zijn eerste baan had hij op het Cepess, de studiedienst van de CVP en vandaar stapte hij over naar het kabinet van Jean-Luc Dehaene, toen minister van Sociale Zaken. Luc Van den Brande zag op Tewerkstelling en Arbeid in Justaert de ideale kabinetschef. In 1990 ging hij naar de Christelijke Mutualiteiten en drie jaar later werd hij voorzitter.
...

Marc Justaert (Ukkel, 1950) studeerde rechten aan de KU Leuven en sociaal recht aan de VUB. Zijn eerste baan had hij op het Cepess, de studiedienst van de CVP en vandaar stapte hij over naar het kabinet van Jean-Luc Dehaene, toen minister van Sociale Zaken. Luc Van den Brande zag op Tewerkstelling en Arbeid in Justaert de ideale kabinetschef. In 1990 ging hij naar de Christelijke Mutualiteiten en drie jaar later werd hij voorzitter. Zijn generatiegenoot Guy Peeters (1951) kende een vergelijkbare carrière. Hij is geneesheer (VUB), begon als universiteitsassistent en werd dan kabinetsmedewerker. Zo was hij onder andere adjunct-kabinetschef van Philippe Busquin op Sociale Zaken. In 1986 ging Peeters als adviserend geneesheer naar de Socialistische Mutualiteiten waar hij in 1988 algemeen secretaris van werd. Justaert en Peeters zijn in zekere zin de grootste verzekeraars van het land. Zij staan samen voor ruim 70 procent van de markt van de verplichte ziekteverzekering. Dit is de verzekering die de bezoeken aan artsen, tandartsen, kinesisten en andere medische hulpverleners voor het grootste gedeelte terugbetaalt. In het pakket verplichte verzekering zitten verder de meeste geneesmiddelen, prothesen, revalidatietoestellen en implantaten. Ten slotte dekt de verplichte ziekteverzekering medische uitgaven bij een verblijf in een ziekenhuis, rustoord of revalidatiecentrum. De patiënt betaalt via het remgeld zelf ook een stuk van al deze uitgaven. Het pakket is hetzelfde voor de bijna honderd ziekenfondsen in ons land. Alleen bestaan er drie stelsels: eentje voor werknemers, een ander voor ambtenaren en een derde voor zelfstandigen. Die laatste categorie is alleen verplicht verzekerd tegen zogenaamde grote risico's. Via een apart contract zijn zij ook gedekt tegen kleine risico's (onder andere bezoeken aan de tandarts). Dit is echter niet wat men verstaat onder het begrip vrije, aanvullende verzekering. Daarbij gaat het om een overeenkomst waarvan elke mutualiteit zelf de inhoud mag bepalen. Zo betaalt het ene ziekenfonds de hulp van alternatieve hulpverleners terug, het andere logopedie, kijkbuisoperaties of bijkomende kosten bij ziekenhuisopname. De vrije, aanvullende verzekering werkt bij de ziekenfondsen dikwijls als klantenbinding. Hier kunnen leden dan goedkope reizen boeken, zij krijgen allerhande vormen van advies en bijstand of kunnen van andere voordelen genieten die niet rechtstreeks met gezondheidszorg te maken hebben. Ziekenfondsen willen hun verplichte en aanvullende verzekering wel eens samen aanbieden, hoewel dat verboden is. Niemand is verplicht een vrije aanvullende verzekering te nemen. Over het binden van beide contracten - volgens sommigen een soort koppelverkoop - ontstond de jongste weken opnieuw een controverse.Peter Renard Jos Grobben