Georges De Graeve, de vastgoedmakelaar die de Vlaamse regering discreet onder druk zet om het Duinendecreet in zijn voordeel te veranderen, kan zijn komaf maar moeilijk verloochenen. Een profiel.
...

Georges De Graeve, de vastgoedmakelaar die de Vlaamse regering discreet onder druk zet om het Duinendecreet in zijn voordeel te veranderen, kan zijn komaf maar moeilijk verloochenen. Een profiel. Georges De Graeve (69) blijft de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande (CVP) en de Vlaamse ministers van Leefmilieu en Ruimtelijke Ordening discreet bestoken om hem, als ?optiehouder en projectontwikkelaar?, de toestemming te verlenen om op gronden van de Compagnie Het Zoute van de Knokse burgemeester, graaf Leopold Lippens (Gemeentebelangen/CVP), toch een paar villawijken te bouwen. Daarvoor moeten de Vlaamse regering en het Vlaams parlement echter niet onbelangrijke afwijkingen op het Duinendecreet toestaan. Zoals in bijgaand verhaal uit de doeken wordt gedaan, schuwt Georges De Graeve daarbij de chantage niet, al zal dat wel beroepsmisvorming heten. De Graeve is namelijk groot geworden als ruilhandelaar en makelaar in roerend en onroerend goed, zoals petroleum, tapijten en schilderijen. Een honderdtal meesterwerken uit zijn indrukwekkende collectie werden trouwens in september vorig jaar door het Gemeentekrediet (voor een paar honderd miljoen frank ?) aangekocht en de maand daarop tentoongesteld. Georges De Graeve is ook doorgestoten naar de top van BP Belgium, in casu BP Countertrade Consultancy, en van de Belgische Petroleum Federatie, waarvan hij sinds 1978 voorzitter is. Voorts zetelt hij in de raden van bestuur van de Paribas, de AGF-Assubel Holding, de Compagnie Générale de Bruxelles, een poot van de Franse Compagnie Générale des Eaux, Interparking en andere vennootschappen. De Graeve heeft er trouwens een aantal in eigen bezit. Om zijn vastgoedoperaties en nu die van de Compagnie Het Zoute aan te kaarten, treedt hij op als voorzitter-bestuurder van IDAT-Immofrer Immobiliën, met contactadres aan de Pimberg in Bierbeek. In deze alleenstaande woning is immers niet de maatschappelijke zetel van IDAT gevestigd. Die is, samen met andere van De Graeve's vennootschappen, ondergebracht aan de Louisalaan 315 in Hotel Brussels. Immofrer is bovendien slechts een van IDAT's werknamen zoals Immo Sun of Rêve d'Orient, de tapijthandel waarmee het allemaal begon en die De Graeve's zoon Marc en dochter Martine onder andere met Flanders Carpet Stores in Gent verderzetten. Zij zijn trouwens met hun vader de enige bestuurders van de International Development Activities & Trading Company (IDAT). Deze vennootschap werd op 18 december 1990 heropgericht door het oude IDAT-in-vereffening en door de opslorping van de International Business Development Company (IBDC). Georges De Graeve leidde zowel IDAT als IBDC en het heette dat beide vennootschappen dezelfde opdracht, dezelfde klanten en dezelfde perspectieven hadden : ?par contact et public relation.? Meteen werd het nieuwe IDAT opnieuw opgesplitst in IDAT en ALTECO. Dit laatste zou instaan voor metaalbewerking, aanmaak en onderhoud van olietanks en verwarmingsketels ; IDAT zelf voor vastgoed- en financiële operaties. FIDUCIAIR.Bij de heroprichting van IDAT eind 1990 met een (volstort) maatschappelijk kapitaal van 80 miljoen frank, waren de 11.501 aandelen in handen van Georges De Graeve (5.007), zijn dochter Martine (570), zijn zoon Marc (569) en van Secan Holdings (3.000), een mantelvennootschap op het Kanaaleiland Jersey. Van de 80 miljoen frank kapitaal werden er 79.995.970 frank in natura ingebracht door Georges De Graeve. Zijnde veel gronden, commerciële-, industriële- en privégebouwen (vooral in het Leuvense), met inbegrip van de woning van de zoon in Gent, die van de dochter in Ukkel en vaders statige villa aan de Maretaklaan in Ukkel-bos. De aandachtige lectuur van het revisorenverslag van 17 december 1990 over de kapitaalsstructuur van het nieuwe IDAT, leert dat deze vennootschap in feite niet zo consistent is ; niettegenstaande zij voor bijna 300 miljoen frank activa en vorderingen boekte. Er waren toen echter ook voor bijna 260 miljoen frank schulden, waaronder enkele toch wel zeer opmerkelijke. Enerzijds was er de reeks obligatieleningen in Zwitserse frank (ten belope van 50 miljoen Belgische frank) let wel zonder bijzondere waarborgen en met vervaldagen tussen 1993 en 1996. Anderzijds was er een uitzonderlijk grote straight loan, een korte-termijnlening, bij de Generale Bank : alweer in Zwitserse frank en goed voor 135.404.551 Belgische frank. De schuldpositie blijft hoog. Vennootschappen met schulden in vreemde valuta worden verondersteld ook inkomsten in vreemde valuta te genereren ; zo vereist tenminste de financiële orthodoxie. Bovendien verwekken schulden in Zwitserse frank, zonder dat daar regelmatige inkomsten in dezelfde valuta tegenover staan, onvermijdelijk bepaalde connotaties. Er moet dus wel degelijk iemand geweest zijn die IDAT zoveel vertrouwen schonk om deze vennootschap jaarlijks zonder enige vorm van waarborg 12,5 miljoen frank toe te vertrouwen, althans tijdens de voorbije vier jaar (50 miljoen frank in totaal). Ook het vertrouwen van de Generale Bank moet wel erg groot zijn om IDAT hogervermelde korte-termijnlening van ruim 135 miljoen frank toe te kennen. Omdat ook deze lening in Zwitserse frank werd opgenomen, worden de aanwijzingen versterkt dat IDAT effectief kan rekenen op privéfondsen in het land van de fiducie en de koekoeksklokken. In de society die Georges De Graeve frequenteert, is dat echter niet uitzonderlijk.