Officieel verloopt het Agusta- en Dassault-proces in het Frans. Maar het Hof van Cassatie toont zich buigzaam. Beklaagden en getuigen mogen eigen taal mogen hanteren. Maar het is niet bekend hoe Cassatie zal reageren op de vraag van Johan Delanghe, gewezen kabinetschef van Willy Claes, om zijn verdediger Leo Martens in het Nederlands te laten pleiten, zoals voorzien in de wet van juni 1935 op het taalgebruik in rechtszaken.
...

Officieel verloopt het Agusta- en Dassault-proces in het Frans. Maar het Hof van Cassatie toont zich buigzaam. Beklaagden en getuigen mogen eigen taal mogen hanteren. Maar het is niet bekend hoe Cassatie zal reageren op de vraag van Johan Delanghe, gewezen kabinetschef van Willy Claes, om zijn verdediger Leo Martens in het Nederlands te laten pleiten, zoals voorzien in de wet van juni 1935 op het taalgebruik in rechtszaken. In tegenstelling tot de andere Vlaamse verdachten weigerde Delanghe, momenteel secretaris-generaal van de Vlaamse Gemeenschap, van bij zijn aanhouding, eind februari 1995, tijdens ondervragingen in Luik in het Frans te antwoorden. Een houding die hem geregeld in aanvaring bracht met de lokale enquêteurs. Delanghe eiste consequent de Nederlandse vertaling van alle dossierstukken - een vraag waaraan, zo blijkt nu, slechts gedeeltelijk werd voldaan. En wat met de samenstelling van het Hof van Cassatie voor dit proces? De wet van 1935, artikel 43 quater zegt bijvoorbeeld dat de voorzitter en eerste voorzitter aan de ene kant en de procureur-generaal en de advocaat-generaal aan de andere kant moeten beschikken over een diploma van een verschillende landstaal. Dus, als de ene een Franstalig diploma heeft, moet de andere een Nederlandstalig diploma bezitten. Nu al worden vragen gesteld over de onderzoeksdaden, verricht onder de Franstalige voorzitter Oscar Stranard, die ooit toegaf geen woord Nederlands te begrijpen, de Franstalige procureurs-generaal Jacques Velu en Eliane Liekendael, en de francofone raadsheer Francis Fischer. Het Hof stelde zelfs geen Nederlandstalige raadsheer om naast en samen met Fischer de Vlaamse Agusta- en Dassault-piste naar Willy Claes uit te diepen. Ook tijdens het proces kan een onevenwicht blijken. Want de Franstalige procureur-generaal Liekendael formuleert de akte van beschuldiging tegen de drie betichte ministers, terwijl de eerste advocaat-generaal Jean du Jardin, die van dezelfde taalrol is, en "eventueel" de Nederlandstalige advocaat-generaal Marc De Swaef zich over de overige tien beklaagden ontfermen. Dit alles onder het voorzitterschap van de eveneens Franstalige Marc Lahousse. Bovendien behoort ook de weliswaar perfect tweetalige eerste voorzitter Pierre Marchal van het Hof tot de Franse taalrol. OVER DEZELFDE KAM?Tenslotte is er de bijna communautaire kloof in de Agusta- en Dassault-dossiers. Langs Vlaamse kant is de hele kwestie duidelijk afgelijnd: Agusta en Dassault betaalden samen 110 miljoen frank aan de SP. En dit als gevolg van de gesprekken van die bedrijven, nog voor de aankoop van de 46 helikopters en de bestelling van het Carapace-systeem, met al dan niet gemandateerde vertegenwoordigers van de partij. Bij de PS waren er gesprekken met Agusta, maar die werden vooral gevoerd door Luikse socialisten van wie niet één werd gedagvaard. Totnogtoe zijn er wel verklaringen over, maar geen sporen van een betaling door de Italiaanse helikopterbouwer aan de PS. In het Dassault-dossier is er de overdracht van dertig miljoen frank aan partijkoerier Merry Hermanus, na afsluiting van het Carapace-contract. Maar van enige onderhandeling vooraf over die commissie is geen sprake. "Zal Cassatie het aandurven een verschil te maken in de afweging van de schuld, of zal het Hof, gemakkelijksheidshalve, de dertien beklaagden over eenzelfde kam scheren", vroeg een van de francofone betichten zich af. Rik Van Cauwelaert