Op 7 februari wint grote favoriet en voormalig president René Garcia Préval de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Haïti. Er is wel een truc nodig van de kiescommissie: de verdeling van de verdachte blanco stemmen over alle kandidaten bezorgt Préval een nipte meerderheid. De volksmenigte staakt het protest en begint te feesten. Maar de burgerij is ziedend...
...

Op 7 februari wint grote favoriet en voormalig president René Garcia Préval de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Haïti. Er is wel een truc nodig van de kiescommissie: de verdeling van de verdachte blanco stemmen over alle kandidaten bezorgt Préval een nipte meerderheid. De volksmenigte staakt het protest en begint te feesten. Maar de burgerij is ziedend... Discreet. Verlegen. Rustig. In de debatten tijdens de verkiezingscampagne schittert hij door afwezigheid. Op straat kun je echter niet naast zijn affiches, vlagjes en spandoeken kijken. 'Velen verwijten me dat ik niet spreek,' zegt Préval, 'maar toen ik president was, zeiden de mensen: "Hij werkt terwijl anderen praten." Dat is mijn manier van doen.'Al in de jaren tachtig neemt Préval actief deel aan de grote volksbeweging tegen president-dictator Baby Doc (Jean-Claude Duvalier), zoon van tiran Papa Doc (François Duvalier). Hij leert er de charismatische en rebelse priester Jean-Bertrand Aristide kennen. Het klikt meteen. Préval wordt een van de architecten van de overwinning van volksheld Aristide bij de presidentsverkiezingen in december 1990. Aristide, Titid, benoemt Préval, Ti Rene, tot eerste minister, minister van Binnenlandse Zaken en van Landsverdediging. Een militaire staatsgreep eind september 1991 verdrijft de regering naar het buitenland. President Aristide kan terugkeren in 1994, met de hulp van een internationale interventie, maar onder strenge voorwaarden. Zo verandert Aristide van militant populist in autoritair leider. Volgens de Haïtiaanse grondwet kan een president zichzelf niet opvolgen. Daarom schuift Aristide Préval naar voren als presidentskandidaat bij de verkiezingen van 1995. Minder dan 30 percent van de kiezers komt opdagen, toch wint Préval gemakkelijk. Hij blijft slechts een marionet van Aristide, die alle touwtjes in handen houdt. Zo kent het volk ook nu nog de nieuwe president: 'Préval en Aristide zijn tweelingbroers!' scanderen ze tot vandaag op Prévals politieke meeting. Préval heeft zich gedistantieerd van de verbannen ex-priester: 'We moeten ons concentreren op de toekomst', zegt hij. Préval komt op voor zijn eigen partij Lespwa, maar net als Aristide staat hij veel dichter bij het volk dan andere politici. Préval is de eerste en enige democratisch verkozen president van Haïti die zijn mandaat volledig uitdoet en de macht vreedzaam overdraagt aan zijn opvolger. Hij is nooit publiekelijk beschuldigd geweest van corruptie, despotisme of schendingen van de mensenrechten. Dat schept vertrouwen: 'Préval heeft het volk nooit bedrogen', wordt gezegd. Of nog: 'Van alle presidenten was Préval de minst slechte.' Toch wordt zijn eerste mandaat gekenmerkt door een grote politieke crisis. Prévals conflicten met het parlement verlammen de politiek. Bijna twee jaar lang heeft hij geen eerste minister. Hij slaagt er ook niet in om geloofwaardige lokale verkiezingen en parlementsverkiezingen te organiseren. In 2001 wordt Aristide opnieuw president en trekt Préval zich terug in zijn dorp Marmelade, waar hij zich bezighoudt met kleine ontwikkelingsprojecten. Aristide krijgt steeds meer tegenwind door zijn dictatoriale en corrupte beleid. In februari 2004 moet hij het land verlaten. Zij die de omverwerping van Aristide steunden, willen zo snel mogelijk verkiezingen. Maar dan stelt Préval zich kandidaat en wordt meteen favoriet. De bewoners van de sloppenwijken zijn ervan overtuigd dat de burgerij de verkiezingen probeert te verhinderen. Vier keer wordt de stembusgang uitgesteld. Enkele bendeleiders betuigen openlijk hun steun aan Préval. Toch zegt Préval geen geweld te tolereren. Hij vindt ook dat de stabilisatiemacht van de Verenigde Naties moet blijven zolang nodig. Om het geweld in te dijken, stelt hij sociale programma's in de sloppenwijken voor. Een echt politiek programma heeft hij niet. Uit interviews blijkt wel dat hij oog heeft voor het arme platteland. Prioriteiten zijn veiligheid, onderwijs en landbouw. In de jaren zestig heeft hij nog gestudeerd aan de landbouwuniversiteit van Gembloux in België. Préval laat ook uitschijnen dat hij bij de parlementsverkiezingen op 19 maart 2006 een tweederdemeerderheid wil halen. Die heeft hij nodig voor eventuele grondwetswijzigingen. Toch beseft hij dat hij zal moeten samenwerken met andere politieke fracties. De extreme armoede, de alomtegenwoordige straffeloosheid en de enorme corruptie zullen niet verdwijnen als niet iedereen achter de nieuwe regering staat, ook de elite. Prévals gecontesteerde overwinning is alvast geen goede start. Wim Schalenbourg