Hubert van Humbeeck
...

Hubert van HumbeeckZoals dat in oude Hollywoodtermen heet: when the goin' gets tough, the tough get goin'. Wie bang is, krijgt er ook. Het duurde aanvankelijk enkele dagen te lang voor hij zich in New York, op Ground Zero, liet zien. Maar verder reed hij sinds die desastreuze dinsdagochtend een vrijwel foutloos parcours. Hij legde geduld aan de dag, liet zich niet verleiden tot een haastige reactie en bouwde rustig aan een brede internationale coalitie. Afgezien van wat inlichtingenwerk heeft hij militair geen hulp nodig, maar diplomatiek lag een interventie in moslimgebied moeilijk. Jimmy Carter beet zijn tanden stuk op de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979. Bill Clinton vond geen antwoord op de zware bomaanslagen op Amerikaanse ambassades in Afrika in 1998. Er was dus werk aan de winkel in de Arabische wereld. Er moest natuurlijk over steunpunten worden onderhandeld, maar het was bijvoorbeeld ook zaak om te voorkomen dat de olieprijzen de hoogte zouden inschieten. Of om een conflict te creëren dat vooral het armere deel van de moslimwereld zou opzetten tegen de rest van de planeet: de fameuze clash of civilisations, zoals die door Samuel Huntington werd beschreven. Welke actie er ook werd ondernomen _ ze moest het gevaar voor terrorisme verminderen, niet groter maken. De oude rotten in het politieke vak Donald Rumsfeld, Dick Cheney en Colin Powell _ oude getrouwen van vader Bush _ gingen aan de slag en leverden goed werk. Dermate dat Ariel Sharon in Israël uit de toon viel: welke prijs zouden die Arabische landen straks in ruil aan de Amerikanen vragen? Of de Amerikaanse diplomatie al die klippen heeft kunnen omzeilen, zal later blijken. Ondertussen voeren de VS en hun trouwe bondgenoot Groot-Brittannië een merkwaardige oorlog. De strijd gaat namelijk pas in tweede instantie, in afgeleide orde, tegen het land dat onder de bommen wordt bedolven. Het echte doelwit is niet Afghanistan, een arm en verwoest, onherbergzaam en onbegrijpelijk land. Het is zelfs niet het regime van de Taliban, koranstudenten die in vluchtelingenkampen in Pakistan zijn opgegroeid. Het eigenlijke doelwit is het bijna privé-leger van een obscure organisatie genaamd al-Qaeda en de man van wie wordt vermoed dat hij die leidt: Osama Bin Laden.De aanslagen in New York en Washington hebben geleerd dat al-Qaeda goed georganiseerd en wijdvertakt is en dat haar militanten bereid zijn om tot het uiterste te gaan. Het zijn veteranen van de vele conflicten waarbij in de voorbije twee decennia fanatieke moslims betrokken waren. Overal waar ze komen, laten ze al jaren een spoor van bloed na. Er stierven in de WTC-torens niet alleen dure advocaten en rijke bankiers, maar net zo goed glazenwassers, koffiemeisjes en schoonmaaksters. Ondanks de Amerikaanse diplomatie is de kans groot dat die terroristen door de massa van arme moslims in Pakistan en Indonesië, in Maleisië en Iran en in een aantal oud-sovjetrepublieken als helden zullen worden vereerd.Die wereld van ons, die in Manhattan in zijn grondvesten werd geraakt, zou daarom af en toe even aandacht moeten hebben voor wat er met mensen gebeurt. Bijvoorbeeld. In de drie weken tussen 11 september en de eerste kruisraketten op Kabul en Kandahar gingen de uitzendingen van de Amerikaanse nieuwszender CNN de klok rond over maar één onderwerp: de terreur. Ondertussen speelde de Amerikaanse industrie alleen al ruim tweehonderdduizend jobs kwijt. Elders in de wereld ging een veelvoud daarvan verloren. Daarover werd, op die zender, met geen woord bericht. Alsof het niet is gebeurd. Als George Bush écht president wil worden, mag hij niet vergeten van daar, na de zege, even bij stil te staan.