Zijn verhalen zijn absurd. Over Rabin. De dood van Rabin, die overreden wordt door een scooter met een sidecar en ter plekke sterft. Rabin is een kat, maar zijn dood wordt vergeleken met de dood van de 'echte' Rabin.
...

Zijn verhalen zijn absurd. Over Rabin. De dood van Rabin, die overreden wordt door een scooter met een sidecar en ter plekke sterft. Rabin is een kat, maar zijn dood wordt vergeleken met de dood van de 'echte' Rabin. Het zijn buitengewone kortverhalen. Radicaal, emotioneel. Treffend. Over Adidas- sneakers uit Duitsland waarvan de zolen gemaakt zijn uit beenderen, de huid, het vlees van dode joden. Over een dorp aan de rand van de hel, dat draait op het toerisme van hellevegen. De Israëlische auteur Etgar Keret ziet er heel gewoontjes uit. Maar zijn teksten zijn explosief. 'Ik wil niet schrijven vanuit een of andere ideologische agenda, zoals die aan de oudere generatie van schrijvers is opgelegd. Ik ben géén A.B. Yoshua, die vanuit een zekere politieke correctheid alleen maar over de sociaal-politieke ontwikkeling van Israël schrijft. 'Ik wil een andere realiteit schetsen: de realiteit die ik belééf. Ik wil verhalen brengen zoals Kafka. Dat is voor mij superrealistische literatuur. Ze heeft iets immoreels. Ze schudt je wakker. Ze brengt je uit je evenwicht, en je vraagt je af waar je staat. Het is alsof je een klap in je gezicht krijgt. Waar ben ik? Wat gebeurt er? Dat is voor mij het ultieme effect van een verhaal.'Etgar Keret is 38. Hij is geboren in een buitenwijk van Tel Aviv. Zijn Poolse ouders overleefden de holocaust en trokken naar Israël. 'Mijn moeder was wees en heeft nooit een normale kindertijd gehad. Je ouders boots je normaal gezien na, of je zet je tegen hen af. Maar mijn moeder had geen referenties. We moesten oprecht en eerlijk zijn, zei ze, en proberen het leven te leiden dat zij nooit hadden gehad. Het gevolg is dat we totaal verschillende kanten zijn opgegaan. Mijn oudste broer staat aan het hoofd van de pro-marihuanabeweging. Mijn zus is ultraorthodox, ze heeft elf kinderen en leefde vijf jaar lang in een nederzetting. Ik ben geen ultraorthodoxe religieus, evenmin ben ik een verdediger van de kolonisten. Maar ik apprecieer mijn zus als mens. Dat maakt dat ik nooit iemand zomaar zal labelen.'Aan zwart-witdenken doet Keret inderdaad niet. 'In Israël is iedereen geobsedeerd door politiek. Zelfs als je een blind date hebt, vragen mensen niet in de eerste plaats of het meisje dat je ontmoet hebt, intelligent is of sympathiek. Ze willen weten wat ze denkt over politiek.' Kerets kortverhalen gaan dan ook nooit over politieke thema's. Het zijn paradoxale verhalen over het leven van elke dag. Een verhaal over een buschauffeur die God wilde worden en Pizzeria Kamikaze (uitgeverij Podium) werden bestsellers in Israël. Keret, die ook filmscenario's en kinderboeken op zijn naam heeft, is razend populair bij jongeren. Sommige rechtse politici hebben veel minder met hem op. Hij is een antisemiet, vinden ze. Hij is niet altijd even vriendelijk voor zijn medebroeders. Hoe staat hij tegenover de terugtrekking uit de Gazastrook? We vroegen Keret, die we ontmoeten voor de jongste vergeldingsacties door Israël, in hoeverre die stap in de geschiedenis hem en zijn landgenoten nu écht wel raakt. Etgar Keret: 'Alle Israëli's hadden een mening over de terugtrekking: ze waren voor of tegen. Het stond als thema wel degelijk centraal. Maar het blijft abstract. Het is als een fictief verhaal met een metaforische betekenis. Het idee leeft bij veel Israëli's immers dat vrede afhangt van de houding van de Palestijnen, en veel minder van wat we zélf doen of van de onderhandelingen die we opstarten. Als zij stoppen met ons te haten, denken ze, dán pas is vrede mogelijk. Zo heb ik het ook als kind beleefd. Ik was ervan overtuigd dat we in oorlog leefden met de Palestijnen, omdat de Arabieren ons bestaan hier nooit aanvaard hebben. We konden alleen maar hopen dat ze op een dag van mening zouden veranderen. Of er vrede kwam of niet, hing van hen af. 'Vrede was voor ons in die zin een abstract begrip, dat we niet meer met de feiten verbonden. Dat mensen ooit hun huizen zouden moeten verlaten, konden we ons niet voorstellen. Dat het nu toch gebeurt, geeft een vreemd gevoel. Het is alsof fantasie en realiteit elkaar kruisen.'ETGAR KERET: Zeker niet. Vooral jongeren hebben veel kritiek op kolonisten. En terecht. Kolonisten gedragen zich vaak alsof ze boven de wet staan, alsof ze de bazen zijn van iedereen: van de Palestijnen, van het leger, van de politici. De ontruiming werd bovendien op een bijzonder vreemde manier door de media gebracht. De hele berichtgeving leek één groot script, dat de kolonisten en de soldaten opvoerden. Eerst zag je een kolonist die door een soldaat uit zijn huis gezet werd en zich héél erg boos maakte. Twee minuten later zat hij cola te drinken en te praten met diezelfde soldaat, zoals acteurs dat doen off-set. On-set speelden ze hun rol, nadien was het alsof het allemaal was afgelopen. Vóór de ontruiming maakten de media bovendien promotie voor de hele show: zet morgen de televisie aan en je zult wat zien! Ik vond het bijzonder cynisch. Het resultaat is dat sommige Israëli's spotten met de kolonisten en zich bijna verkneukelden in hun lot. KERET: Tien jaar geleden zou niemand geloofd hebben dat Ariel Sharon, nadat hij de oorlog in Libanon had gevoerd, ooit premier zou worden. Maar zodra de Israëli's zich bedreigd begonnen te voelen, hebben ze precies hém opgezocht, om zich achter te verstoppen. De mensen zijn immers bang geworden, ze willen zichzelf beschermen. Sinds het begin van de tweede intifada heeft de Israëlische politiek een ruk naar rechts gemaakt. Iedereen vindt trouwens dat er iets gedaan moet worden. Niet zozeer opdat er vrede komt, maar omdat ze denken dat het hun leven zal vergemakkelijken. KERET: Het is alsof ze elkaar negeren. Ik maakte er een sketch over, die ik schreef voor de televisie. Een Israëli gaat naar een kruidenier en vertelt over een terroristische aanslag die net heeft plaatsgehad waarbij vijf doden vielen. 'De Arabieren zijn beesten', zegt hij. 'We zouden een machinegeweer moeten nemen en ze gaan uitmoorden.' Waarop de kruidenier zegt: 'Weet je, ik ben zelf een Arabier.' 'Maar ik bedoelde jou niet', antwoordt de andere. 'Je weet toch dat ik jou graag mag.' Maar terwijl de Arabier naar de bergruimte gaat om aardappelen voor de Jood te halen, plast de laatste in de olijvenbak van de kruidenier. 'Natuurlijk,' roept de Arabier vanuit de achterkamer, 'dat is de tragedie van onze natie.' Maar ondertussen staat hij zelf op de aardappelen voor de Jood te plassen. Dat is de manier waarop we met elkaar omgaan: zoals de twee die tegen elkaar praten, maar ondertussen op elkaars voedsel plassen. We negeren de realiteit en pakken de problemen niet aan. Daar komt nog bij dat zowel de Joden als de Palestijnen vinden dat zijzelf het ergste te lijden hebben. Daardoor kunnen ze de problemen van de anderen niet meer zien. Zeker, als het kampioenschap van het allergrootste slachtoffer ter wereld ooit georganiseerd wordt, staan de Joden op de eerste plaats, maar de Palestijnen zijn wél de sterk opkomende tweede. Twee ultieme slachtoffers leven naast elkaar in dezelfde regio. Wie zichzelf het grootste slachtoffer vindt, ziet de pijn van de andere niet. De tragedie is, dat we daar niets aan willen doen. KERET: De standaard waar we in opgroeien, de Israëli's zowel als de Palestijnen, is dat het hier altijd oorlog zal zijn, omdat de andere kant geen vrede wil. Van de kinderen die vandaag geboren worden, weet je dat ze over twintig jaar zullen moeten gaan vechten. De vraag rijst niet: wat kunnen we daaraan doen? Het is alsof het de wil van God is. En dat maakt me bijzonder droevig: dat de mensen berusten. We leven in een gekke hel. Mijn moeder, die de holocaust overleefd heeft, dacht als kind altijd dat in een getto leven als wees, de normaalste zaak van de wereld was. Vandaag leeft ze als een gelukkig mens, 'omdat haar verwachtingen zo laag zijn', zegt ze. Als ze niet opnieuw de deur inbeuken en haar bij de haren naar buiten sleuren, is ze blij. Alles is dan zo veel mooier dan ze het ooit had verwacht. Zo leven veel mensen in Israël. De meest abnormale wereld beschouwen ze als de dagdagelijkse normaliteit. KERET: De dood wordt in de Israëlische maatschappij gebanaliseerd. In mijn verhaal wordt een autopsie uitgevoerd op elk van de slachtoffers van de zelfmoordaanslag. Voor het hoofdpersonage blijkt inderdaad dat ze terminaal ziek was. Maar zal de patholoog dat aan haar man vertellen, of niet? Zal hij hem het verhaal doen over haar individuele lijden, of niet? Enerzijds staat de vrouw symbool voor Israël. Voor het idee dat we onze eigen tumoren hebben, die we niet onderkennen, maar die onze ondergang tot stand zullen brengen. Tegelijk gaat het verhaal ook over de manipulatie van het menselijk leed, de nationalisatie van verdriet. Over het feit dat je persoonlijke bestaan wordt afgenomen en gebruikt, zodra je sterft in een terroristische aanslag. Je wordt tot een symbool. Wat je echt voelt of ervaart, maakt niets meer uit. Je persoonlijke verhaal wordt een deel van de politieke realiteit. De twee tegenstanders in het conflict hanteren jouw pijn voor hun eigen doel. Ook het verlies, de kloof die bij familieleden achterblijft omdat ze iemand dierbaars verloren zijn, speelt geen enkele rol in onze maatschappij. KERET: Het socialisme uit de eerste jaren van de staat Israël is verdwenen, en er is geen enkel systeem dat het helemaal vervangen heeft. Op sociaal vlak heerst er chaos. De generatie van mijn ouders hielp nieuwe migranten aan werk als ze pas waren aangekomen. Er was een gevoel van gedeelde verantwoordelijkheid. Vandaag bestaat dat gevoel niet meer. Veel mensen vinden zelfs dat ze niet echt veel met elkaar gemeen hebben. Vandaar ook de houding bij sommigen van een zekere wraak tegenover de kolonisten. Het is alsof de maatschappij versnipperd is. KERET: In de socialistische periode konden mensen zich identificeren met hetzelfde doel. Nu bestaat het gevoel inderdaad dat er verschillende 'stammen' zijn: de kolonisten, de linkervleugel, de Russen, de sefarden uit Noord-Afrika en de Joden uit de Arabische wereld. Voor de generatie van mijn ouders was het een droom dat dit land gevormd zou worden. Er heerste een grote solidariteit. Vandaag is Is-raël een kapitalistische en individualistische maatschappij geworden. Hun generatie valt dat bijzonder zwaar. Twintig jaar geleden was Israël een land dat op een ideologische agenda gebouwd was. Maar die agenda is gedesintegreerd. Het gevoel dat we allemaal streven naar dezelfde droom is vandaag ten dele opgebrand. Door Ingrid Van Daele'Vandaag is Israël een kapitalistische en individualistische maatschappij geworden.'