Van een land met gescheiden politiemachten, vijf presidenten en drie parlementen kun je moeilijk veel eenheid verwachten. Bosnië-Herzegovi-na, het land dat ontstond uit het puin van het oude Joego-slavië, heeft nog altijd moeite om de burgeroorlog van de jaren negentig van zich af te schudden. Ja, er is een nationale vlag, een voetbalploeg en een hymne. Maar in de werkelijkheid leven de Bosnische Serviërs, Kroaten en moslims (Bosniakken) meer dan ooit gescheiden.
...

Van een land met gescheiden politiemachten, vijf presidenten en drie parlementen kun je moeilijk veel eenheid verwachten. Bosnië-Herzegovi-na, het land dat ontstond uit het puin van het oude Joego-slavië, heeft nog altijd moeite om de burgeroorlog van de jaren negentig van zich af te schudden. Ja, er is een nationale vlag, een voetbalploeg en een hymne. Maar in de werkelijkheid leven de Bosnische Serviërs, Kroaten en moslims (Bosniakken) meer dan ooit gescheiden. Weduwen en wezen van de oorlog, en meer bepaald van de slachtpartij in het stadje Srebrenica, worden dezer dagen bovendien nog maar eens herinnerd aan de gruwel die hun leven destijds verwoestte. In juli 1995, precies tien jaar geleden dus, vermoordden Servische (para)militairen in Srebrenica bijna 8000 moslimjongens en -mannen, in wat als een van de vreselijkste oorlogsmisdaden van de Joego-slavische burgeroorlog geboekstaafd staat. Enkele weken geleden, in de aanloop naar de herdenkingsplechtigheid op 11 juli, doken daarvan nooit geziene amateurbeelden op, die in heel ex-Joegoslavië de televisiezenders domineerden - en overal afgrijzen veroorzaakten. Op de video was te zien hoe een groepje Servische paramilitairen met zichtbaar plezier zes gevangen moslims naar een verlaten terrein brachten en vervolgens koudweg executeerden. Nabestaanden zagen live op tv hoe hun zoon, broer of echtgenoot voor het oog van de camera brutaal aan hun einde kwamen. De rechtstreekse daders, die nog altijd vrij rondliepen, werden kort na de vertoning van de beelden gearresteerd. Maar ook de voornaamste verantwoordelijken, militair opperbevelhebber Ratko Mladic en zijn politieke kompaan Radovan Karadzic, hebben gedurende die tien jaar hun straf kunnen ontlopen. Ze leven al jaren ondergedoken en genieten daarbij bijna openlijk de steun van het militaire (en ook politieke) establishment. Wie daarom niet op de herdenkingsplechtigheid van 11 juli zal verschijnen, is Carla del Ponte. De openbare aanklaagster van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag jaagt al jaren op de twee hoofdverdachten van Srebrenica, maar is al even lang gefrustreerd dat de twee heren zich al die tijd schijnbaar onaantastbaar hebben kunnen verschuilen. Recente geruchten als zouden de Servische inlichtingendiensten druk met Mladic onderhandelen over een overgave - een noodzakelijke voorwaarde om aan onderhandelingen over Europees lidmaatschap te beginnen - kunnen haar al lang niet meer overtuigen. G.M.