Begin deze maand kon je op de Facebookpagina van Vlaams Belang en van zijn voorzitter Tom Van Grieken opvallende cijfers terugvinden over de federale OCMW-steun voor 'vreemdelingen': voor het jaar 2019 zou die oplopen tot een bedrag van 322 miljoen euro of 73,5 procent van het budget. De partij noemde het 'nog maar een fractie van de immigratiefactuur'. Op sociale media lokten de posts duizenden shares en verontwaardigde reacties uit. Voor Vlaams Belang vormden de cijfers ook een treffende illustratie van zijn slogan dat België of Vlaanderen 'niet het OCMW van heel de wereld moet spelen'. Maar het hoge percentage van 73,5 procent stootte op scepsis bij enkele experts. Klopte dat cijfer wel?
...

Begin deze maand kon je op de Facebookpagina van Vlaams Belang en van zijn voorzitter Tom Van Grieken opvallende cijfers terugvinden over de federale OCMW-steun voor 'vreemdelingen': voor het jaar 2019 zou die oplopen tot een bedrag van 322 miljoen euro of 73,5 procent van het budget. De partij noemde het 'nog maar een fractie van de immigratiefactuur'. Op sociale media lokten de posts duizenden shares en verontwaardigde reacties uit. Voor Vlaams Belang vormden de cijfers ook een treffende illustratie van zijn slogan dat België of Vlaanderen 'niet het OCMW van heel de wereld moet spelen'. Maar het hoge percentage van 73,5 procent stootte op scepsis bij enkele experts. Klopte dat cijfer wel? 'Bron: cijfers kabinet minister Ducarme' stond in kleine lettertjes links onderaan de afbeelding die Vlaams Belang op sociale media verspreidde. De informatie waar VB zich op baseerde, kwam inderdaad van een antwoord op een schriftelijke vraag van haar parlementslid Ellen Samyn aan minister Denis Ducarme (MR) bevoegd voor Maatschappelijke Integratie. Onder de noemer Maatschappelijke Integratie financiert de federale overheid deels de gemeentelijke OCMW's in de uitoefening van hun taken, zoals het uitbetalen van leeflonen, het mazoutfonds, of het voorzien van huurwaarborgen en installatiepremies voor daklozen. Samyn vroeg aan het kabinet-Ducarme hoeveel personen in 2019 een beroep deden op de verschillende steunmechanismes en welke bedragen de federale overheid daarvoor had uitgegeven, opgesplitst naar gewest en nationaliteit van de begunstigden. Het beantwoorden van complexe parlementaire vragen wordt door de kabinetten meestal doorgespeeld naar de bevoegde administratie. In dit geval was dat de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI), die onder meer verantwoordelijk is voor de uitvoering en evaluatie van het federale beleid wat OCMW's en armoedebestrijding betreft. En daar knelde het schoentje. Door een 'menselijke fout', aldus de woordvoerder van de POD MI, had een ambtenaar van de studiedienst bij het opzoeken van de gevraagde gegevens in de centrale databank een filter gebruikt die niet álle gegevens had opgeleverd. Het aantal begunstigden klopte, maar de cijfers die uiteindelijk in de tabel belandden, vertegenwoordigden slechts een subcategorie en minder dan de helft van de totale uitgaven. Toch werden deze onvolledige cijfers via het kabinet-Ducarme aan het parlement bezorgd, waarna ze als basis dienden voor het persbericht en de bovenstaande sociale mediaberichten van het Vlaams Belang. Waarover ging het nu precies? De bewuste som van 322 miljoen puurde Vlaams Belang uit de (onvolledige) cijfers die betrekking hadden op het 'recht op maatschappelijke integratie' of RMI, in de volksmond beter bekend als het 'leefloon'. De term 'vreemdelingen' in de VB-communicatie rond de OCMW-uitgaven verwijst niet naar mensen met een migratie-achtergrond, maar naar personen zonder de Belgische nationaliteit. En voor alle duidelijkheid, aan de berekeningen van Vlaams Belang schortte niets: de brondata waren foutief omdat grote stukken budget ontbraken. Knack kreeg ondertussen de correcte cijfers te zien: in werkelijkheid bedroegen in 2019 de federale uitgaven voor RMI aan niet-Belgen geen 322 miljoen euro maar iets meer dan 500 miljoen euro. Dat hogere bedrag vertegenwoordigt in de volledige cijfers wel een lager aandeel: het gaat niet om 73,5 procent maar om 42,7 procent van alle uitgaven voor 'recht op maatschappelijke integratie'. De bevoegde administratie stuurde deze gecorrigeerde cijfers ondertussen ook door naar het parlement. Resteert enkel nog de vraag wat er precies af te leiden valt uit de OCMW-uitgaven voor 'vreemdelingen' binnen de federale dotaties aan lokale OCMW's. De administratie van de POD Maatschappelijke Integratie laat weten dat er een 'grote kanttekening' nodig is: 'Men kan deze financiële gegevens van drie groepen niet zomaar met elkaar vergelijken. Het betreft hier een bedrag dat overeenkomt met een terugbetalingspercentage van het leefloon en de personeelskosten van het OCMW van de Federale Overheid aan de OCMW's.' Het is inderdaad zo dat de lokale OCMW's bevoegd zijn voor het daadwerkelijke beleid, en de gemeenten verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de OCMW's hun financiële verplichtingen kunnen nakomen. Kosten kunnen deels teruggevorderd worden bij de federale overheid: het zijn die bedragen die belanden in de tabellen van de POD MI. Die terugbetalingspercentages variëren echter naargelang van het dossier, gaande van 55 procent tot 100 procent. De federale uitgaven voor leeflonen geven dus sowieso geen volledig beeld. Bovendien zijn niet-Belgen, en zeker nieuwkomers, vaker veroordeeld tot de pijler van de sociale bijstand omdat ze nog geen andere sociale zekerheidsrechten hebben opgebouwd. Vlaams Belang heeft de voorbije jaren de gewoonte ontwikkeld om deze cijfers op te vragen in het parlement, net zoals heel wat andere gegevens die betrekking hebben op uitgaven voor 'vreemdelingen' - denk bijvoorbeeld aan de verhouding Belgen/niet-Belgen binnen de sociale tewerkstelling die de OCMW's organiseren. Tijdens de vorige regeerperiode was het vooral Kamerlid Barbara Pas die zulke vragen aan de bevoegde minister voorlegde. Persberichten die Vlaams Belang op basis van de ontvangen antwoorden uitstuurde, werden sporadisch door de pers opgepikt. Couranter echter bereiken de cijfers die VB opvraagt enkel ideologisch gelijkgestemde rechtse mediakanalen, zoals Sceptr en ReactNieuws. Die laatste website schreef in 2017, ook naar aanleiding van de jaarlijkse cijfers die Pas opvroeg, een artikel over de sociale bijstand als 'moslimattractie' en 'een 'Win for Life' voor elke Fatima met hoofddoek of Mohammed met pijntje'. Had Vlaams Belang zelf kunnen weten dat er iets schortte aan de cijfers? Vorig jaar nog verspreidde de partij een persbericht dat een bedrag van 440 miljoen federale OCMW-uitgaven aan niet-Belgen vermeldde. Dit jaar was dat - op basis van de foute, onvolledige cijfers - slechts 322 miljoen, wat een opvallende daling zou zijn geweest. Woordvoerder Jonas Naeyaert reageert dat de partij 'natuurlijk vertrouwde op de gegevens die door het kabinet waren aangeleverd, anders hadden we die niet gepubliceerd'. Bij het ter perse gaan had de partij nog geen gecorrigeerde cijfers ontvangen, maar Naeyaert stelde wel dat het persbericht zo snel mogelijk zou worden rechtgezet. Enerzijds is de kwestie dus terug te voeren op een pijnlijke rekenfout van de administratie, die noch het kabinet-Ducarme, noch Vlaams Belang nadien opmerkten. Anderzijds is voorzichtigheid sowieso geboden: de bedragen voor leeflonen binnen de federale OCMW-steun weerspiegelen niet het volledige plaatje van de sociale bijstand in ons land. Het is voorbarig om louter op basis van die ene dataset algemene conclusies te trekken, in het bijzonder over het procentuele aandeel van niet-Belgen binnen de leeflonen - en al zeker binnen de gehele sociale zekerheid. Dat geldt als de cijfers wel kloppen, en het geldt natuurlijk dubbel wanneer er sprake is van een ambtenaar die een rekenfout maakt.