Lévy heeft al vaker oorlogshaarden opgezocht en armoedige oorden bezocht: van Sri Lanka tot Sudan. Wat hij daar beleefde, beschrijft hij in zijn jongste boek Réflexions sur la guerre, le mal et la fin de l'histoire. In Afghanistan ontmoette hij verschillende keren de leider van de Noordelijke Alliantie, Ahmed Massud, die onlangs werd vermoord.
...

Lévy heeft al vaker oorlogshaarden opgezocht en armoedige oorden bezocht: van Sri Lanka tot Sudan. Wat hij daar beleefde, beschrijft hij in zijn jongste boek Réflexions sur la guerre, le mal et la fin de l'histoire. In Afghanistan ontmoette hij verschillende keren de leider van de Noordelijke Alliantie, Ahmed Massud, die onlangs werd vermoord. Bernard-Henri Lévy: De meeste Europese intellectuelen lagen toch al niet wakker van wat het Afghaanse volk overkwam. En daarom vergeten ze dat de Amerikanen daar niet alleen het terrorisme bestrijden, maar ook Afghanistan bevrijden. Lévy: Iedereen die verder kijkt dan zijn neus lang is, moet toch van in het begin gezien hebben dat de oorlog tegen Osama Bin Laden één prettig gevolg zou hebben: de Afghanen kunnen nu een vreselijke voogdij afwerpen, ze worden van één van de verschrikkelijkste dictaturen ter wereld verlost. Dat is geen bijzaak. Lévy: Ik ben niet pro-Amerikaans. Ik heb tegen de oorlog in Vietnam betoogd, tegen de door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA georganiseerde staatsgreep in Chili. Ik verafschuw de doodstraf. Toen George W. Bush tot president werd verkozen, was ik zeer geschokt. Maar anti-amerikanisme is meer dan gewoon wantrouwen, het is een passie. En passie maakt blind. Die passie bestond al lang voor de Verenigde Staten een supermacht werden. De VS zijn _ historisch gezien _ een heel nieuwsoortige natie, waar Europa altijd afwijzend tegenover heeft gestaan. Onze oude westerse landen zijn gebouwd op een gemeenschappelijk territorium, op een collectief verleden, op een eigen identiteit. Dergelijke naties vinden dat door Jean Jacques Rousseau geïnspireerde Amerika onuitstaanbaar, verwerpelijk en zelfs schandelijk: een natie die door een contract vanuit de top is ontstaan, en niet zoals Europa organisch uit kleine staatjes is gegroeid.Lévy: Europeanen koesteren nog steeds in stilte het fantasme van de vermeende reine staat, van de op zich staande volksgemeenschap. De smeltkroes, de culturele mix vinden ze griezelig. En tegenover de supermacht Amerika slaat dat oude wantrouwen om in het aan de kaak stellen van Amerikaanse arrogantie. Lévy: Dat is een stokpaardje van zowel de Franse als de Duitse rechterzijde, dat in spiegelbeeld ook door links werd overgenomen. Voor hen is Amerika een ontologische catastrofe. Die emotionele afwijzing woekert in het hart van de Europese cultuur en baant zich bij elke gelegenheid een uitweg. Lévy: Moslims zien de neergang van hun wereld, de verloren grootsheid, de gesmoorde Verlichting, de smaad van het kolonialisme als een permanente vernedering van de Oriënt door het Avondland. De Verenigde Staten waren in het Midden-Oosten nooit een koloniale macht, maar ze worden als prototype van de verwestelijking gezien en tot afgod verheven. Lévy: Dat is een alibi. Israël en de Verenigde Staten hebben niet veel bijgedragen tot de vernedering van de Arabische wereld. Ze dienen als alibi voor het onvermogen om het eigen ongeluk te verklaren en de eigen verantwoordelijkheid te erkennen. Veel Arabieren leven in een magische wereld waarin de Verenigde Staten en Israël ongeveer samenvallen: de grote en de kleine satan. Lévy: Het joods-Amerikaanse complot, New York, de stad van het wereldjodendom zijn allemaal oude waanbeelden van Europees extreem-rechts, die nu in veel Arabische hoofdsteden leven. De islam in zijn fundamentalistische vorm is te vergelijken met een derde fascisme: het groene fascisme komt na het bruine en het rode. Lévy: Met een sterke mythische kern. Alle fundamentalistische bewegingen hebben gemeenschappelijke kenmerken: de wil tot ongerepte zuiverheid, de compromisloosheid, de droom van de nieuwe mens die met zichzelf en zijn gemeenschap in harmonie leeft. In de stuiptrekkingen van het islamintegrisme beleven we de laatste hoogtepunten van het totalitarisme van de twintigste eeuw. Lévy: Ja, maar niet om een oorlog van het Westen tegen de islam. De echte strijd tussen beschavingen speelt zich binnen de islam af. De inzet ervan is de verdergaande Verlichting. Die oorlog zal lang duren, en de uitkomst ervan is schrikbarend onzeker. Maar het wordt de grote controverse van de 21ste eeuw. Lévy: In het Westen is die universaliteit _ die Weltgeist zoals Hegel dat noemde _ het verst en het meest overtuigend doorgedrongen. Maar er zijn andere vormen van die Weltgeist, ook in de islam. Er was een Arabische Verlichting, zoals Averroës die in de 12de eeuw vertegenwoordigde. Lévy: De islamitische Verlichting is verslagen, maar niet dood. Ze leeft in Turkije en bij veel intellectuelen in enkele Arabische landen, ook al wordt ze onderdrukt en vervolgd. Niemand kan de moslims die hervorming afnemen, ook de imams niet. Die moeten nu aan zichzelf gaan werken, die moeten hun heilige teksten goed bekijken, net zoals de joden en de christenen dat in andere tijden deden. De moslims moeten ophouden hun vernedering door het Westen als de oorzaak van alle kwaad te zien. Ze moeten hun anti-semitisme aanpakken, ze moeten hun afwijzingen opgeven: afwijzing van het individualisme, het recht op verschil, op anders zijn, op fouten. Ze moeten erkennen dat er ook in hun geloof slechte zaken zitten. De islam is niet onaantastbaar en Allahs woorden zijn voor verschillende verklaringen vatbaar.Lévy: Juist in die integristische aanspraken ligt het totalitaristische gevaar besloten. Die gelaïciseerde islam bestaat al: in Turkije en nog veel sterker in Bosnië. De Bosnjakken moesten ook tegen de Serviërs beschermd worden om het Bosnische model, dat bewijs dat een moderne wereldlijke islam bestaat, te redden. Lévy: Wat mij betreft: ja. De intellectuelen leden altijd onder een dubbele verzoeking: de keuze tussen pacifisme en oorlogszucht. De oorlog als vader van alle dingen en de vrede als doel op zich. Die dichotomie verhindert dat men de derde optie ziet: de rechtvaardige oorlog. Lévy: Oorlog is nooit goed en schoon. De esthetiek van de oorlog die sommige dichters zo fascineerde, is smeerlapperij. De lof van de oorlog als toppunt van viriliteit is schandelijk. Maar oorlog kan ondanks alle gruwel onvermijdelijk worden en dan moet hij gevoerd worden, zonder passie, bedaard en binnen proportie. Want er is iets ergers dan de oorlog: de hel. Lévy: Dat is iets helemaal anders. Bombardementen zijn niet het beste middel om het terrorisme klein te krijgen. De strijd tegen de terreur moet op een ander vlak gevoerd worden: bevriezen van financiële kanalen, via spionage en inlichtingendiensten, via politieke en diplomatieke druk, maar vooral door eens en voor altijd een einde te stellen aan dat Amerikaanse en westerse ontzien van staten die terroristen steunen of beschermen. Lévy: Natuurlijk, die hele Saudische hypocrisie is toch walgelijk? Mijn vriend Ahmed Massud zei me eens dat Bin Laden een typisch product van die Saudische paleisintriges is. Massud zei me: geloof niet dat hij de stem van de vervloekten dezer wereld of zelfs maar van de Palestijnen is. Bin Laden wil afrekenen met een kaste waartoe hij zelf behoort, hij wil de macht, hij wil de olie. En als je dan hoort dat de CIA tot een tijd geleden nog contact hield met de man, zou je toch kotsen. Lévy: Dat is mij vragen of ik geloof dat we het kwaad of het geweld of de oorlog kunnen afschaffen. Dat kan niet. We kunnen hopen dat we het terrorisme kunnen begrenzen, isoleren, tegenhouden, maar we kunnen het niet uiroeien. Wie mens is, heeft ook een donkere, vervloekte, boosaardige kant in zich. Dat kunnen we niet definitief overwinnen. Het terrorisme is de donkere slagschaduw van de westerse maatschappij. En die schaduw blijft ons nog lang achtervolgen. Lévy: Baudrillard, maar dat is typisch voor de man, heeft op zeer gecompliceerde manier een heel gewone vaststelling verteld. Natuurlijk zal ook het terrorisme zich wereldwijd organiseren. De leiders ervan behoren trouwens veeleer tot de elite dan tot de groep van arme, ongeschoolde mensen. Maar beweren dat de VS zelf schuld aan de terreur hebben, is weerzinwekkend. Lévy: Misschien wilden ze dat iedereen laten geloven, maar hun doodsverlangen komt niet uit vertwijfeling voort. Ze zien zichzelf als de moderne kinderen van het paradijs. Zij stralen van de hoop. Ik heb in Sri Lanka zulke zelfmoordkandidaten gesproken en bestudeerd. Dat zijn geen wanhopige mensen, ze menen dat zij de weg kennen. Ze zijn ervan overtuigd dat zij aan het Laatste Oordeel ontsnappen. Lévy: De beslissing om te sterven is het absolute wapen, het enige wapen waar niemand tegenop kan. Kijk naar Israël: de kans dat elke voorbijganger een wandelende bom is, creëert een massapsychose. Die terroristen zijn voorbeelden van een griezelig sterke morele kracht. Het vermogen om tot het bittere einde te gaan, om alle instincten tot zelfbehoud opzij te zetten, maakt hen op een schokkende wijze sterk. Lévy: Omdat ze niet begrijpen wat in hun hoofden omgaat. Dat zijn monsters, die zelfmoordkandidaten hebben een heel bijzondere training gekregen, militair-technisch, maar ook religieus. Lévy: Meer dan dat. Ze gehoorzamen met blind geloof en een robotachtige discipline. Ze hebben een zeer groot moreel en intellectueel charisma. Dat ligt volgens mij veel dichter bij ascese dan bij hersenspoeling. Lévy: Het einde van geschiedenis werd niet zichtbaar in Jena, Moskou of New York. Ik heb het gezien in Burundi en op vele plaatsen in Afrika, waar oorlogen woeden die geen enkele logica meer volgen, waar de vechtenden niet meer weten waarvoor ze vechten. Dat is losgeslagen nihilisme, pure haat en vernietiging. Ideologische motieven zijn daar een schaamlap voor naakte brutaliteit. Lévy: De rede is niet almachtig en de filosofie heeft vaak de nederlaag geleden. Dertig jaar geleden geloofde ik in de revolutie, in de radicale maakbaarheid van de wereld. Dat is verleden tijd, ik ben bescheiden geworden. Het centrale punt van mijn werk is het pessimisme. De idee dat een nieuwe volmaakte wereld kan bestaan, is op zich weer een barbaars idee. Lévy: Neen, ik geloof in het kwade, niet in de onafwendbare ondergang. Ik blijf vechten om de wereld een beetje minder slecht te maken. De gruwel kan het laatste woord niet hebben. Mijn generatie heeft een groots principe in het volkenrecht binnengebracht: het recht op interventie. Dat recht heeft drie bevrijdingsoorlogen mogelijk gemaakt: in Bosnië, in Kosovo en in Afghanistan. Het is de taak van onze kinderen om van dat recht een plicht voor iedereen te maken. Maar daar hebben we meer voor nodig dan humanitaire hulp en betuigingen van medelijden. Copyright Knack/Der Spiegel Vertaling en bewerking Misjoe Verleyen'Oorlog is nooit goed en schoon. Maar er is iets ergers dan de oorlog: de hel.'