DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN DE KANALEN ZIJN DUS DICHTGESLIBD,OF BEVROREN. Volgens een aan de Leuvense universiteit verricht onderzoek stemt de Vlaamse kiezer zoals zijn muts staat. Partijtrouw en programma zeggen hem niet veel meer. Bij nog slechts een beetje SP- en CVP-publiek blijft een soort familiegevoel overeind. Al de rest zwerft onzeker rond. Zeven Volksuniestemmen op tien komen van vrouwen omdat die Bert Anciaux nu eenmaal een knappe vent vinden, wat op het Vlaamse nationalisme een nieuw licht werpt. Zelfs het beruchte ?dienstbetoon?, de uitsloverij waarmee politici voor hun cliënten allerlei zaakjes regelen, rendeert nog nauwelijks. De ondankbare beschermelingen gaan bijna allemaal vreemd. De mannen en vrouwen die zogezegd ?de natie vormen? hebben dus geen partijgehecht beeld van de wereld meer. Hun volgens professor Swyngedouw als ?machteloos? aangevoeld burgerschap, op zoek naar het onvindbare, waaiert uit in een meander van losse meningen of initiatieven. De zelfs in het buitenland druk bestudeerde Witte Mars, door niemand en iedereen georganiseerd, leverde het eerste grote bewijs van die voor beroepspolitici zorgwekkende ontwikkeling. De ?atomisering van de politiek? waarvoor premier Dehaene zo vreest, kan het bestaande regeersysteem met zijn bijna niet meer te tellen aantal deelnemers geheel of gedeeltelijk nutteloos maken. En de gemeenschap besteedt niet graag haar geld of energie aan iets dat ze overbodig begint te vinden. Maar wanneer in een land als België de parlementaire democratie wegdeemstert, heeft dat gevolgen voor een veel bredere structuur dan wat men kortweg de Wetstraat noemt. De vakbondswereld, bijvoorbeeld, gaat lijden onder dezelfde gezagsloosheid als de regeringspartijen waarmee zij sedert een halve eeuw verstrengeld is geraakt. Van opvallend veel verkozenen en ministers behoort een syndicaal ?rugnummer? tot hun gewone curriculum vitae. De naoorlogse, geruisloze versmelting van politieke leiding en sociale strijd heeft de vakbonden op een dwaalspoor gebracht. Zij zijn, naast andere gecoöpteerde pressiegroepen, een weliswaar buiten de grondwet bestaand maar vast onderdeel van het Belgische staatsbestuur geworden, pijlers onder wat nog rest van het regime. Ooit was dat anders. Tot in de jaren dertig kon een arbeider of kleine bediende, toen nog vaak in een schamel of ronduit proletarisch bestaan gedompeld, in de syndicale beweging een groot en zelfs gevaarlijk want bijna strafbaar ideaal vinden. Het kon hem tekenen als mens, er bestaan vandaag nog van die vergrijsde pioniers. Dat naar verheffing strevende levensgevoel, in schril contrast met de grauwe fabrieken of gierig bemeubelde kantoren, stond afgebeeld op een van de mooiste protestplakkaten aller tijden : ?Het hele raderwerk valt stil, als uw machtige arm dat wil.? En het werd prachtig aangesproken door de beroemde slogan die ACV-kardinaal Cardijn zijn volgelingen voorhield : ?Maakt geen revolutie, gij zijt zèlf de revolutie.? Stakingskassen werden met penningen en zegeltjes, voor iedereen zichtbaar, opgebouwd. Er bestond mooie rode vakbondspoëzie, opstandige grafische kunst en ook massale sportbeoefening omdat demonstrerende arbeiders de gendarmerie van de Staat op eigen spierkracht moesten kunnen weerstaan. Kortom, er brandde daar vuur, begeestering en een ingebouwd cultuurproject. Na 1945 vond Duitsland de Mitbestimmung uit (bedrijfsleiding en personeel gingen solidair in de raad van bestuur zitten) en België haar beroemd sociaal-overlegmodel. Tussen de politieke overheid, het op winst gerichte kapitalisme en le monde du travail werd vrede gesloten. Daar werd iedereen beter van, de welvaartsstaat stond al snel in de steigers en ontvouwde zich even later tot de golden sixties, de sociale woningparken, de automatische koffiezetter, de tweeverdieners, het wettelijk pensioen, de kinderbijslag, het vries- en dopgeld, de crèches, de vrije schoolkeuze, het monument van de topgeneeskunde voor iedereen, de autowegen met drie rijvakken. In al die weelde begonnen de tevreden vakbondsleiders dezelfde streepjespakken te dragen en dezelfde persoonlijke welstand te verwerven als de ministers of de vertegenwoordigers van handel en nijverheid met wie zij tenslotte als vrienden het algemeen belang dienden. Zij gebruikten stilaan ook dezelfde werkmiddelen : behoorlijke studiediensten, internationale netwerken en congressen, plaatselijke advieskantoren met computerschermen die aan hulpzoekende leden de ingewikkelde sociale wetgeving konden duidelijk maken, de aanleg van grote alhoewel onbekende kapitaalvoorraden bewaard in eigen spaarbanken of een wirwar van financiële maatschappijen. Ze wisten immers de afspraak te bedingen dat hun historische vijand, het patronaat, uit eigen zak de vakbondspremie van de werknemers betaalt. Van de staatsoverheid kregen ze dan weer gedaan dat ze zelf de uitkeringen voor werkloosheid mogen behartigen, met afhouding van niet kinderachtig berekende bedrijfsonkosten voor zichzelf. Er scheen geen einde aan de groei te kunnen komen, de sociale buildings werden steeds hoger, het design van hun directiekamers evenredig aangenamer. Toen kwam helaas de dag dat de tot in zijn merg medeplichtige leverancier van al die wettelijke en financiële goederen, met name de Belgische politieke klasse, naar Maastricht ging en terugkeerde met de mismoedige boodschap : party is over. De regering zag zich even later zelfs gedwongen tot het ondenkbare. In grote haast privatiseerde ze bijna alle overheidsbedrijven, de trots van elke ware vakbonder, van het voetvolk. DUS MOESTEN VOORAL MIA DE VITS, Michel Nollet en de hele ABVV-leiding voor hun leden een nieuw verhaal bedenken. Of liever, onder de invloed van een zich nog altijd wat romantisch voordoend maar uitgekookt Waals syndicalisme, grepen ze terug naar de oude stijl. Een algemene staking proberen. De zichtbare mislukking ervan weg praten. Een geheime strijdnota tegen de wettelijke ?loonnorm? opstellen, niet een reëel vechtplan maar iets fels voor de media. Bakzeil halen bij het stugge VBO. Sociaal overleg definitief naar de schroothoop. Dan maar Dehaene laten doen. En zo zit de vakbond in de politiek gevangen, terwijl het geloof in die politiek juist weg is.