Als kersverse CVP-voorzitter leerde Marc Van Peel al snel branden te blussen en proefballonnen uit de lucht te schieten. Een gesprek.
...

Als kersverse CVP-voorzitter leerde Marc Van Peel al snel branden te blussen en proefballonnen uit de lucht te schieten. Een gesprek.TOT voor kort zat Marc Van Peel, volgens sommigen, ontgoocheld op een Antwerps zijspoor. Want niet gevraagd voor de Vlaamse regering. Door het spectaculaire vertrek van CVP-voorzitter Johan Van Hecke, kwam hij plots aan het hoofd van de Vlaamse christen-democraten. Er is geen dossier van belang meer in dit land dat niet eerst via zijn bureau in de Brusselse Tweekerkenstraat passeert. Dat ging snel. MARC VAN PEEL : Dat van die ontgoocheling klopt niet. Ik heb mijn zetel in het parlement nooit gezien als het middel bij uitstek om snel minister te worden. Bij de vorming van de vorige Vlaamse regering zat zo'n ministerpost er inderdaad in. Dat ging niet door, maar tot frustratie heeft dit niet geleid. Bovendien, door de beperking van het aantal ministerposten is het niet meer zo evident dat een mandaat in de Raad of de Kamer naar een ministerpost leidt. Dat heeft als gelukkig gevolg dat we in de parlementen over tal van waardevolle mandatarissen beschikken. Hoe ging die opvolging van Johan Van Hecke in zijn werk ? VAN PEEL : Premier Jean-Luc Dehaene lichtte me op woensdagnamiddag (5 juni) in over het ontslag van Johan. Die avond kwamen we bijeen met de fractievoorzitters, de premier, vice-premier Herman Van Rompuy, minister-president Luc Van den Brande, Senaatsvoorzitter Frank Swaelen. We legden het scenario vast voor donderdag. Het partijbestuur keurde de beslissing goed. Ik heb niet lang nagedacht over de opvolging. We verkeerden in een noodsituatie. Het scenario dat voorlag leek iedereen het meest evidente. Ten tweede was het voor mij een schok, maar ik zag er niet tegen op ik ga daar niet flauw over doen. Het was voor de CVP belangrijk dat iemand, het weze dan voor vijf maanden, het roer overnam van Van Hecke. Met de kaderwetten voor de federale regering in de steigers, was het niet het moment om even alles opzij te zetten en een verkiezingsprocedure te starten die weken in beslag zou nemen. Donderdagavond, voor het partijbestuur, heb ik gevraagd dat er gestemd zou worden. Er waren 65 stemgerechtigden. Op twee na hebben die, bij geheime stemming, mijn aanstelling aanvaard. Daarmee was ik echt gemandateerd. Daarop volgde meteen dat CVP-congres, weliswaar over leefmilieu. Hoe pakte u de bijeenkomst aan ? VAN PEEL : Ik wou vooral de continuïteit bevestigen. Ik heb gezegd : ik voltooi het mandaat van Van Hecke ; ik zal dus ook diens visie op de partijstructuren, op de vernieuwing doortrekken. Maar ik heb ook duidelijk gesteld dat de CVP een nieuwe leider had, die de volgende vijf maanden de ingrepen zal doen die een voorzitter moet doen. Daarom heb ik senator Paul Staes gezegd dat uitspraken zoals ?de christelijke principes kunnen de pot op? echt niet kunnen. Er moest worden aangetoond dat bij de CVP geen machtsvacuüm bestond. Hoe moeilijk of makkelijk was het om na Van Hecke te komen ? VAN PEEL : Johan Van Hecke behoort al jaren tot mijn vriendenkring. Wij hebben samen veel gepraat en nagedacht over wat de vernieuwing van de CVP betekent. Voor mij was het klaar dat Van Hecke zichzelf zou opvolgen. Ineens zat ik dus op zijn stoel en dat stoorde me. De eerste dagen had ik een gevoelen van : ik zit hier op een plaats die mij niet toekomt. Het ziet er intussen naar uit dat u hier voor langer dan vijf maanden zit ? VAN PEEL : Dat weet ik niet. Het voorzittersdebat kan pas worden gevoerd als de hele procedure is opgestart, in oktober. Uw profiel is dat van een ACW'er, bekwaam, maar geen charisma, geen winnaar... VAN PEEL : Verwacht u nu van mij dat ik dat allemaal bevestig ? Er moet toch oog zijn voor de moeilijke positie waarin alle traditionele partijen in Antwerpen zitten. Bovendien is er de altijd moeilijke situatie van de CVP in een grootstedelijke context dat geldt niet alleen voor de Antwerpse CVP. Hoe groter de kieskring, des te meer komen mensen aan bod die geregeld mediabelangstelling genieten. Bij de jongste verkliezingen had ik 10.000 stemmen. Die heb ik, leterlijk, als parlementslid en gemeenteraadslid bijeengesprokkeld. Als je geen mediafiguur bent geen minister, partijvoorzitter, journalist, weerman of ombudsman dan is je communicatiekanaal naar de kiezer nogal smal. Voor mezelf, maar ook voor de Antwerpse CVP is mijn aantreden een goeie zaak. Er was de voorbije twintig jaar geen stedelijke CVP-figuur meer die omwille van één of andere functie mediabekendheid genoot. Stoort het u dat enkele kranten schreven dat de CVP de progressieve lijn van Van Hecke heeft verlaten ? VAN PEEL : Ach, ik ben daarvan echt niet onder de indruk. Iedereen weet dat ik een felle supporter was van de vernieuwingsoperatie van Van Hecke en dat ik die mee heb geïnspireerd. Ik kan er wel inkomen dat een deel van de publieke opinie zich afvraagt : wie is die Van Peel nu eigenlijk ? Daarom zal elk van mijn uitspraken voortaan op een weegschaal worden gelegd. Ik heb stellingen ingenomen in verband met het antidiscrimineringsvoorstel, met het federale regeringsbeleid, het stemrecht voor migranten, zelfs over het spontaan Vlaams bewustzijn. Moet ik nu in de remmen omdat sommigen mij misschien niet progressief, niet Vlaams genoeg of te conservatief vinden ? Aanvankelijk leek het er toch op dat u de traditionele achterban van de CVP gerust wou stellen ? VAN PEEL : Wat ik in juni op het congres heb gezegd, meen ik ook. Het antidiscriminatievoorstel beoordeelde ik als een goed bedoeld maar juridisch erg onvoldragen voorstel. Anderen, ook niet-katholieken, in de politiek, in de media, kwamen tot eenzelfde vaststelling. Er waren ook reacties vanuit de partij : er wordt zoveel aandacht en zorg besteed aan de vernieuwers, maar wat met ons ? Een partij kan zich niet veroorloven de indruk te wekken met een verruimingsoperatie al het opgebouwde te willen wegvegen. Daarom heb ik verwezen naar de mensen die ook volhielden toen alles bij de CVP leek tegen te slaan en de opiniepeilers ons acht procent onder de VLD plaatsten. Want dat zijn de echte militanten. Zal ik die mensen nu even zeggen : mooi dat u op de winkel paste, maar nu moet u even opzij, want het echte werk gaat beginnen ? Kan u omschrijven waaruit de progressiviteit van Van Hecke inhoudelijk bestaat ? VAN PEEL : Inhoudelijk moeten we van het modewoord vernieuwing loskomen vandaar de vier themacongressen die op het programma staan. Vernieuwing is zo'n mediawoord, zoals in '81 le changement van François Mitterrand. Meestal komt het neer op ander en beter. Alle partijen sturen op een of andere manier op vernieuwing aan. Ik geef dus toe dat we het woord programmatorisch moeten verdiepen. In essentie bestaat die vernieuwing voor mij uit een verbreding van ons actieterrein. De CVP had haar bevoorrechte bindingen met de standen. De evolutie echter is van die aard dat, als je heel het maatschappelijk middenveld wil aanspreken, de polarisatie wil overstijgen en synthesevoorstellen wil aandragen, je met die drie standen niet langer heel dat middenveld bereikt. Daarom hebben we intussen tal van contacten, bijvoorbeeld, met de milieubeweging, die we zeker niet willen binnenrijven. We willen met die mensen, zoals met de VZW Natuurreservaten, een georganiseerd gesprek. Hetzelfde geldt voor de wetenschappelijke wereld, waarmee de politiek veel te weinig voeling heeft, en voor de bedrijfswereld. Daar zitten tal van mensen die zich niet op de klassieke, partijpolitieke manier willen inzetten, maar die zich maatschappelijk wel willen engageren. Voor hen zijn we de evidente gesprekspartners. De verbreding van dat middenveld, tot andere bewegingen en andere mensen, dat is voor mij de essentie van de vernieuwing. Uiteraard geef je zoiets gestalte door een aantal figuren, zoals een Reginald Moreels, aan te trekken. U spreekt graag over het radicale centrum. Wat bedoelt u daarmee ? VAN PEEL : Het radicale moet erin bestaan dat we, na onze gesprekken met al die groepen op het middenveld, niet terecht komen in het enerzijds-anderzijds-discours maar dat we duidelijke keuzes maken. Een centrumbeweging mag niet verzanden in puur pragmatisme, opportunisme. Radicaliteit betekent voor mij duidelijkheid. Het milieucongres is al achter de rug. 's Avonds was te zien dat die duidelijkheid er nog niet was, meer bepaald in verband met het Fenix-project in Limburg. VAN PEEL : Wij wezen de kritiek af dat het Fenix-project in strijd is met de principes van ruimtelijke ordening. Want het gaat hier niet om prachtige heidegebieden, maar om vervallen industrieterreinen, mijnsites, die economisch moeten worden gevaloriseerd. Het tweede probleem is heel het sociaal-economische discours. Als partij zijn we echt niet bij machte dat allemaal af te wegen. Bovendien liep daarover een federale procedure. Nu is er een ongunstig sociaal-economisch advies gevallen. Wij aanvaarden dat. Wil men nu een project dat wel een positief advies meekrijgt, dan moet het project worden gewijzigd. Het kan echter niet dat we, zoals sommigen al suggereerden, aan de procedure of de criteria gaan sleutelen omdat die ons slecht uitkomen. Trad dat gebrek aan duidelijkheid ook op bij het antidiscrimatievoorstel van uw partijgenoot Luc Willems en SP'er Renaat Landuyt ? VAN PEEL : Er is nu het beeld ontstaan van : de CVP had een standpunt, dat van Luc Willems, en nu fluiten Van Peel en de Kamerfractie die jongen terug. Daar is niks van aan. Onze Kamerfractie heeft interne procedures waarbij ze zegt : als een Kamerlid een voorstel heeft, dan bekijken we dat in het fractiebureau dat zijn een achttal mensen. Of wij daar als fractie achter staan, daarover zal naderhand de voltallige groep zich uitspreken. Willems kreeg dus groen licht van het fractiebureau om samen met Landuyt zijn voorstel in te dienen. Met als afspraak dat er nadien door de voltallige fractie zou worden over gepraat. Nu bleek dat de fractie bij dat voorstel tal van vragen had en dat ze de hele kwestie nog eens grondig wou bekijken. Volgens sommigen zou Willems voordien zijn voorstel grondig hebben doorgenomen met Van Hecke. VAN PEEL : Ik heb daarover met van Hecke gepraat. Luc Willems heeft hem ooit gevraagd of hij bezwaar had tegen zijn medewerking aan een voorstel tegen de discriminatie van homofielen. Uiteraard had Van Hecke geen bezwaar. Mocht Willems mij die vraag hebben gesteld, zou mijn antwoord hetzelfde zijn geweest. Maar Van Hecke heeft nooit een tekst gezien, laat staan dat hij zoals her en der al werd beweerd zou hebben meegewerkt aan een memorie van toelichting. In stap met een gerust hart over de commentaren dat de CVP nu definitief de lijn-Van Hecke heeft verlaten. Het merkwaardigst waren toch de vier kolommen van Yves Desmet in De Morgen. In de eerste twee kolommen gaf hij toe dat de tekst van het antidiscriminatievoorstel langs alle kanten rammelde, want opiniedelict enzovoort. Waarna hij omzwaaide en zei dat bij de CVP de fundamentalisten het hadden gehaald en dat hij nu eens hun privé-leven op de rooster zou leggen. Je moet het maar kunnen ! Maar daardoor laat ik me niet intimideren. Ik weiger me in een conservatieve hoek te laten drummen omdat ik een aantal evidenties stel. Ik heb geen last van complexen. Er is niks fout aan een positieve discriminatie van huwelijk en gezin en ik zal dat blijven zeggen. Als een bepaalde progressieve pers meent dergelijke houding te moeten vergelijken met de morele herbewapening van John Major en zijn Britse conservatieven, dan is dit flagrante desinformatie. Ik roep niet op tot onverdraagzaamheid tegenover alleenstaande moeders met kinderen. Wie het anders voorstelt, vertelt onzin. Hoe ziet u de verhouding tussen partij, fracties en regering ? In het Vlaams parlement, bijvoorbeeld, wil men naar een Nederlands model evolueren, met fracties die meer invloed hebben. VAN PEEL : Eén van de grote verdiensten van Van Hecke is dat hij erin slaagde een onderscheid te laten maken tussen de partij en de regeringen. Hij kon doen inzien dat de CVP als partij en beweging niet noodzakelijk samenvalt met de federale of met de Vlaamse regering. Het probleem met het Nederlands model, waarbij de fractievoorzitter de belangrijkste politieke figuur wordt, is dat alle partijen gelijktijdig dit systeem moeten aanvaarden. Met als bijkomende moeilijkheid dat de partij dan voortaan als arbiter moet optreden tussen de verschillende fracties, in de Vlaamse raad, in de Kamer en in de Senaat. Bovendien bestaat er een groot verschil in partijtradities, in huisstijlen. De rol van een SP- of PS-voorzitter verschilt grondig met die van een CVP- of PSC-voorzitter. SP-voorzitter Louis Tobback zegt : ?Waarom in godsnaam doen de CVP-Senatoren nog lastig over de asielwet. We hebben de goedkeuring van de regering, van de Kamer. Nu gaan die CVP-Senatoren nog eens van hun tak maken...? Terwijl het bij ons nogal evident is dat de Senatoren hun rol voluit spelen. Toch kwam premier Dehaene meteen tussenbeide toen CVP-Senatoren zich tegen de asielwet kantten, maar niet toen PS-Senatoren zich verzetten tegen het installeren van onbemande camera's. Vanwaar dat verschil ? VAN PEEL : Er waren in elk geval evenveel redenen om die asielwet nog eens nader te bekijken dan om over de wet op de onbemande camera's tussen te komen. Voor de asielwet was er een probleem aan CVP-zijde. De premier heeft daarin zijn verantwoordelijkheid opgenomen. Met de onbemande camera's lag het probleem aan PS-zijde. Daarom was het aan de PS-voorzitter om zijn opdracht te vervullen en zijn troepen op de overeenkomst binnen de regering te wijzen. Was er in verband met de asielwet niet een persoonlijk probleem, vooral met minister Johan Vande Lanotte van Binnenlandse Zaken en diens arrogantie ? VAN PEEL : Als de minister in de Senaat, die nota bene dit wetsontwerp geëvoceerd had, komt zeggen hier moet niet meer geamendeerd worden, want dit is goedgekeurd in de regering en in de Kamer, dan vraagt hij om moeilijkheden. Want dat is een stijl die ons niet ligt. Luc Van den Brande komt geregeld naar voren met krasse communautaire stellingen ; nu weer met de staatshervorming met twee snelheden. Hoe bekijkt u dat ? VAN PEEL : Dat is een gevolg van de dynamiek van de instellingen en uiteraard ook een kwestie van figuren. Ik heb het in mijn eerste congresspeech gezegd : ?Jean-Luc Dehaene is onze ervaren gids, Van den Brande is onze verkenner.? Van den Brande is gerechtigd zijn visie te geven. Maar dat doet geen afbreuk aan onze engagementen. De CVP is in een coalitie gestapt waarin we ons concentreren op de Maastrichtnorm, de sociale zekerheid, allemaal doelstellingen die ook voor Vlaanderen van levensbelang zijn. Dat engagement zal ons niet beletten binnen de CVP en in het Vlaams parlement na te denken over wat na 1999 dient te gebeuren. Als op dat moment het francofone afwijzingsfront nog volhardt, dan zitten we inderdaad met een groot probleem. Is het niet zo dat men intussen niet alles durft te zeggen over de reële kloof tussen Vlaanderen en Wallonië ? Zaken worden gemaquilleerd met bijgesmukte studies... VAN PEEL : Een echte onderhandeling met de Franstaligen voer je niet via de media. Als Luc Van de Brande zijn denkpistes lanceert, is het, in de huidige omstandigheden, evident dat PS-voorzitter Philippe Busquin en PSC-voorzitter Charles-Ferdinand Nothomb die afwijzen. Daaruit besluiten dat de Franstaligen altijd alles afwijzen, lijkt me overdreven. Ik ben ervan overtuigd dat, als we in onderhandelingen treden, de PS en PSC in sommige aangelegenheden zelfs vragende partij zijn. Maar we zijn nog niet aan onderhandelingen toe. We zijn nu bezig met de uitvoering van een regeerakkoord. Ook Van den Brande stuurt nu niet aan op een communautaire crisis. Stel even dat de regering sneuvelt. Dan komen we tot de vaststelling dat de Maatsrichtnorm niet is gehaald en dat de sociale zekerheid niet is gemoderniseerd. Dat gaat in tegen de Belgische en tegen de Vlaamse belangen. In dat scenario stapt de CVP niet mee. Wat niet belet dat we al eens het groene gras aan de andere kant van de heuvel mogen gaan bekijken. SP'er Robert Voorhamme zegt dan weer : laten we de bestaande hervormingen verdiepen voor we nieuwe bevoegdheden eisen. VAN PEEL : Ik kan daar inkomen. Maar als heel de Vlaamse regering en haar sociale gesprekspartners oordelen dat het een goede werkgelegenheidsmaatregel zou zijn de vennootschapsbelasting te verlagen, dan hebben wij het recht dat voor te stellen. Maar ondanks de voorgestelde compensatie, kan dat door de afwijzing van de Franstaligen niet doorgaan. Nu zijn we aangewezen op het massaal terugbetalen van de opleidingskosten van ondernemingen, want dat komt ook neer op een lastenverlaging. Maar dat is wel de op één na beste oplossing. Hoe ver mag de federale regering gaan in het opleggen van nieuwe belastingen ? VAN PEEL : Partijvoorzitters moeten de regering niet dicteren wat haar te doen staat. Ik aanvaard echter niet dat de regering kaderwetten vraagt, omdat alles met alles verband houdt en de situatie uiterst complex is, terwijl enkele ministers, bij wijze van proefballon, debatten aantrekken over belasting op reële huur en dergelijke. Debatten die ze in de regering niet voeren. Het parlement voelt dit aan als een blamage. Tegelijk is duidelijk dat de 80 miljard frank besparingen niet alleen aan de kant van de uitgaven zullen worden gevonden. De CVP lijkt bereid een heel eind mee te stappen in de belastingdrift van sommige coalitiepartners, omwille van het gestelde doel, de Maastrichtnorm, de muntunie. Zolang de regering maar niet valt. VAN PEEL : De Maastrichtnorm halen is de eerste prioriteit. Wij stelden inderdaad dat de belastingdruk niet mag stijgen boven die van 1987. Maar gaan we dat nu allemaal precies afwegen ? Zo van : we hebben maar zoveel fiscale maatregelen genomen, de rest gebeurt aan de kant van de uitgaven en heeft, bijvoorbeeld, te maken met de sociale toelagen, met het inkomen van de ambtenaren. Dan zouden we dus prachtig gepresteerd hebben ? Maar intussen zouden we wel hebben geraakt aan de inkomsten van onze mensen voor wie het niks uitmaakt of we hebben bespaard aan de kant van inkomsten of van de uitgaven. Peter Renard Rik Van Cauwelaert CVP-voorzitter Marc Van Peel : Ik weiger me in de conservatieve hoek te laten drummen. Premier Dehaene en minister-president Van den Brande, de gids en de verkenner. Niets belet het groene gras aan de andere kant van de heuvel te verkennen. Marc Van Peel : de Maastrichtnorm halen is de eerste opdracht.