De menselijke aanwezigheid laat overal sporen na. En lang. Jan Plue van de Afdeling Bos, Natuur en Landschapsonderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven schrijft met een aantal collega's in het vakblad Landscape Ecology dat er in het Noord-Franse Bos van Compiègne, bekend van de wielerwedstrijd Parijs-Roubaix, nog altijd sporen terug te vinden zijn van de aanwezigheid van de Romeinse bezetters, meer dan 1600 jaar geleden. Sinds het einde v...

De menselijke aanwezigheid laat overal sporen na. En lang. Jan Plue van de Afdeling Bos, Natuur en Landschapsonderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven schrijft met een aantal collega's in het vakblad Landscape Ecology dat er in het Noord-Franse Bos van Compiègne, bekend van de wielerwedstrijd Parijs-Roubaix, nog altijd sporen terug te vinden zijn van de aanwezigheid van de Romeinse bezetters, meer dan 1600 jaar geleden. Sinds het einde van het Romeinse tijdperk is de regio er altijd met loofwoud bedekt geweest. Op 24 bekende Gallo-Romeinse archeologische sites werden de bodem, de vegetatie en de zaadbank (de in de bodem aanwezige niet-gekiemde plantenzaden) onderzocht en vergeleken met die van locaties waar nooit mensen verbleven. De sporen van de Romeinen waren nog merkbaar: vooral het fosforgehalte en de zuurtegraad van de bodem waren hoger, waardoor er meer vegetatie groeide en er meer soorten in de zaadbank te vinden waren. Er was weinig verband tussen de soorten in de zaadbank en de huidige vegetatie. De soortensamenstelling op de 24 sites was ook vrij eenvormig, hoewel ze geografisch van elkaar geïsoleerd zijn. Mogelijk werd de vegetatie op de menselijke sites beïnvloed door planten die floreerden in een context van eenvoudige landbouw. Van oude bossen is altijd gedacht dat ze weinig of geen rol zouden spelen in de analyses van het broeikaseffect, omdat ze als gevolg van allerhande fysiologische processen geen koolstofdioxide uit de atmosfeer meer zouden opslaan. Planten halen CO2 uit de lucht om in hun energie te voorzien, via het proces van de fotosynthese, en geven een deel daarvan weer af. Maar bioloog Sebastiaan Luyssaert van de Universiteit Antwerpen herziet die stelling met een aantal collega's in het wetenschappelijke topvakblad Nature. Uit hun berekeningen blijkt dat zelfs oude wouden koolstofdioxide kunnen opslaan en dus een rol kunnen spelen in het bufferen van de atmosfeer tegen een nog groter broeikaseffect. Oude bomen zouden 10 procent van de totale opslag van koolstofdioxide in planten voor hun rekening nemen. Het zou dus zaak zijn deze wouden goed te beschermen, als we het niet nog erger willen maken dan het nu al is. Oude wouden zijn gedefinieerd als bossen tussen 15 en 800 jaar oud. Ze komen vooral voor in de noordelijke helft van de noordelijke hemisfeer.