Onlangs was het op Knack nieuwe-rubriekendag. De jaarlijkse brainstorming waarop elke redacteur een nieuwe rubriek moet voorstellen en verdedigen. De meeste van die plannen worden onder luide hoon weggelachen, maar zo nu en dan blijkt er ook wel eens een goed idee tussen te zitten. Meestal van onze directeur.
...

Onlangs was het op Knack nieuwe-rubriekendag. De jaarlijkse brainstorming waarop elke redacteur een nieuwe rubriek moet voorstellen en verdedigen. De meeste van die plannen worden onder luide hoon weggelachen, maar zo nu en dan blijkt er ook wel eens een goed idee tussen te zitten. Meestal van onze directeur. Zo bijvoorbeeld dit jaar, met de invoering van ?Open Brief?. De bedoeling is de volgende : wie daartoe de aandrang voelt, kan gedurende één bladzijde een brief publiceren, gericht aan een bestemmeling uit het publieke leven. ?Dat mag eventueel al eens wat scherper zijn,? verduidelijkte onze directeur, ?maar laten we voorzichtig beginnen om dan geleidelijk aan wat kritischer te worden. Van een vriendelijk woord is nog niemand gestorven. Ik zelf zal daarom de spits afbijten en mijn felicitaties overmaken aan onze goede vriend en medewerker Gerard Alsteens , van wie een prachtig boek is verschenen.?De volgende week wisten de meeste redacteurs niet wat ze lazen, en de meeste lezers nog minder. ?Beste Gerard,? begon onze directeur inderdaad voorzichtig. ?Een mooi boek, wat gij hebt uitgegeven. Wel wat duur misschien, maar gij moet tenslotte ook leven. Van wat ge bij ons trekt, zal uw boterham niet belegd geraken.?Hierna werd de toon geleidelijk aan wat kritischer. ?Een mooi boek dus, al heb ik het dan wel uitsluitend over de tekst. De tekeningen die erin staan, kunnen bezwaarlijk doorgaan voor uitingen van goede smaak of gevoel voor plastische kunsten. Wat voor brol is dat ? Ze doen me denken, vriend Gerard, aan wat gij elke maandag op mijn bureau gooit. Waarna ge als een haas weer de trappen afsnelt vooraleer ik de kans heb om u terug te roepen.?Wij zullen de hele brief hier niet opnieuw afdrukken, maar dat het al eens wat scherper mocht zijn, was onmiddellijk duidelijk. Onze directeur beweerde niet meer of niet minder dan dat onze chef-cartoon, nochtans een grafisch artiest met wereldfaam, niet kan tekenen. ?De dag dat ze op de eindredactie hun penselen en hun verf vergeten om van uw prenten te redden wat er te redden valt, zullen de mensen nogal wat zien verschijnen. Had ik tijd, ik maakte die cartoons zelf.?Tot slot kreeg de Gerard nog een sneer omdat hij met de Club Med in Havanna was gaan logeren, en besloot onze directeur met : ?Veel geluk nog met uw fraaie boek. Je goede vriend Frans.?EEN NIEUWE rubriek houdt altijd een dilemma in. De eerste aflevering moet zo goed zijn dat iedereen meteen naar de tweede verlangt. Tegelijkertijd mag ze ook weer niet zó goed zijn, dat geen enkele andere nog hetzelfde niveau haalt. En hier wrong natuurlijk het schoentje. Toen op de volgende redactievergadering gevraagd werd naar vrijwilligers om de tweede open brief te schrijven, gaf niemand thuis. En een rubriek na één week opdoeken kan ook niet, dan is het uiteraard geen rubriek. Er werd dus besloten om Gerard Alsteens, die duidelijk schuld had aan de hoge kwaliteit van de eerste bijdrage, met het maken van de tweede op te zadelen. Dat ging des te makkelijker omdat Gerard nooit op de vergadering aanwezig is. Een voorrecht waarvan weinigen onder ons genieten. Alsteens liet de kans niet liggen om eens aan te tonen dat hij niet alleen beter tekent dan de meesten van ons, maar ook beter schrijft. In een bevlogen en beeldrijke stijl, en met een trefzekere woordkeuze, richtte hij zich tot onze eigen directeur. Niemand van ons zou dat gedurfd hebben. ?Beste Frans,? was zo wat het enige vriendelijke dat er in het hele artikel stond. ?Van dat Woord vooraf van u ben ik nog nooit onder de indruk geweest. Wat gij schrijft, is niet alleen uit letterkundig oogpunt gebrekkelijk, het is bovendien inhoudelijk zo verkeerd als maar kan zijn. En elke week verandert ge van mening, naargelang uw haar staat, zo is het niet moeilijk. Gelukkig verschijnen er verderop in uw blad wel eens betere stukken, al moeten de meubelen meestal gered worden door de hoge kwaliteit van uw tekenaars, van wie Jan De Graeve zeker de op één na beste mag genoemd worden. Dat gij boeken schrijft in dienst van bedenkelijke politici, moet ge zelf weten. Maar ik stel vast dat het toevallig steeds weer degenen zijn die bij de volgende verkiezingen een pak voor hun broek krijgen.?Enfin, na nog enkele beledigingen die we niet eens durven herhalen, tekende GAL met : ?Uw beste vriend Gerard?. WAS ER TEN aanzien van ?Open Brief? aanvankelijk enige terughoudendheid bij de Knack-redacteurs, dan was die na deze tweede aflevering voorgoed verdwenen. Als dàt kon, kon alles. Het werd bijna vechten om een bijdrage te mogen schrijven. De derde was van onze chef-economie, die uitpakte met een frontale aanval tegen onze chef-Wetstraat. ?Rik,? luidde de aanhef. Want beste Rik, zo vond onze chef-economie, was de waarheid geweld aan doen. ?Wat gij op onze redactie uitsteekt, is mij al langer een raadsel. Vijf jaar geleden hebt ge u de moord op André Cools toegeëigend. We zijn een half decennium later en we kennen de dader nog niet. Walter De Bock heeft al vier keer met feiten bewezen dat het Van der Biest is, maar gij weet nog altijd van niks. Ge amuseert u met een boek over Agusta, maar is er daarvoor nu al iemand veroordeeld ? Als ik in Economie even nonchalant tewerk ging, we zouden niet veel Knacks meer verkopen. 'k Vraag mij af of gij zelf geen geld van Agusta in uw zakken hebt gestoken. Want geef toe : wie van ons komt er met een helikopter werken ? Gelezen en goedgekeurd, Guido Despiegelaere.?Na dit te hebben doorgenomen, holde onze chef-Wetstraat naar de krantenwinkel, op zoek naar nieuwe cartouches om die verwaande beer van Economie eens een koekje van eigen deeg in zijn maag te splitsen. Maar hij was te laat, open brief nummer vier was al naar de drukkerij verstuurd door onze chef-buitenland, die onze chef-wetenschappen op enkele tekorten wenste te wijzen. ?Dirk,? zo vergat ook hij het epiteton beste dat de kameraadschappelijke sfeer op ons blad nochtans goed weergeeft. ?Als ik uw boeken lees over Joegoslavië, vraag ik mij af of gij al ooit een kaart van de Balkan onder ogen hebt gehad. Niet alleen verwart ge Slovenië met Slavonië, en Montenegro met Montegreno. Maar bovendien schijnt ge niet te weten dat het geweld in Bosnië allerminst draait om een conflict tussen hindoes en boeddhisten. En ik zal u nog iets onthullen : er wonen in Joegoslavië geen negers. Groeten, Sus.?AAN DE MUUR achter onze eindredacteur hangt een lijst waarop wij ons kunnen opgeven als kandidaat-auteur van een open brief. De eerstvolgende open week is maart '98. Koen Meulenaere