De eerste stap in de voorbereiding van een trektocht is een parcours kiezen dat past bij je voorkeuren en je capaciteiten. Verkies je koude of warme oorden, de bergen of vergezichten in een minder heuvelachtig gebied? Eerder de tent dan een (al dan niet bewaakte) refuge? Gaat je voorkeur naar een georganiseerde trektocht of naar een trektocht met vrienden of zelfs alleen?
...

De eerste stap in de voorbereiding van een trektocht is een parcours kiezen dat past bij je voorkeuren en je capaciteiten. Verkies je koude of warme oorden, de bergen of vergezichten in een minder heuvelachtig gebied? Eerder de tent dan een (al dan niet bewaakte) refuge? Gaat je voorkeur naar een georganiseerde trektocht of naar een trektocht met vrienden of zelfs alleen? Doe je alles in je eentje, dan vind je de nodige info op het internet. Je kunt je thuis rustig informeren, kaarten aanschaffen en eventueel je parcours vastleggen op gps. De voorbereiding is al een deel van het plezier, en bespaart je heel wat teleurstellingen, vooral tijdens de pandemie: gesloten refuges, plaatselijke beschermingsmaatregelen, enzovoort. Let op de moeilijkheidsgraad van de paden. Heb je geen goede tredzekerheid, dan stel je jezelf bloot aan grote risico's als je een pad neemt dat geclassificeerd is als 'alpiene bergroute', zelfs als het maar een kort stuk is. Wees voorzichtig als het je eerste trektocht is. Hou rekening met de afstanden tussen de refuges en met de niveauverschillen, ook bergafwaarts. Daar gebeuren de meeste ongevallen, door gebrek aan stabiliteit, omdat het een zwaardere inspanning vraagt dan klimmen, en omdat je moe bent. Maak de eerste dag niet al te moeilijk, vooral als je een zware rugzak meedraagt. Een andere te vermijden fout is moe vertrekken, door het werk of de reis op zich, om geen dag te verliezen. Las een rustdag in bij slecht weer of als je moe bent. Ook rugzak en schoeisel kun je thuis voorbereiden. Je rugzak weegt idealiter niet meer dan een derde van je gewicht en moet aangepast zijn aan je lichaamsbouw. De zwaarste spullen draag je op sleutelbeenhoogte, zo dicht mogelijk bij de rug. Je rugzak mag niet te los zitten, want dan loop je het risico op een valpartij bij een moeilijke passage. Hang er bovendien geen voorwerpen aan vast. Een rugzak van 35 liter die je gebruikt voor een gewone dagtocht is niet aangewezen; die is minder stevig dan een model van 55 of 65 liter. Net zoals nieuwe schoenen probeer je de rugzak voor vertrek uit. Zorg ervoor dat hij gevuld is zoals bij een dagtrektocht. Pijn aan de schouders? Trek de buikgordel aan en controleer de lengte van de andere riemen. Welke wandelschoenen? Minstens type B, voor een goede stabiliteit. Moet je rivieren en moerassig gebied over, kies dan wandelschoenen die je enkels goed beschermen. Je zult meerdere dagen na elkaar trekken, op uithouding, vaak zonder pad, wat veel moeilijker is. Of het nu gaat om een georganiseerde trektocht of niet, je zult jezelf tegenkomen en geconfronteerd worden met je beperkingen en soms ook met gevaar: een gids kan niet voor de veiligheid van 10 mensen tegelijk instaan. Sommigen gaan op avontuur en denken dat hun conditie wel verbetert na enkele dagen. Dat klopt niet: de vermoeidheid zal je conditie eerder doen afnemen. Je moet dus getraind zijn, maar ook niet te scherp staan: wielrenners zijn ook niet 100% fit voor aanvang van de Ronde van Frankrijk. Minstens 3 keer per week fietsen, lopen en (lange) wandeltochten over een steeds langere afstand zijn de beste manier om het hart en de bloedvaten voor te bereiden op de trekking. Mensen die regelmatig sporten kennen hun conditie en bereiden zich binnen enkele weken gericht voor. Wie een zittend leven leidt, heeft daarentegen enkele maanden nodig om zijn conditie op te bouwen, beginnend bij de basisconditie. Je rugzak verandert je houding: je leunt iets meer naar voren. Dat belast de bil-, dij- en buikspieren, terwijl de enkels en de hamstrings meer gestrekt zijn. Een aanvullende functionele training is in België niet vanzelfsprekend, maar wel interessant. Een wandeltocht op een ondergrond die vergelijkbaar is met die tijdens de trekking bijvoorbeeld: in de duinen of de heuvels in de Ardennen... Je kunt af en toe ook oefenen op de trap, een versnelling hoger schakelen op de fiets of de weerstand van de step of de crosstrainer aanpassen. Om zich voor te bereiden op zijn poolexpedities liep Dixie Dansercoer met een autoband rond om te wennen aan het trekken van een slee. Door de klimaatverandering neemt de erosie toe. Paden worden onstabiel en glad, de gletsjers maken plaats voor lange stukken op grote rotsblokken. Het is daarom noodzakelijk om te trainen op stabiliteit en functionele kracht. De dijspieren worden niet alleen bij het klimmen zwaar belast, ook bij het afdalen worden ze opgespannen om de schokken op te vangen. Je traint daarvoor door lunges, buikspieroefeningen, squats, enzovoort. Begin voorzichtig met 3 sets van 8 en drijf gestaag op naar 10, 12... Doe ze niet op de dag van een duursessie. De squats en lunges kun je later ook met de rugzak doen, maar zonder toename van de belasting en het aantal oefeningen. Telescoopstokken verbeteren de stabiliteit en zijn handig bij het oversteken van een beek of bij het afdalen, om de schokken op te vangen. Ze moeten wel goed afgesteld zijn, met de elleboog in een rechte hoek. Het is beter om er van tevoren mee te oefenen, omdat ze de armspieren belasten en aanleiding kunnen geven tot ongelukken als ze bijvoorbeeld in je voeten of die van je wandelgezellen belanden. Laat de polslussen achterwege: als je valt, laat je de stokken makkelijker los en vermijd je breuken.