Hebt u al van een staycation gehoord? In de Verenigde Staten is dat de hype van de zomer: het komt erop neer dat je met vakantie 'gaat' in je eigen huis en de verborgen plekjes van je eigen woonstreek leert kennen. Zelfs kamperen in de eigen achtertuin moet weer kunnen - en wie heeft dat nog na zijn tienerjaren gedaan? Natuurlijk is de staycation een trend die werd ingegeven door de economische crisis in de VS. 'Oh ja, geniet nu maar van je huis. Parijs kun je later altijd nog bezoeken. Je eigen huis waarschijnlijk niet, als ik zie hoe de hypotheekmarkt evolueert', hoorden we een Amerikaanse komiek laatst spotten. Toch blijkt zo'n staycation niet alleen grim gelach. Nogal wat Amerikanen zien op tegen het geregel en het gehaast die blijkbaar onvermijdelijk bij een reisvakantie horen. De vrije weken thuis vieren, heet meer relaxed te zijn, zeker als je jonge kinderen hebt.
...

Hebt u al van een staycation gehoord? In de Verenigde Staten is dat de hype van de zomer: het komt erop neer dat je met vakantie 'gaat' in je eigen huis en de verborgen plekjes van je eigen woonstreek leert kennen. Zelfs kamperen in de eigen achtertuin moet weer kunnen - en wie heeft dat nog na zijn tienerjaren gedaan? Natuurlijk is de staycation een trend die werd ingegeven door de economische crisis in de VS. 'Oh ja, geniet nu maar van je huis. Parijs kun je later altijd nog bezoeken. Je eigen huis waarschijnlijk niet, als ik zie hoe de hypotheekmarkt evolueert', hoorden we een Amerikaanse komiek laatst spotten. Toch blijkt zo'n staycation niet alleen grim gelach. Nogal wat Amerikanen zien op tegen het geregel en het gehaast die blijkbaar onvermijdelijk bij een reisvakantie horen. De vrije weken thuis vieren, heet meer relaxed te zijn, zeker als je jonge kinderen hebt. Domein Puyenbroeck in Wachtebeke, op 13 juli het decor van de Knack Zomerhappening, is helemaal op staycation-maat gemaakt. Het park ligt op goed twintig minuten van Gent-centrum, tussen Lochristi en Wachtebeke, en voor wie het nog niet kent, zal het een heuse ontdekking zijn. De vele speeltuinen geven het terecht de reputatie van kinderparadijs. Minder bekend is dat het domein ook een fris en rustgevend natuurpark bevat. De toegang is volkomen gratis, wat voor uw staycation-budget altijd mooi meegenomen is. Op de Knack-dag vindt zowel een wandeling als een fietstocht plaats, de routes staan verderop in het blad. Wij proefden de wandeling voor u voor. Gert Coone van Toerisme Oost-Vlaanderen, een geboren Wachtebekenaar, was onze gids. 'Ik ben opgegroeid op dit domein. Als ik terugdenk aan de mooiste herinneringen uit mijn jeugd, dan moet zowat de helft daarvan zich op Puyenbroeck hebben afgespeeld', vertelt Coone, terwijl we van het bezoekerscentrum richting evenementeneiland stappen. 'Ik vind het park iets ruwer geworden tegenover vroeger. Maar dat mocht ook wel: doordat men de natuur meer zijn gang laat gaan, voelt het weer meer aan als een echt bos. Dan heb ik het over het parkgedeelte van het domein, hè - de speelzones waren lang daarvoor al onweerstaanbaar voor hun doelpubliek. Grappig om te zien dat sommige dingen nooit echt veranderen. Ik heb ondertussen zelf kinderen, en wij moeten thuis het woord Puyenbroeck nog maar uitspreken of zij hebben hun jas al aan. Ik was vroeger net zo', grinnikt onze gids. We zijn ondertussen aangekomen op het zogeheten evenementeneiland, waarbij je eerlijk gezegd goed moet kijken om te weten dat het een eiland is. Op 13 juli ligt hier het officiële startpunt van de Knack Zomerhappening en, toepasselijk, er staan ook daadwerkelijk startstrepen op de weg. Een overschotje van een Belgisch Kampioenschap veldrijden dat hier in 2005 plaatsvond. Zoek maar eens op wie er dat jaar won, maar we denken dat u het wel kunt raden. Merkwaardig, maar handig om je te oriënteren, is dat Puyenbroeck is opgedeeld in straten, die telkens duidelijk aangeduid staan met naambordjes. We stappen via de Olensdam en de Beukendreef (die trouwens vol lindes staat) naar het vroegere kasteelgedeelte van het domein. Op Puyenbroeck voelt dat alsof je een andere wereld binnenstapt. In de speelzone hangt er rond het bezoekerscentrum voortdurend kindergejoel in de lucht. Het is het soort achtergrondgeluid waarvan je je pas bewust wordt zodra het wegvalt. En net dat gebeurt op Puyenbroeck vrij abrupt - vermoedelijk dempen de hoge bomen het rumoer. Nauwelijks 500 meter geleden kwamen we de laatste speeltuin tegen, maar tussen de statige linderij lijkt het al alsof we helemaal alleen op tocht zijn in een onmetelijk bos. Coone: 'Hier valt het eigenlijk nog mee. Zodra we de Zuidlede oversteken, het riviertje dat Puyenbroeck in tweeën snijdt, zul je pas zien hoe veelzijdig dit domein eigenlijk is. Daar proef je de rust pas echt.' Voor het zover is, maken we een ommetje naar kasteel Puyenbrug, dat tussen de hoge bomen opdoemt. Het is niet overdadig groot, maar de setting is erg rustgevend. Dat had de kasteelheer, ene Eugène Van Overloop, niet kwaad bekeken. De herbergier aan de overkant van de weg zag hem trouwens graag komen. In 1881, het vermoedelijke jaar van de bouw, verkocht hij maar liefst 100 hectoliter bier aan de arbeiders die het kasteel optrokken. Van Overloop is ondertussen vervangen door het molenmuseum Mola. De entree is er - het wordt een rode draad - gratis. Links zien we een wat aparte heuvel met een deur erin. Het blijkt de vroegere ijskelder van het kasteel. De grote vijver diende immers niet alleen als decoratie, 's winters kapte men grote stukken ijs weg, om die dan onder de grond te bewaren. Als het weer wat meezat, kwam de kasteelheer er de hele zomer mee door. We komen nu stilaan aan het deel dat Coone 'het echte begin van de wandeling' noemt. Een brug brengt ons over de Zuidlede en naar een modderig pad dat de oever van dit riviertje volgt. De Zuidlede stroomt nauwelijks, merken we op. 'Dat is ooit heel anders geweest', weet de gids. 'In de middeleeuwen was dit een machtige rivier die helemaal van het West-Vlaamse Tielt tot in Temse vloeide; in feite vormt de Zuidlede de bovenloop van de veel bredere Durme. Maar de Gentenaars hebben het uitzicht van deze stroom helemaal veranderd. Eerst door de Lieve aan te leggen, een kanaal tussen Damme en Gent, dat nu voor het grootste deel weer gedempt is. Daarna werd de Zuidlede doorkruist door de Sassevaart van Gent naar Terneuzen, die later het Zeekanaal zou vormen. Dat heeft zelfs de stroomrichting veranderd: vroeger vloeide het water helemaal van West-Vlaanderen naar de Schelde. Nu gaat de stroming andersom en in dit deel van de Zuidlede beweegt het water zelfs bijna niet.' Gelukkig biedt dat ook voordelen. Op de Zuidlede is het daardoor aangenaam kajakken. Aan de Kalvebrug, een paar kilometer buiten het domein, kun je kajaks huren. In principe bieden de Zuidlede en de daarop aansluitende Moervaart een vaarlus van ongeveer 60 kilometer, maar in de zomermaanden is daar wel een flink deel van afgesloten om de broedvogels de nodige privacy te gunnen. We hebben het na de wandeling sowieso op een tochtje van een kleine 7 kilometer gehouden, tot iets voorbij de Overledebrug en terug. En dat was al ruim voldoende om een lekker zurig gevoel in de armen te krijgen. Wandelend langs de Zuidlede begrijpen we perfect wat Gert Coone eerder bedoelde met het proeven van de rust van Puyenbroeck. Tussen deze statige loofbomen moet het ook in de herfst genieten zijn. 'Het gekke is: 95 procent van de regelmatige bezoekers is volgens mij nog nooit in dit deel van Puyenbroeck geweest', zegt Coone. 'De meesten zouden zelfs schrikken dat dit hier ook allemaal nog te vinden is, denk ik. Dat is jammer en tegelijk ook weer niet. Wie het wel kent, heeft immers de garantie dat hij onderweg niet veel volk zal tegenkomen.' We verlaten het bos en betreden een ruige vlakte vol kleefkruid en vlierstruiken. Puyenbroeck is duidelijk geen clean, aangelegd park, of tenminste niet overal. De parkwachters hebben her en der onbeheerste plekken voorzien die je er graag aan herinneren dat de natuur ook wild en vijandig kan zijn - venijnige dazen inbegrepen, ervaart onze gids. Niet veel later zien we echter dat mens en dier het ook best fijn kunnen hebben samen. Op de Knuffelhoeve en zogenaamde Geitenberg houdt het Steunpunt Levend Erfgoed oude Vlaamse boerderijrassen. Puur in natuurkweek, er wordt niet doelgericht mee gefokt. We zien opvallende gemsachtige geiten, maar volgens Coone moeten we vooral letten op de pauwen aan de andere kant van de berg: 'Er zitten kleine kuikentjes (tegen de Knack Zomerhappening zullen die, hopelijk, al iets groter zijn) en dat is uitzonderlijk, want pauwkuikens zijn moeilijk in leven te houden. Onder meer daarom heb ik nooit goed begrepen waarom die soort vroeger zo vaak op onze boerderijen voorkwam. Vlaamse boeren stonden toch bekend als erg praktische mensen, maar wat hadden ze dan aan die pauwen? Bij mijn weten werden en worden die vogels niet gegeten. Dienden ze echt alleen om het oog te plezieren? Ik kan dat moeilijk geloven.' En toch was het zo, bevestigt Bob Restiaen van Steunpunt Levend Erfgoed, die we later die dag bellen: 'Pauwen zijn mooie vogels, maar ze zijn niet te vreten. Er zijn verhalen bekend van edellieden die hoogst uitzonderlijk wel eens een pauw aten, maar dan als een soort uiting van status. Voor hun plezier zullen die hoge heren dat niet gedaan hebben. (lacht) Pauwen werden gehouden omdat ze zo sierlijk ogen. Het is geen inheemse vogel, maar dat zijn kippen en fazanten uiteindelijk ook niet. Ook die soorten werden ooit overgebracht vanuit Azië.' Voor de pauwen de Geitenberg bewoonden, huisde er trouwens mogelijk nog een ander illuster dier. Kent u de Waasland-wolf nog? Even terugspoelen. In september 2000 ziet jager Didier Fobé uit Meerdonk in de verte een dier lopen waarvan hij achteraf zegt dat het hem aan een wolf doet denken. Wanneer Fobé ter plekke gaat, vindt hij de resten van een aangevreten haas. De volgende weken worden meer dan dertig schapen gedood door het beest. De psychose die daarop ontstaat, wordt gretig uitgemolken in de pers. De lokale schapenkwekers zijn de wanhoop nabij en loven een premie van 25.000 frank (625 euro) uit. Maar een massale zoekactie, gecoördineerd door de politie, levert niets op. Op 6 januari 2001 geeft de Waaslandwolf een laatste teken van leven: hij bijt twee schapen op de Scheldedijk in Grembergen, nochtans behoorlijk ver van zijn oorspronkelijke jachtterrein. Vier andere schapen springen uit paniek de Schelde in en verdrinken. Nadien volgt er van de Waaslandwolf geen nieuws meer. Hij verdwijnt zonder verhaal. Maar waar kwam die wolf vandaan? Eén theorie zegt: van domein Puyenbroeck. Voor Steunpunt Levend Erfgoed er zijn tenten opzette, was er een minidierentuin, met onder meer een paar fraaie grijze wolven. De wolven zijn ondertussen allang verhuisd naar een wildpark in de Ardennen, maar had er misschien één hardnekkig exemplaar kunnen ontsnappen? Het zal altijd een raadsel blijven. Het verhaal van de Waaslandwolf is alvast een uitstekende opwarmer voor de passage door het donkere Torregoedbos. Meteen weten we ook waarom stapschoenen aangeraden zijn op deze wandeling. Na een regenbui kunnen er op de bospaadjes bescheiden binnenmeertjes ontstaan. De blubber ontwijken is op bepaalde plaatsen een heuse uitdaging. Het traject van deze tocht is dan ook niet aan te raden met een rolstoel of een kinderwagen. Geen probleem, het domein biedt voldoende alternatieve routes. Midden in het bos ligt de kalme Bosdamvijver. Een verzamelpunt voor vissers allerhande; zelfs de zeldzame ijsvogel valt hier naar verluidt af en toe te bewonderen. Jammer genoeg niet wanneer wij er passeren, maar misschien hebt u meer geluk. In het Siesmeersbos zien we vervolgens hoe domein Puyenbroeck aan zijn naam is gekomen. De 'puy' verwijst niet naar het lokale dialectwoord voor een kikker, zoals je zou verwachten. Nee, een pui is eigenlijk een kunstmatige verhoging, zoals de pui van een stadhuis. Om nog iets functioneels met dit moerassige gebied te doen, maakte men lang geleden opgehoogde bermen waarop men bomen plantte. Dat ophogen moet trouwens een enorm karwei geweest zijn. Het heeft ervoor gezorgd dat dit gebied dat normaal uit moeras zou hebben bestaan, nu een bos is, waarin de bomen op merkwaardige heuveltjes rusten. De 'broeck' slaat uiteraard op het vroegere woord voor moeras. Er bestaat een alternatieve verklaring die zegt dat de 'puy' eigenlijk komt van de typische hoge bruggetjes die vroeger de Zuidlede overspanden. In ieder geval verwijst de naam niet naar kikkers, maar om die intuïtieve volksetymologie alsnog alle eer aan te doen, zie je op het domein wel overal wegwijzers en aankondigingsborden met kikkers opduiken. In de Sterremeersdreef ervaren we vervolgens weer dat typische rustgevende dat alleen een hoge bomenrij kan oproepen. Zodra we de brug over de Zuidlede oversteken, zwellen verre kinderstemmen onmiskenbaar aan; een duidelijk teken dat de wandeling bijna voorbij is. Niet veel later zien we de waterspeeltuin, waar kleine wildebrassen water oppompen om het dan door zelf gegraven kanalen te laten wegstromen. 'Dat is een echte kinderklassieker. Aan die speeltuin kunnen ze onmogelijk weerstaan', vertelt Coone. 'Ik maak het iedere keer opnieuw mee met mijn eigen kroost. Dan denken mijn vrouw en ik vooraf: we gaan vlug even naar Puyenbroeck en zorgen wel dat de kinderen deze keer de waterspeeltuin niet te zien krijgen. Maar uiteindelijk belanden ze daar toch en slaan we ons voor het hoofd dat we geen reservekleren hebben meegebracht. Laat het een tip zijn voor wie op 13 juli zijn kinderen meebrengt naar Puyenbroeck.' Zij zullen het zich dus niet beklagen. U ook niet, trouwens. DOOR JEF VAN BAELEN