Een van de nadelen van de voortbeweging op wielen, is dat men er geen trappen mee op kan. Elke hindernis, hoger dan de helft van de diameter van het wiel, is onoverkomelijk, en ook kleinere obstakels, zelfs al hotst men eroverheen, kunnen erg oncomfortabel zijn. Fietsen of autorijden is maar mogelijk waar de bodem vooraf geëffend werd. Over de hele aarde werden ruw geschat, zo'n honderd miljoen kilometer wegen en straten om die reden gladgeschaafd, want iedereen wil op wielen.
...

Een van de nadelen van de voortbeweging op wielen, is dat men er geen trappen mee op kan. Elke hindernis, hoger dan de helft van de diameter van het wiel, is onoverkomelijk, en ook kleinere obstakels, zelfs al hotst men eroverheen, kunnen erg oncomfortabel zijn. Fietsen of autorijden is maar mogelijk waar de bodem vooraf geëffend werd. Over de hele aarde werden ruw geschat, zo'n honderd miljoen kilometer wegen en straten om die reden gladgeschaafd, want iedereen wil op wielen. Binnenshuis is de situatie anders. Drempels en opstapjes behoren daar tot het normale reliëf en de grotere niveauverschillen zijn door trappen verbonden. Behalve voor rolstoelgebruikers is dat voor weinig mensen een probleem, want binnenshuis wordt gestapt, niet gereden. Maar voor de aan zijn wielen gekluisterde gehandicapte kan één trede al een onoverkomelijke hindernis zijn. Juist wegens zijn alledaagsheid houdt deze toestand een schromelijk onrecht in. Veel werd al gedaan om de toegankelijkheid van openbare gebouwen te verbeteren, maar ook privé-woningen moeten door zowel valide als mindervalide mensen betreden kunnen worden. Elke nieuwbouw zou daarom aan strikte eisen dienen te voldoen en oude gebouwen moeten, waar mogelijk, aangepast worden. Geen drempels of stoepjes, geen smalle deuren, en naast of in plaats van de trap een makkelijk bereikbare lift of hellend vlak. Het recht op gelijke deelneming aan het maatschappelijke leven is zo absoluut, dat het opruimen van de obstakels de hoogste prioriteit behoort te hebben. Tegelijk moet men onder ogen zien dat niet elke steen gelijkgelegd kan worden en niet elke put of hobbel gladgestreken. Altijd zullen historische gebouwen bestaan met hopeloze trappen en gangetjes, overal zijn kelders en zolders, fabrieken en stellages, en in de open natuur paadjes, rotsen en keienvelden die ongeschikt zijn voor wielen. Hoe een kerktoren beklimmen of een bergwandeling maken in een rolstoel?Om een volledige toegankelijkheid te realiseren, zal het nodig zijn niet alleen de gebouwen aan te passen, maar ook de rolstoel. Het concept zelf van het apparaat dient herdacht te worden. Waarom moet een gehandicapte rijden? Waarom kan hij niet stappen zoals iedereen? De techniek die te hulp komt waar de natuur faalt, dient het probleem van de voortbeweging zoveel mogelijk op te lossen op de manier die de natuur zelf toepast eerder dan een eigen methode in de plaats te brengen. Dat een rolstoel rolt en niet stapt, heeft als enige reden dat wielen eenvoudiger te maken en te bedienen zijn dan benen. Een as die roteert in een kogellager is bovendien makkelijker te besturen dan een knikkend systeem van knie-, heup- en enkelgewrichten dat stapbewegingen maakt. Dat was de verklaring die gold in de dagen dat de koetsen nog spitstechnologie waren, maar die na een galopperende technologische evolutie begonnen is haar geldigheid te verliezen. Het blijft waar dat de besturing van een wandelend mechanisch tuig een hele klus is, maar het is even waar dat het moment nabij komt waarop computers deze taak met de nodige behendigheid aankunnen. De idee kan nog futuristisch lijken of zelfs belachelijk klinken : een stoel die door het huis draaft, de trap opgaat of een wandeling door het bos maakt. Het vooruitzicht is bovendien misschien niet eens aantrekkelijk. Wie vertrouwt zijn leven toe aan een constructie van schroeven en scharnieren die langzaam, met mechanische vastberadenheid, trede voor trede, een wenteltrap afdaalt? Maar dat zijn overwegingen die slechts uit een normaal menselijk gebrek aan voorstellingsvermogen voortkomen, en geen gegronde afwijzingen. Honderd jaar geleden zou ook niemand zijn leven hebben willen toevertrouwen aan een tuig met metalen vleugels dat het luchtruim doorkruist. De trap afdalen, is een manoeuvre dat de meeste mensen gedachteloos in alle veiligheid uitvoeren. Wat een organisch samenstel van botten, spieren en neuronen kan, moet een machine met analoge onderdelen in principe ook kunnen. Al zijn de eisen die aan het apparaat gesteld worden, hoog. Het menselijk lichaam dankt zijn behendigheid aan het feit dat het slechts op twee benen steunt, een constructie die niet stabiel is en daardoor uiterst flexibel en vinnig, maar ook moeilijk te besturen. De hersenen beschikken over de nodige capaciteiten om het geheel in hachelijk evenwicht te houden en de beoogde bewegingen te doen uitvoeren. Wandelen is gecontroleerd wankelen. Zelfs gewoon rechtop staan, vergt een voortdurende activiteit van de spieren die op bevel van de alerte hersenen de geringste helling of doorbuiging van het lichaam met bekwame spoed corrigeren.De klassieke technologie kon zo'n taak niet aan en zou zich er ook niet aan gewaagd hebben. Traditioneel worden machines ontworpen met het oog op stabiliteit: stevig op vier wielen (behalve een fiets, maar daarvan is bekend dat hij omvalt zonder fietser). De moderne technologie kan zich gewaagder werk veroorloven. Nu al bestaan militaire vliegtuigen die aërodynamisch niet stabiel zijn, waardoor ze buitengewoon wendbaar zijn. De besturing ervan vergt bliksemsnelle reflexen, sneller dan die van de wakkerste piloot, maar een computer neemt de stuurknuppel van hem over. Rolstoelen zijn geen jachtvliegtuigen, maar kunnen wel van dezelfde technologie profiteren. De bestaande types zijn klassieke, statische en stabiele apparaten die van alle bewegingswijzen alleen het horizontale rollen beheersen. Geen enkel is in staat bewegingen uit te voeren waarvan het effect gelijk zou zijn aan stappen, wandelen, klimmen of lopen. Het toestel zit vast aan zijn wielen, staat vierkant op de grond, mist hersenen, mist evenwichtsgevoel, mist alles waarin de robots uitmunten waarvan we de langzame geboorte op dit ogenblik meemaken. Op korte termijn blijft het zeker nodig te streven naar de verbetering van de toegankelijkheid van gebouwen. Maar uiteindelijk volstaat die doelstelling niet. Nu al moet geëist worden dat het onderzoek voor de verdere ontwikkeling van de vereiste technologieën zich meer oriënteert op de noden van de gehandicapte mensen dan op die van jachtpiloten.Gerard Bodifée