'Waarom vechten jullie?' vraagt Richard Mosse (34) aan de Congolese rebel. 'Hoe is jullie burgeroorlog eigenlijk begonnen?' Ze houden rust in het rebellenkamp aan het Kivumeer in Oost-Congo, zitten naast elkaar, kijken naar de bedrijvigheid in de nederzetting. Kinderen spelen, vrouwen doen de was. De soldaten hangen rond, maar blijven niettemin waakzaam.
...

'Waarom vechten jullie?' vraagt Richard Mosse (34) aan de Congolese rebel. 'Hoe is jullie burgeroorlog eigenlijk begonnen?' Ze houden rust in het rebellenkamp aan het Kivumeer in Oost-Congo, zitten naast elkaar, kijken naar de bedrijvigheid in de nederzetting. Kinderen spelen, vrouwen doen de was. De soldaten hangen rond, maar blijven niettemin waakzaam.Net als iedereen die hem had zien opduiken in Noord-Kivu had de man de Ierse, blonde jongeman gewantrouwd toen hij op een dag met een tolk, een camera- en een geluidsman in hun zo goed als onbereikbare kamp was verschenen. Maar het was hem niet ontgaan dat Mosse oprecht in hen geïnteresseerd was. Dat hij naar de verhalen over hun vergeten oorlog kwam luisteren om ze te vertellen aan de rest van de wereld.'Heel lang geleden...' zo begint de rebel. De vertaler volgt simultaan. '... in een land hier ver vandaan, leefden twee stammen die voortdurend ruzie maakten. De Vlamingen en de Walen. Op een dag kwam de koning van een van die stammen naar Congo. Sindsdien maken we hier ook ruzie.' Het is geen toeval dat een van de foto's uit The Enclave op de cover van de Engelse vertaling van David Van Reybroucks boek Congo prijkt die in het voorjaar verscheen. De twee delen een missie: ze willen de 'vergeten' burgeroorlog die al sinds de Rwandese genocide in 1994 woedt in Oost-Congo en de aanpalende grensgebieden op de radar houden. The Enclave is een filminstallatie die Mosse maakte met de Amerikaanse filmmaker Trevor Tweeten en de Australische geluidskunstenaar Ben Frost. De film focust op burgers die vluchten voor de moordende opstandelingen, op Mai-Maisoldaten die zich voorbereiden op de strijd en op M23-rebellen die oprukken naar Goma, de stad aanvallen en veroveren. Als oorlogsfotograaf heeft Mosse ervaring met werken in oorlogszones, maar The Enclave is geen gewone documentaire. De fotograaf liet alle conventionele documentairetechnieken vallen. De film heeft geen narratieve opbouw, de verteller is het medium zelf: een in onbruik geraakte infraroodfilm. Kodak Aerochrome werd in de jaren dertig ontwikkeld voor militaire doeleinden. De film pikt licht op dat het blote oog niet ziet, infraroodlicht dat roze kleurt als het wordt weerkaatst door chlorofyl. Plastic of andere vezels blijven donker - zo kon men de schuilplaats van de vijand detecteren. De beelden van The Enclave zijn van een buitenaardse schoonheid. Ze tonen een roze wereld, een magisch-realistisch wonderland waar mensen wonen die flamingokleurige varens op hun hoofd dragen. Als een kind in een snoepwinkel wordt de kijker meegezogen in scènes van wuivend gras in magenta, van planten en struiken die robijnrood oplichten, van landschappen in shocking pink, van neergeschoten soldaten gekleed in pastel- en fuchsia camouflagepakken. Eens in de esthetische roes wordt de kijker geconfronteerd met lijken, een schedel en kindsoldaten die vrank in de lens kijken en stoer poseren. Kortom, met een gruwel die we ons niet kunnen voorstellen, ook al zien we dergelijke oorlogsbeelden dagelijks in het televisienieuws. Door de harde realiteit in een surreëel kader te presenteren confronteert Richard Mosse de kijker met de wreedheid van oorlog, maar ook met zichzelf. Zo'n huwelijk van esthetiek en horreur maakt op z'n minst ambigue gevoelens wakker. De kritieken op The Enclave zijn dan ook gemengd. Niet iedereen weet de metaforische inbraak in de realiteit te waarderen. De Amerikaanse kunstcriticus en curator Christian Viveros-Fauné situeert Mosse alvast binnen een stroming die hij het Nieuwe Realisme noemt, kunst die stelling inneemt en problematieken als politieke repressie, armoede en schending van de mensenrechten niet uit de weg gaat. Die kunstenaars, onder wie ook de Chinese rebel Ai WeiWei, hebben een boodschap en willen die het liefst aan een groot publiek kwijt. RICHARDMOSSE: Door de kleur roze toe te voegen zet ik alles op z'n kop. Mensen haten me omdat ik ze een naar gevoel bezorg op het moment dat ze beseffen dat het over gruwel gaat. Ik hoop dat de volgende stap is dat ze zich schamen voor die reactie, dat ze loskomen van zichzelf en anders gaan kijken naar hoe beelden hen manipuleren. Het is een wenselijker effect dan wat je normaal voelt als je naar een documentaire over oorlog kijkt. 'Gewone' gruwel wordt helaas snel vergeten. Dat is ook wat me naar Congo dreef. Naar schatting zijn er al 5,4 miljoen mensen gestorven in wat men de Afrikaanse Wereldoorlog noemt. En toch horen we er veel te weinig over. Ik wilde het onzichtbare zichtbaar maken. Uiteindelijk bleek de infraroodfilm daar niet alleen letterlijk maar ook symbolisch het perfecte medium voor. Maar daar kwam ik pas later achter. MOSSE: Het begon als een absurd experiment. Ik had het gevoel dat ik vastzat. Ik had een paar jaar in Irak gewerkt, maar ik twijfelde over mijn vak. Ik had twee keuzes. Ik kon vertrekken uit New York, naar huis gaan en Ierse koeien fotograferen. Of ik kon mijn genre tegen de muur gooien en het openbreken. Ik koos voor het laatste. Als je iets stukmaakt, zie je ook hoe het gemaakt is. Mijn eerste reis naar Congo, in januari 2010, was spontaan en intuïtief. Ik had geen plan of concept. Het enige wat ik wel had, was die infraroodfilm waarvan Kodak net had beslist om hem uit productie te nemen. Ik wilde het medium verkennen voor het ophield te bestaan. Het kostte me maanden om te ontdekken hoe krachtig deze film was, wat het kon betekenen om oorlogsgebied in roze tinten te filmen. Roze is een vrouwelijke kleur, terwijl oorlogsfoto's maken een macho activiteit is. Dat maakte dat ik voortdurend met een gevoel van onbehagen zat. Maakte ik een parodie op oorlogsfotografie? Vervrouwelijkte ik de identiteit van de rebellen? Of die van mezelf? Was het niet te frivool, te romantisch? Of stond het symbool voor het bloed dat over het land vloeit? MOSSE: Schoonheid is het sterkste instrument dat er bestaat. Het trekt mensen aan. Kijk, Congo verdrinkt in de statistieken. Alleen al de informatievergaring over wat er echt gaande is, is een titanenwerk want de politieke situatie is ondoorzichtig. Ik kan mensen dood vervelen met concrete informatie, maar niemand wil ze nog horen. Met The Enclave wil ik niet de hersenen aanspreken, maar het hart. De critici hebben trouwens een punt, ik herkader menselijk leed zodat andere mensen ernaar kunnen kijken. Dat ethische dilemma wil ik niet uit de weg gaan. Ik wil geen informatie opdringen, of zeggen wat iemand erover moet denken. Ik wil het publiek veeleer desoriënteren, zodat het even een pas op de plaats kan maken en nadenken over die situatie. Het verschil tussen andere kunst en dit is dat men van hedendaagse kunst tolereert dat er vragen worden gesteld zonder antwoorden te geven. Maar als het over Congo gaat, wil men concrete antwoorden. Helaas zijn die er niet, daarvoor is de situatie te complex. MOSSE: U zou beter wakker liggen van de mensen die daar vermoord worden dan van mijn mentale gezondheid. Maar het is inderdaad niet gemakkelijk om de horror achter me te laten. Het voorbije jaar had ik erg veel last van posttraumatische stressstoornissen. Het is moeilijk om te ontsnappen aan de herinneringen omdat ik voortdurend lezingen geef over mijn werk. Maar ik ben niet half zo ontredderd als mijn collega's die fotograferen in de vuurlinies. Wat zij doen, is lovenswaardig. MOSSE: Enerzijds verwijzen ze naar platen van artiesten als Jimi Hendrix, Donovan en Frank Zappa, die in de jaren zestig ook infraroodfoto's gebruikten op hun psychedelische platencovers. Maar het houdt The Enclave ook uit de didactische sfeer. Een titel van een liedje zet een andere toon dan technische uitleg over een foto. Het is een manier om mensen in een mood te brengen, zodat hun geest zich opent en ze ontvankelijker zijn. MOSSE: Vandaag lezen we dat werk als een donkere reis door de menselijke psyche, maar in die tijd had het boek een geweldige impact op de publieke opinie. Ondanks zijn racistische blik beschrijft Conrad op een briljante manier wat koning Leopold II aanrichtte in Congo. Ik beschouw The Enclave als een spiegelverhaal van Heart of Darkness. Het staat er diametraal tegenover, in die zin dat mijn werk niet over duisternis gaat maar over onzichtbaar licht. MOSSE: Ze duiken op allerlei fotoblogs op, op Tumblr, op Pinterest. Als één procent van die miljoenen mensen die ze hebben gezien zich realiseert dat dit Congo is, dan doen de foto's hun werk. Weet u, in het begin had ik over dit werk een wollig artistiek discours over het falen van de linguïstiek. (lacht) Maar nu de beelden op zichzelf aan een reis op het internet zijn begonnen, en nu The New York Times een foto-essay over de slag bij Goma publiceerde met mijn werk als illustratie bij hard nieuws, heb ik het gevoel dat ik in mijn opzet ben geslaagd. Ook al begon het als een absurd experiment, dit is een waarachtig verhaal over een oorlog die we allemaal negeren. Richard Mosse, The Enclave, tot 11 november te zien in het FotoMuseum, Waalsekaai 47, Antwerpen. www.fotomuseum.be DOOR CATHÉRINE ONGENAE'Ik wilde mijn vakgebied openbreken. Als je iets stukmaakt, zie je ook hoe het gemaakt is.'