Het regime van de Irakese president Saddam Hoessein heeft er 11.807 bladzijden voor nodig, plus 352 bladzijden bijlagen en 529 megabytes aan elektronische data op computerdiskettes. Dat is de omvang van het rapport dat de Irakese regering vorig weekend aan de Verenigde Naties heeft bezorgd. Toch kan de hele zwik worden samengevat in één woord: neen. Dat is Iraks antwoord op de vraag of het beschikt over massavernietigingswapens. Formeel komt het bewind in Bagdad daarmee tegemoet aan de eerste vervaldatum die het is opgelegd door de resolutie 1441, die de VN-Veiligheidsraad een maand geleden goedkeurde. Op 8 december moest het een inventaris voorleggen van zijn voorraad aan nucleaire, chemische en biologische wapens, plus de middelen om die in te zetten, zijnde raketten met een draagwijdte van meer dan 150 kilometer.
...

Het regime van de Irakese president Saddam Hoessein heeft er 11.807 bladzijden voor nodig, plus 352 bladzijden bijlagen en 529 megabytes aan elektronische data op computerdiskettes. Dat is de omvang van het rapport dat de Irakese regering vorig weekend aan de Verenigde Naties heeft bezorgd. Toch kan de hele zwik worden samengevat in één woord: neen. Dat is Iraks antwoord op de vraag of het beschikt over massavernietigingswapens. Formeel komt het bewind in Bagdad daarmee tegemoet aan de eerste vervaldatum die het is opgelegd door de resolutie 1441, die de VN-Veiligheidsraad een maand geleden goedkeurde. Op 8 december moest het een inventaris voorleggen van zijn voorraad aan nucleaire, chemische en biologische wapens, plus de middelen om die in te zetten, zijnde raketten met een draagwijdte van meer dan 150 kilometer. Sinds Iraks invasie in Koeweit in 1990 - waarvoor Bagdad zich vorige week verrassend heeft verontschuldigd - en de daarop volgende Golfoorlog is het Irak door de VN verboden om zulke wapens te bezitten of aan te maken. Het behoort, tussen twee haakjes, nu eenmaal tot de geplogenheden van grootmachten om het gevaarlijkste wapentuig alleen voor zichzelf te reserveren. De UNSCOM-missie van de VN diende daarop toe te zien en vernietigde ook tal van wapens, voorraden en installaties waarop ze de hand kon leggen. Maar kwade wil van Iraks kant en hinderlijke bemoeienissen vanwege de Verenigde Staten maakten UNSCOM het werk uiteindelijk onmogelijk. Eind 1998 verlieten de inspecteurs gefrustreerd het land - al werden ze niet, in tegenstelling tot wat nu nog vaak wordt beweerd, door Saddam het land uitgezet. Omdat het zich nooit schikte naar een hele reeks VN-resoluties, heeft Irak nu al ruim tien jaar af te rekenen met zware sancties, waardoor het onder meer ernstig in zijn lucratieve petroleumexport is beperkt, behalve wanneer de opbrengsten daarvan kunnen dienen voor de invoer van voedsel. De VN heeft dat oil-for-food-programma vorige week nog eens voor drie maanden verlengd. De sancties hebben in het land een economische, sociale en medische catastrofe veroorzaakt. Vooral de Irakese bevolking betaalt daarvan de rekening, niet het dictatoriale regime van president Saddam Hoessein. Dictaturen zijn het nu eenmaal gewend om in de meest benarde omstandigheden stand te kunnen houden. In zekere zin is het offensief dat de VS de voorbije maanden rond Irak op gang heeft gebracht dan ook fase twee van de Golfoorlog, het afwerken van unfinished business, nu de sancties niet het gewenste effect hebben opgeleverd. Ook 's lands dictator moet er nu aan, met het argument dat Saddam met zijn vreselijke wapens een onduldbare bedreiging voor de wereldvrede blijft. Vandaag is Iraks antwoord op de Amerikaanse aantijgingen dus dat daar niks van klopt. Het dossier dat Bagdad voorlegt aan de Veiligheidsraad in New York en aan het Internationaal Atoomagentschap in Wenen, geeft een beschrijving van datgene waarmee Irak in de sector bezig is geweest en moet aantonen dat daar alleen vredelievende doelstellingen mee gediend zijn. Veel van die gegevens zijn allerminst nieuw en het ontbreekt erin ook niet aan loze praatjes. Volgens UNMOVIC - de VN-missie die sinds kort opnieuw wapeninspecteurs in Irak op pad heeft gestuurd - zit daar naar schatting zowat tien procent écht interessant materiaal tussen verborgen. Zaak is nu dat eruit te ziften en te analyseren en daarmee kunnen UNMOVIC en het Atoomagentschap nog wel een tijdje zoet blijven. De reactie van de Verenigde Staten laat alvast weinig aan de verbeelding over: maandag begon het Amerikaanse leger op de basis al-Sailiyah in de golfstaat Qatar met de operatie Internal Look, een computersimulatie van een grootschalige oorlog tegen een officieel 'niet nader genoemd' land, al kan er weinig twijfel over bestaan dat daarmee Irak is bedoeld. En het blijft niet bij war games; donderdag vertrok een vloot van twaalf oorlogsbodems, waaronder het vliegdekschip Harry S. Truman, vanuit de VS richting Midden-Oosten. De Amerikaanse president George Bush laat er trouwens geen twijfel over bestaan dat hij geen cent geeft om het nut van de wapeninspecties en om de geloofwaardigheid van het Irakese dossier. Dat Irak zou ontkennen dat het zich met verboden wapenprogramma's inlaat, ligt tenslotte voor de hand, aangezien de VS net van het tegendeel is overtuigd en dat ook als een casus belli wil aanwenden. Omdat een eigenmachtig optreden in een unilaterale actie niet meteen voor de hand lag, zocht de VS dit najaar steun bij de 'wereldgemeenschap', die ze heeft gekregen in de vorm van resolutie 1441. Inmiddels ontwikkelde zich een hele exegese over wat de precieze draagwijdte is van een material breach (letterlijk: een materiële inbreuk) op de bepalingen van de resolutie, die Irak een hele reeks verplichtingen oplegt als voorwaarde om een oorlog vooralsnog af te wenden. Een formele inbreuk zou de VS immers het recht geven om, met de zegen van de VN, een aanval op Bagdad in te zetten. Al moet die zegen dan wel blijken uit een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad. Zo willen het toch enkele prominente leden van die raad die er over een vetorecht beschikken, onder andere Rusland en Frankrijk. Al is het allerminst zeker dat Washington wel degelijk op zo'n goedkeuring zal willen wachten. In de 1441-exegese tekent zich inmiddels een systeem af. Eén incident met wapeninspecteurs die pakweg de toegang wordt bemoeilijkt tot een of andere site in Irak, dat is niet genoeg als inbreuk. Eén keer liegen, telt al evenmin mee. Het wordt wat anders wanneer dat herhaaldelijk zou gebeuren; als er sprake is van een systematische obstructie, gaat het wel om een inbreuk. Schieten op vliegtuigen die de no fly-zones in het noorden en het zuiden van Irak controleren, is zonder belang, want dat valt buiten de reikwijdte van 1441. Mocht Irak evenwel op heterdaad worden betrapt op het kwaadwillig verbergen van bezwarend materiaal - en voor dat betrappen, kan UNMOVIC een beroep doen op spionagevliegtuigen - dan is er weer wél sprake van een inbreuk. En dat is ook het geval indien zou blijken dat het dit weekend overhandigde rapport ernstige tekortkomingen vertoont. Het indienen van dat rapport is dus allerminst een formaliteit. En dat Irak erin liegt, daar zijn de Verenigde Staten en hun belangrijkste bondgenoot het Verenigd Koninkrijk van overtuigd. Al de hele voorbije week hielden president Bush en de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw niet op hun scepsis te laten blijken over Bagdads oprechtheid. Bush voegde daar uiteindelijk aan toe dat hij dat niet alleen denkt omdat hij Saddam Hoessein een slecht mens vindt, maar vooral omdat de inlichtingendiensten hem daarvoor de nodige materiële bewijzen hebben bezorgd. Dat werkt Hans Blix, de Zweed die aan het hoofd staat van UNMOVIC, dan weer op de zenuwen. Hij krijgt vanuit Washington geregeld de kritiek dat zijn inspecteurs nog altijd niet met belastende feiten op de proppen zijn gekomen. Als de VS haar informatie aan zijn missie zou bezorgen, kunnen zijn inspecteurs ze ter plekke gaan controleren. Dat is tot nu toe niet gebeurd, ongetwijfeld omdat de VS ze wil verwerken in haar repliek op het Irakese mastodontrapport, dat niets anders dan een regelrechte aanklacht tegen Bagdad moet worden. En misschien ook wel omdat die informatie toch niet zo solide uitvalt. Amerikaanse en Britse pogingen om de publieke opinie te bewerken met allerlei belastende informatie zijn nooit echt overtuigend gebleken. Ook nu nog wil Washington Irakese wetenschappers tot overlopen bewegen om die noodzakelijke informatie te bezorgen. Behalve aan hun dossier à charge van Saddam, werken de Amerikanen voort aan de coalitie die tegen Irak ten oorlog moet trekken. Vorige week kwam onderminister Paul Wolfowitz van Defensie daarvoor naar Brussel om de NAVO-partners te consulteren. Behalve het Verenigd Koninkrijk, zouden ook Nederland, Spanje, Italië, Portugal, Denemarken en Canada daarbij hun steun aan de Amerikaanse oorlogsplannen hebben toegezegd. Ondertussen trok onderminister voor Buitenlandse Zaken Richard Armitage naar Japan, China, Zuid-Korea en Australië. Tokyo besloot alvast een destroyer, uitgerust met de hoogtechnologische Aegis-radar, naar de Golf te sturen, officieel als logistieke steun voor de strijd in Afghanistan. Tien jaar geleden kon Japan, bij wijze van participatie aan de Golfoorlog, niets anders dan het chequeboekje bovenhalen, wat op nogal wat meesmuilende commentaren stuitte. Toen heeft de VS, volgens bepaalde berekeningsmethodes, met de financiële bijdragen van bondgenoten zelfs winst kunnen maken op de oorlog. Ook nu wordt al duchtig gerekend. Beslag leggen op Iraks olievoorraden kan de Amerikaanse economie een gegarandeerde aanvoer en 40 miljard dollar winst (ongeveer evenveel in euro) opbrengen. Als de VS de oorlog kort en krachtig kan houden, levert dat een macro-economisch effect van 17 miljard dollar op. Oorlog kan een aardige investering zijn. Marc ReynebeauDE VRAAG BLIJFT HOE SOLIDE HET AMERIKAANSE DOSSIER TEGEN IRAK WEL IS.