Het Vlaamse kleuteronderwijs is niet afgestemd op alle kinderen die er terechtkomen. Niet op hun leeftijd en niet op hun afkomst. Dat zegt professor pedagogische wetenschappen Michel Vandenbroeck (UGent). Zo wordt er onder meer van hen verwacht dat ze zindelijk zijn, over de middag in een rumoerige refter gaan eten en de hele dag wakker blijven. Sommige kleuters kunnen dat, maar anderen nog niet. 'We willen dus dat driejarigen naar scholen gaan die niet voor hen geschikt zijn', zegt Vandenbroeck.
...

Het Vlaamse kleuteronderwijs is niet afgestemd op alle kinderen die er terechtkomen. Niet op hun leeftijd en niet op hun afkomst. Dat zegt professor pedagogische wetenschappen Michel Vandenbroeck (UGent). Zo wordt er onder meer van hen verwacht dat ze zindelijk zijn, over de middag in een rumoerige refter gaan eten en de hele dag wakker blijven. Sommige kleuters kunnen dat, maar anderen nog niet. 'We willen dus dat driejarigen naar scholen gaan die niet voor hen geschikt zijn', zegt Vandenbroeck. Dat komt onder meer doordat zorg en leren in de meeste Vlaamse kleuterscholen strikt gescheiden zijn. Knuffelen, luiers verschonen, neuzen afvegen of kinderen helpen bij het eten zijn taken die veel kleuterleerkrachten het liefst doorschuiven naar een kinderverzorgster. Zelf willen ze alleen maar lesgeven. 'Nochtans weten we dat zo'n opsplitsing niet bevorderlijk is, niet voor de zorgtaak en niet voor het leren', aldus Vandenbroeck. 'Er is geen enkele reden waarom een kleuterleidster niet zou kunnen tellen of kleuren benoemen terwijl ze een kind verschoont.' Nogal wat ouders hebben dan ook twijfels bij de manier waarop er voor hun kinderen wordt gezorgd. Dat wordt nog versterkt doordat ze in veel scholen niet voorbij de poort mogen. 'Ook dat kan beter', zegt Vandenbroeck. 'Als ouders hun kleuter tot in de klas mogen brengen en daar even blijven, is het afscheid minder bruusk. Daar voelen zowel de ouders als de kinderen zich beter bij.' Niet alleen houden kleuterscholen te weinig rekening met de noden van de jongste kinderen, ze zijn ook niet genoeg afgestemd op kansarme en allochtone gezinnen. Nochtans wil de Vlaamse regering net die groepen lokken met de participatietoeslag van 150 euro die ouders voortaan krijgen als ze hun drie- of vierjarige kind naar de kleuterschool sturen. 'Op dit moment kunnen we niet garanderen dat die kleuters er beter van worden als ze regelmatig naar school gaan', legt Vandenbroeck uit. 'Kinderen uit kansarme gezinnen zijn vaak niet naar de crèche geweest en zijn het dus nog niet gewoon om in een grote groep te zitten. Kleuteronderwijzers zouden daar veel meer rekening mee moeten houden. Anders beginnen die kinderen met een achterstand aan de kleuterschool.' Ook kinderen die thuis geen Nederlands spreken, dreigen soms vermalen te worden. Zeker als ze in een klas zitten waar de helft de juf niet verstaat. Vandenbroeck: 'Veel leraars hebben achterhaalde ideeën over anderstaligheid. Ze denken dat een kleuter die thuis Turks spreekt en Nederlands aan het leren is een taalachterstand heeft, terwijl dat gewoon een meertalig kind is. Dat is zeker niet de schuld van de individuele leerkrachten, want zij doen wat hen is aangeleerd. Er zou in hun opleiding meer aandacht naar diversiteit moeten gaan.' Doordat het onderwijs te weinig rekening houdt met erg jonge kinderen en met kleuters uit allochtone of kansarme gezinnen, zitten sommigen maar heel weinig in de klas. Ook al zijn ze meestal wel ingeschreven. Daardoor lopen ze vaak een nog grotere achterstand op. Michel Vandenbroeck: 'Het beleid gaat er te gemakkelijk van uit dat het kleuteronderwijs de ongelijkheid tussen kinderen kan wegwerken, maar het is eerder een deel van het probleem. Er moet dus iets veranderen. Niet alleen om ervoor te zorgen dat kinderen uit kansengroepen vaker naar school gaan, maar ook om te garanderen dat ze daar echt beter van worden.' Ann Peuteman'Het kleuteronderwijs werkt de ongelijkheid niet weg. Het is eerder een deel van het probleem.'