Naarmate de coronacrisis langer duurt, voelen steeds meer Belgen, vooral jongvolwassenen, zich ontevreden over hun leven. In recente gezondheidsenquêtes van Sciensano toont een kleine helft van de 18- tot 29-jarigen zich misnoegd. In september 2020 was dat 'slechts' 27%. 21% van de Belgen voelt zich angstig, nog eens 21% kampt met depressieve symptomen. Vooral jonge mensen krijgen sinds de tweede besmettingsgolf meer af te rekenen met depressieve gevoelens. In april voelde maar liefst 38% zich depressief. De cijfers rond eenzaamheid pieken, en steeds meer mensen worstelen met zelfmoordgedachten. In 2018 stelde 4,3% van de Belgen dat ze de afgelopen 12 maanden aan zelfdoding hadden gedacht. De voorbije maanden lag dat cijfer op 12,5%.
...

Naarmate de coronacrisis langer duurt, voelen steeds meer Belgen, vooral jongvolwassenen, zich ontevreden over hun leven. In recente gezondheidsenquêtes van Sciensano toont een kleine helft van de 18- tot 29-jarigen zich misnoegd. In september 2020 was dat 'slechts' 27%. 21% van de Belgen voelt zich angstig, nog eens 21% kampt met depressieve symptomen. Vooral jonge mensen krijgen sinds de tweede besmettingsgolf meer af te rekenen met depressieve gevoelens. In april voelde maar liefst 38% zich depressief. De cijfers rond eenzaamheid pieken, en steeds meer mensen worstelen met zelfmoordgedachten. In 2018 stelde 4,3% van de Belgen dat ze de afgelopen 12 maanden aan zelfdoding hadden gedacht. De voorbije maanden lag dat cijfer op 12,5%. "Veel mensen zitten op hun tandvlees", stelt psychiater Kirsten Catthoor (ZNA Stuivenberg en Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie). "Deze crisis vergt zó veel veerkracht en mentale flexibiliteit dat ik me afvraag of er straks nog iets in de tank overblijft. Anderhalf jaar lang moesten we flexibel omgaan met epidemiologische, professionele en sociale onzekerheden. Zoiets weegt enorm zwaar. Zeker in combinatie met angst voor het virus en alle economische zorgen op iets langere termijn. Het perspectief wisselde ook constant. Soms leek de vrijheid binnen handbereik, soms leek ze verder weg dan ooit. Leven in dat soort chronische onzekerheid is wurgend, eigenlijk is het een vorm van mentale foltering." "Mensen in de horeca, bijvoorbeeld, wisten lange tijd niet wanneer ze opnieuw konden openen en onder welke voorwaarden", verduidelijkt Catthoor. "Intussen balanceren duizenden cafés en restaurants op de rand van het faillissement. In het onderwijs vielen lesgevers uit en werden schoolvakanties verlengd, waardoor scholen moesten improviseren en reorganiseren. Hetzelfde verhaal in de ziekenhuizen. Je merkt dat iedereen op de toppen van zijn tenen loopt. Onlangs kreeg ik een woedende politieagent over me heen omdat ik me per ongeluk verkeerd parkeerde. Zijn ongewoon felle reactie deed me vermoeden dat ook die man veel te lang over zijn grenzen is gegaan." Gelukkig raken steeds meer mensen gevaccineerd. Lacht de toekomst ons opnieuw toe? Catthoor: "Ja en nee. We krijgen eindelijk een concreet vooruitzicht op vrijheid en beterschap. Dat perspectief is belangrijk. Maar het beschermt ons niet noodzakelijk tegen een collectieve mentale terugslag als gevolg van een loodzwaar coronajaar. Uit onderzoek blijkt dat depressieve gevoelens en slapeloosheid nog lang na een acute crisisperiode aanwezig kunnen blijven. Dat zag je bijvoorbeeld na de financiële crisis van 2008. Wat we ook weten, is dat mensen tijdens een crisis vaak overschakelen op overlevingsmodus, waarbij ze 'kop in kas' voortdoen tot het grootste gevaar geweken is. De rekening volgt vaak pas achteraf. Omdat de crisis zo lang duurt, lieten de eerste tekenen van zo'n terugslag zich al na enkele maanden voelen. Dat tonen de Sciensano- enquêtes aan, maar ook onze observaties in de ziekenhuizen. Het aantal eetstoornissen nam bijvoorbeeld sterk toe. We merken bovendien dat problematieken steeds complexer worden. Sommige complicaties, zoals de bloedwaardestoornis bij anorexia, kennen we alleen uit onze medische handboeken. Ze zijn volkomen nieuw voor ons. Zelfs ervaren psychiaters die dicht bij hun pensioen staan, rapporteren zaken die ze nooit eerder zagen." "Rechtkrabbelen na corona zal voor de meerderheid onder ons een uitdaging van formaat zijn", voorspelt Catthoor. "Als we onze vrijheid terugwinnen, ontstaat immers de ruimte om voor het eerst een echte balans op te maken. Wat heeft deze crisis voor mij en mijn omgeving betekend? Hoe zie ik mijn toekomst in een onzekere wereld? Kan ik de ambities die ik vóór de crisis koesterde nog waarmaken? Zo'n moment van zelfreflectie zie je bijvoorbeeld ook bij mensen die herstellen van een ernstige psychische aandoening zoals depressie. Het is een delicaat moment. Mensen beseffen dat ze niet meer willen terugkeren naar het verleden, maar weten tegelijk nog niet goed hoe hun toekomst er zal uitzien. Of hoe ze die kunnen vormgeven. Eigenlijk moet je jezelf opnieuw op de kaart zetten als mens en hopen dat je ambities en de middelen om ze waar te maken elkaar nog in evenwicht houden." "Dat helikopterperspectief na een periode waarin je vooral probeerde vol te houden, kan tot onaangename inzichten leiden", weet Catthoor. "En op die manier tot mentale instabiliteit. Wie een depressieve periode doormaakte, is net na de acute fase vaak extra kwetsbaar voor zelfmoordgedachten. Net zo zie ik het suïciderisico op populatieniveau stijgen naarmate meer mensen hun persoonlijke coronabalans opmaken en zich terecht afvragen: 'wat nu?'" Hoe ga je met die existentiële vragen om? "Een portie veerkracht kan je zeker helpen", vertelt Catthoor. "Het probleem is dat veel mensen al diep in hun reserves moesten tasten. Niet iedereen heeft nog mentale energie over." Bea Cantillon (Centrum voor Sociaal Beleid) voorspelt een golf van armoede als gevolg van de coronacrisis. Verschillende studies associëren een achteruitboerende economie met diverse mentale problemen, zoals depressie, alcoholmisbruik en zelfmoordgedachten. "Arm maakt (geestelijk) ziek en ziek maakt arm", bevestigt Catthoor. Volgens haar hebben we daarom nood aan toegankelijke zorg, maar zeker ook aan een overheid die mensen ondersteunt in hun basisbehoeften. "Veel mensen zullen in de nabije toekomst nood hebben aan financiële ondersteuning. Zorg dus voor werkzekerheid, een leefbaar minimumloon en betaalbare woningen. Zonder dat vangnet dweilen we als zorgprofessionals met de kraan open." "Behalve de overheid kunnen ook bedrijven hun steentje bijdragen aan onze geestelijke gezondheid", vervolgt ze. "Maak duidelijke afspraken als mensen terugkeren naar de werkvloer. En hou die lang genoeg aan. Onverwachte wendingen waren er het afgelopen jaar al genoeg. Geef iedereen de kans om even op adem te komen in een lagere versnelling en binnen een voorspelbare structuur." Tot slot pleit de psychiater voor openheid en intermenselijke verbinding. "Deze crisis heeft veel mensen iets of iemand afgenomen. We mogen daar best ongelukkig over zijn en dat gevoel delen met anderen. Leg je kwaadheid, verdriet of frustratie op tafel. De kans is groot dat familieleden, vrienden of collega's met gelijkaardige gevoelens worstelen."