In 2010 kregen 600 miljoen mensen uit de hele wereld met een voedselvergiftiging te kampen - dat is bijna één op de tien. Een half miljoen mensen stierven erdoor, vooral in Afrika. De cijfers verschenen in het vakblad Public Library of Science Medicine. Ze werden op verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verzameld door een groep experts, onder wie bio-ingenieur Niko Speybroeck: een Vlaming die verbonden is aan de Université Catholique de Louvain (UCL). Het was de eerste keer dat de problematiek van de voedselveiligheid op wereldschaal werd bekeken. De 31 belangrijkste oorzaken van voedselvergiftiging passeerden de revue.
...

In 2010 kregen 600 miljoen mensen uit de hele wereld met een voedselvergiftiging te kampen - dat is bijna één op de tien. Een half miljoen mensen stierven erdoor, vooral in Afrika. De cijfers verschenen in het vakblad Public Library of Science Medicine. Ze werden op verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verzameld door een groep experts, onder wie bio-ingenieur Niko Speybroeck: een Vlaming die verbonden is aan de Université Catholique de Louvain (UCL). Het was de eerste keer dat de problematiek van de voedselveiligheid op wereldschaal werd bekeken. De 31 belangrijkste oorzaken van voedselvergiftiging passeerden de revue. 'Ook wij waren verbaasd dat er nooit eerder werd onderzocht wat de belangrijkste ziektes zijn die door voedsel worden overgedragen in de wereld', vertelt Speybroeck. 'Er was ook nog nooit een vergelijking gemaakt van het aantal sterfgevallen volgens verschillende oorzaken. Voedselveiligheid is een bekend probleem, maar het belang ervan wordt wat onderschat. Slecht voedsel kost niet alleen levens, maar ook levenskwaliteit. Je verliest een deel van je leven als je lang aan je bed gekluisterd bent als gevolg van diarree en andere ongemakken die met een voedselvergiftiging gepaard gaan.' Speybroeck bracht een deel van zijn loopbaan in Afrika door, waar hij besmettelijke ziektes van mens en vee bestudeerde. Hij werkte onder meer voor de WHO en het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen. De onderzoeker legt zich telkens toe op sociale ongelijkheid: rijken en armen krijgen er niet dezelfde gezondheidszorg. Daar komt ook de voedselveiligheid bij kijken, want arme mensen lopen meer risico op een voedselvergiftiging dan rijke. Speybroeck gelooft heilig in het verzamelen van betrouwbare cijfers om een problematiek in kaart te brengen, zodat beleidsmakers er de juiste conclusies uit kunnen trekken. Want er circuleren hardnekkige mythes over voedselveiligheid. Dat ons eten almaar veiliger wordt, bijvoorbeeld. 'Dat is fout', zegt Speybroeck ferm. 'Er komen geregeld nieuwe ziektes bij. Er zijn nu meer dan 200 ziektes in de wereld die via de voeding worden overgedragen - de meeste zijn gelukkig zeldzaam. Maar nieuwe bronnen van besmetting zorgen voor nieuwe problemen, waar we niet noodzakelijk een behandeling voor hebben. In 2008 maakte het topvakblad Nature een lijst van 335 ziektes die na 1940 ontdekt werden en steeds frequenter voorkwamen. Een derde daarvan kon door voedsel worden overgedragen. Een substantieel aandeel van de uitbreiding van het aantal ziektes was te wijten aan klimaatveranderingen en veranderende landbouwmethodes. Onder meer het overmatige gebruik van antibiotica in de veeteelt is een slechte zaak. Daardoor worden kwalijke bacteriën resistent tegen geneesmiddelen.' De antibioticaproblematiek in de veeteelt blijft ook in ons land een probleem. De laatste jaren neemt het zelfs weer licht toe. 'Als die trend bevestigd wordt, is dat een kwalijke ontwikkeling', zegt Speybroeck. 'Als een colibacterie in de darm van een varken resistentie kweekt tegen antibiotica, en ze komt per toeval in een mensendarm terecht, kan ze de resistentie aan de daar aanwezige bacteriën doorgeven. Zo verhoog je het risico van antibiotica-resistentie bij de mens, en dus ook het risico van falende behandelingen en ernstige complicaties, want je kunt de bacteriën niet makkelijk meer uitschakelen.' Dan is er nog een tweede idee-fixe: voedselvergiftiging en diarree zijn alleen een probleem van ontwikkelingslanden, toch? 'Het spreekt vanzelf dat er veel meer gevallen voorkomen in ontwikkelingslanden, waar de hygiënische en medische omstandigheden minder goed zijn dan bij ons', zegt Speybroeck. 'Parasieten en vuil water kunnen er voor ravages zorgen. Maar dat betekent niet dat er bij ons geen problemen zouden zijn. In 2010 werden in Europa 23 miljoen mensen getroffen door een ziekte die door de voeding werd overgedragen. Alleen al de salmonellabacterie doodde dat jaar 2000 Europeanen. De meeste van die ziektes loop je in eigen land op, niet tijdens reizen naar ontwikkelingslanden.' Mensen hebben ook de neiging om een voedselvergiftiging als een ongemak te beschouwen, eerder dan als een ziekte. 'Veel voedselgebonden ziektes kunnen dodelijk zijn, zeker als ze niet goed behandeld worden', waarschuwt Speybroeck. 'Andere leveren levenslang problemen op, zoals allergieën tegen bepaalde plantenonderdelen, of de toxoplasmose die zwangere vrouwen aan hun ongeboren kind kunnen doorgeven waardoor dat met ernstige handicaps geboren zal worden. We mogen dus zeker niet tevreden achteroverleunen omdat we het hier goed onder controle hebben. We moeten waakzaam blijven. Het is momenteel bijvoorbeeld onduidelijk of de insecten die nu zo hot zijn als nieuwe voedingsbron drager zijn van potentiële problemen.' De bundeling van de 31 belangrijkste ziektes die aan de voeding gelinkt zijn, was een politieke keuze om voedselvergiftiging globaal te meten, en ze qua impact te kunnen afwegen tegen aids, tbc of malaria. Sommige van de ziektes worden door virussen of bacteriën veroorzaakt. Andere door wormen en andere parasieten. Nog andere door chemicaliën zoals aflatoxines, die door schimmels worden geproduceerd in bijvoorbeeld slecht bewaarde maïs. Wat de chemische gevaren betreft, staat het onderzoek nog in zijn kinderschoenen. De cijfers daarover konden niet in PLoS Medicine of een ander belangrijk vakblad gepubliceerd worden. 'We weten nog bijna niets over de impact van chemische stoffen op de voedselveiligheid', stelt Speybroeck. 'We weten wel dat, ondanks de alarmberichten van een kankerexpert van de UGent, we geen fatale gevallen konden linken aan een blootstelling aan dioxines. We mogen niet de fout maken om oorzaak en toevallig verband te verwarren, want vooral mensen die in armoedige industriële omstandigheden leven kunnen met dioxines in contact komen, waardoor de ware oorzaak voor gezondheidsproblemen misschien verdoezeld wordt. Over de impact van zware metalen of pesticiden weten we amper iets. Daar is dus nog veel werk.' Om de impact van ziektes met elkaar te vergelijken, hanteren deskundigen een nieuwe maatstaf, die ze daly doopten (voor disability-adjusted life years). 'De daly drukt het aantal verloren gezonde levensjaren uit', legt Speybroeck uit. 'Dat slaat zowel op het aantal jaren dat je minder lang leeft als gevolg van de ziekte, als op het verlies aan levenskwaliteit tijdens de ziekte. Er is veel discussie over de maatstaf, onder meer over de vraag of het ethisch verantwoord is om de gevolgen van voedingsziektes te vergelijken met die van aids. Maar voor experts is hij een nuttig instrument om het beleid te sturen. De daly kan ook gebruikt worden om de gevolgen van veschillende voedselbesmettingen met elkaar te vergelijken.' Iemand die besmet raakt met een varkenslintworm heeft bijvoorbeeld een daly van gemiddeld 10, wat betekent dat hij tien kwaliteitsvolle levensjaren verliest. Maar iemand die besmet raakt met de trichinellaworm, zoals de mensen die in drie Vlaamse restaurants ziek werden na het eten van uit Spanje ingevoerd everzwijn, zal een daly van ongeveer een maand hebben. Een besmetting met giardia (een algemene eencellige parasiet) levert de laagste daly op, omdat ze geen sterfgevallen veroorzaakt. 'Ook voor onze analyses is de daly een handig instrument', zegt Speybroeck. 'Op wereldschaal is het norovirus de belangrijkste veroorzaker van voedselvergiftigingen qua aantal gevallen, maar in daly's komt het slechts op de vijfde plaats. Het is het virus dat op cruiseschepen of trouwfeesten weleens voor ongemakken zorgt, of voor voetbalploegen op stage in Spanje. Maar de ongemakken die het veroorzaakt zijn beperkt. Salmonella- en colibacteriën veroorzaken minder besmettingen, maar ze zijn zwaarder, waardoor mensen er meer levenskwaliteit door verliezen of er gemakkelijker aan sterven. U herinnert zich misschien de pathogene colibacterie die in mei 2011 in Duitsland 53 doden en duizenden besmettingen veroorzaakte, en die waarschijnlijk geïmporteerd was samen met een lading fenegriekzaden uit Egypte. Maar daar moet ik meteen bij zeggen dat wij niet alleen voedselproblemen importeren, maar ook exporteren. In Mozambique stierven mensen na het eten van beschimmeld graan uit een G7-land, dat ik niet zal noemen.' Verwante wormen kunnen verschillende effecten hebben. De varkenslintworm die zware aanvallen van epilepsie veroorzaakt, kan daardoor dodelijk zijn. De mens wordt daarbij meestal besmet door het eten van besmet varkensvlees. De aandoening komt in ons land niet meer voor. Maar contact met menselijke uitwerpselen waarin eitjes zitten, kan leiden tot de ontwikkeling van cysten van de parasiet in de hersenen die er de epilepsieaanvallen uitlokken. De parasiet komt algemeen voor in arme streken waar mensen en varkens intens samenleven. In onze streken was de verwante koeienlintworm algemener. Waarschijnlijk is hij er nog altijd, want 40 procent van onze runderen is ermee besmet. Maar omdat de gevolgen van zijn aanwezigheid voor onze gezondheid miniem zijn, wordt het voorkomen bij de mens niet meer opgevolgd. Cultuurverschillen kunnen een rol spelen in de verspreiding van voedingsziektes. In de Arabische landen, waar een verbod op het eten van varkensvlees geldt, zul je geen varkenslintworm vinden. De tendens in Azië om rauwe vis en rauwe krab te eten, kan problemen in de hand werken (zeker voor reizigers). Homoseksuele mannen lopen een verhoogd risico op overdracht van de shigellabacterie, die in uiterste gevallen artritis veroorzaakt. Over het algemeen zijn kwetsbare mensen overal het gevoeligst voor voedselbesmettingen - daarom komen ze bij ons geregeld in rusthuizen voor. 10 procent van de wereldbevolking zijn kinderen van jonger dan vijf jaar, maar die groep maakt 40 procent van het aantal slachtoffers van voedselvergiftigingen uit. Voor België was salmonella lange tijd de belangrijkste besmetting die door voedsel wordt overgedragen. 'Maar het aantal gevallen van salmonellabesmetting is spectaculair gedaald sinds 2005, omdat toen een efficiënt vaccin voor het inenten van leghennen beschikbaar werd', legt Speybroeck uit. 'Daarentegen neemt het aantal besmettingen met de campylobacter-bacterie toe. Die is nu even belangrijk als salmonella op de Belgische lijst. Campylobacter komt veel algemener voor in de darm van kippen dan salmonella, en dus is de bacterie bij het slachten moeilijker uit te schakelen. Bij de mens kan ze in extreme gevallen leiden tot het syndroom van Guillain-Barré: een aantasting van de zenuwbanen met verlamming tot gevolg. In de Verenigde Staten wordt de bacterie bestreden door kippenkarkassen in slachthuizen met chloor te wassen, wat in Europa verboden is. Ik vind dat wat vreemd, want chloor is op zich niet gevaarlijk, het zit bijvoorbeeld in ons water. Op nummer vijf in ons land staat de listeriabacterie, waarvan het voorkomen kabbelt. Ze komt vooral voor in rauwe kaas en de kant-en-klaarmaaltijden die steeds populairder worden. De trends in het voorkomen van bacteriën kunnen dus alle kanten op.' In het kader van de hetze tegen de vos wordt regelmatig op het risico van de vossenlintworm gewezen, die overgedragen zou kunnen worden door bessen die in het bos met vossenuitwerpselen besmet zijn. Een besmetting met een vossenlintworm leidt tot zware gezondheidsproblemen, maar er worden in ons land nooit meer dan één of twee gevallen per jaar vastgesteld - de hetze staat dus niet in verhouding tot het risico dat de parasiet vormt. Natuurvoeding zou niet noodzakelijk veiliger zijn dan producten uit de klassieke voedingsindustrie. Op biogroenten zullen minder pesticiden zitten, maar het is onduidelijk wat het risico van een besmetting met natuurlijke toxines is. Biovlees kan een licht verhoogde kans op contaminatie met parasieten uit de natuur hebben. Speybroeck waarschuwt er ook voor dat wij op het vlak van voedselveiligheid ons lot niet volledig in handen van de overheid mogen leggen: 'Iedereen moet op alle niveaus zijn verantwoordelijkheid nemen. De risicoanalyse moet farm-to-fork gevoerd worden, voor de hele keten van producent tot consument. Zo kan een lading kippen uit een kwekerij veilig in het slachthuis terechtkomen, maar daar kan een besmetting met campylobacter gebeuren. Mensen moeten er thuis voor zorgen dat ze hun vlees bij voldoende hoge temperaturen bakken en bij voldoende lage temperaturen bewaren. Listeria verdraagt vrij goed temperaturen hoger dan 2 graden, dus koelkasten met een te hoge temperatuurafstelling kunnen de woekering van de hardnekkige bacterie niet voorkomen.' Recent kwam een verhoogd kankerrisico onder de aandacht: veelvuldig vlees eten dat te hard geroosterd werd op de barbecue. De verbrande zwarte randen zouden kankerverwekkende stoffen bevatten. 'Je kunt dat als een door voedsel overdraagbare ziekte beschouwen', zegt Speybroeck. 'Alleen mensen en honden krijgen prostaatkanker. Sommige wetenschappers beweren dat de hoofdreden daarvoor is dat wij al lang ons vlees te hard roosteren, en dat de hond als gevolg van zijn domesticatie daar mee de gevolgen van draagt. Hij kreeg vroeger waarschijnlijk courant stukjes gegrild vlees als beloning voor zijn hulp bij de jacht. Het illustreert nogmaals hoe belangrijk grondige en ononderbroken aandacht voor de veiligheid van ons voedsel is.' DOOR DIRK DRAULANS'In de VS worden kippenkarkassen gewassen met chloor om besmetting tegen te gaan. In Europa is dat verboden, terwijl chloor niet gevaarlijk is.' Niko Speybroeck: 'Het is nog onduidelijk of insekten eten problemen kan opleveren.' 'Natuurvoeding zou niet noodzakelijk veiliger zijn dan producten uit de klassieke voedingsindustrie.'