In het Belgisch voetbal zijn het altijd goedlachse vedetten die bij een auto-ongeluk om het leven komen. Zoals Anderlechtverdediger Laurent Verbiest, Lorenzo voor de Oostendse vrienden, in 1966. Zoals ex-Anderlechtmiddenvelder Ludo Coeck in 1985. En zoals nu weer Club Bruggespits François Sterchele.
...

In het Belgisch voetbal zijn het altijd goedlachse vedetten die bij een auto-ongeluk om het leven komen. Zoals Anderlechtverdediger Laurent Verbiest, Lorenzo voor de Oostendse vrienden, in 1966. Zoals ex-Anderlechtmiddenvelder Ludo Coeck in 1985. En zoals nu weer Club Bruggespits François Sterchele. Sterchele, afkomstig uit Loncin bij Luik, brak pas laat door. Hij was al 22 toen hij plots in de notitieboekjes van alle scouts van eerste klasse belandde. Hij voetbalde toen in derde bij Oud-Heverlee-Leuven, en scoorde daar aan de lopende band: 21 stuks in de competitie, en nog 8 erbovenop in de eindronde. Met al die doelpunten hielp hij OHL aan de promotie naar tweede klasse. Raymond Mommens had hem toen al aan de haak geslagen voor Sporting Charleroi, en daar groeide hij onder leiding van trainer Jacky Mathijssen in geen tijd uit tot een spits van Belgisch topniveau. In die tijd werd zijn naam nog uitgesproken als 'Sterchelle', maar op zijn eigen verzoek werd dat omgevormd tot 'Sterkélé': via zijn opa had François Italiaanse roots, en hij vond 'Sterkélé' Italiaanser klinken. Zijn grote droom was om ooit in de Serie A te raken, en zijn vele doelpunten ging hij na een tijdje vieren met het ritueel van de Italiaanse topspits Luca Toni. Bij Charleroi scoorde hij slechts 9 keer, maar de zuiverheid van zijn acties ontging niemand. Snel en sluw, zo werden zijn kwaliteiten als sluipschutter omschreven. Hij had de gave om te weten waar hij moest lopen, en wanneer. Hij was bovendien goed met beide voeten, slim in het combinatiespel, en hij schrok er niet voor terug om de mouwen op te rollen als dat nodig bleek. Met zijn opgeruimde en positieve karakter was hij ook naast het veld graag gezien. Na één seizoen Charleroi verhuisde hij naar Germinal Beerschot, waar hij zich onder trainer Marc Brys als Waal meteen opwerkte tot de lieveling van de nochtans veeleisende Antwerpse fans. Met 21 vaak fraaie goals sloot hij het seizoen af als topschutter in eerste klasse. Bondscoach René Vandereycken selecteerde hem in maart 2007 een eerste keer voor de Rode Duivels, maar in de kwakkelende nationale ploeg kon hij tijdens de weinige speelminuten die hij kreeg zijn waarde nooit bewijzen. Na dat ene jaar Germinal Beerschot leek Anderlecht eind vorig seizoen de nieuwe bestemming. Sterchele liet zich al met manager Herman Van Holsbeeck fotograferen op de trappen van het Vanden Stockstadion, maar op de valreep sprongen de besprekingen af. 'Geen goed gevoel', vertelde François naderhand. 'Ik kreeg niet het idee dat ze me écht wilden.' Maar zoals meestal in het topvoetbal speelden vooral financiële discussies een doorslaggevende rol. Ook Standard en het Nederlandse Heerenveen hingen aan de bel, maar uiteindelijk koos Sterchele voor Club Brugge, dat een transfersom van 3 miljoen euro aan Germinal Beerschot wou betalen en een jaarsalaris van ongeveer 1 miljoen euro aan de speler zelf. Sterchele en zijn zaakwaarnemer Jurica Selak lieten zich in een weinig discrete Rolls-Royce met nummerplaat 'KISS M' naar de onderhandelingen in het Brusselse Conradhotel voeren. Tegen een beetje show heeft François nooit nee gezegd. Bij Club vond Sterchele trainer Jacky Mathijssen terug, maar het eerste en helaas enige seizoen bij blauw-zwart werd geen onverdeeld succes. In de eerste match, tegen Bergen, maakte hij wel meteen twee doelpunten, die 2-1 winst opleverden en de fans op zijn hand brachten, maar de rest van de heenronde kwam hij niet verder dan één penaltydoelpunt op Charleroi, en de belangrijke winnende treffer in de topmatch tegen Anderlecht. In de terugronde krikte hij dat totaal op tot 11 goals, maar door de vele blessures in de Brugse kern moest voortdurend worden gesleuteld aan de veldbezetting, waardoor Club nooit echt bevrijd kon voetballen. Dat had volgend seizoen beter moeten lopen, maar zover zal het dus niet komen. De snelheid die hem op het veld zoveel succes opleverde, is hem op de weg fataal geworden. Koen Meulenaere