Jef Geys (°1934) heeft van het ondermijnen van het kunstwereldje zowat zijn levenswerk gemaakt. Dat leverde hem in het verleden, na Chambres d'Amis in 1986, de banbliksems van Jan Hoet op. Dat hij als enige kunstenaar een werk wou maken in een arbeidershuisje in Gent, in plaats van een statige woonst van de hogere (midden-)klasse, was meer dan een gratuit statement. Geys heeft zijn roots nooit verloochend. De Kempenaar voelt zich naar eigen zeggen 'op een eigenaardige manier aangetrokken door afzaagde, uitgemolken, dagelijkse dingen en situaties'. Het banale ligt hem na aan het hart. De pretentie en de commercie van de kunstwereld veel minder.
...

Jef Geys (°1934) heeft van het ondermijnen van het kunstwereldje zowat zijn levenswerk gemaakt. Dat leverde hem in het verleden, na Chambres d'Amis in 1986, de banbliksems van Jan Hoet op. Dat hij als enige kunstenaar een werk wou maken in een arbeidershuisje in Gent, in plaats van een statige woonst van de hogere (midden-)klasse, was meer dan een gratuit statement. Geys heeft zijn roots nooit verloochend. De Kempenaar voelt zich naar eigen zeggen 'op een eigenaardige manier aangetrokken door afzaagde, uitgemolken, dagelijkse dingen en situaties'. Het banale ligt hem na aan het hart. De pretentie en de commercie van de kunstwereld veel minder. Veel van zijn werken draaien rond het begrip 'terroir'. Net zoals een kunstenaar in een metropool het stadsleven thematiseert, heeft Geys - een boerenzoon te midden van de zware industrie van de Kempen - altijd een fascinatie gehad voor de vruchten van het land. Een van zijn bekendste werken zijn de Zaadzakjes. Elk jaar schildert hij de prachtige bloemen na die op zaadzakjes zijn afgebeeld. Dat doet hij erg nauwgezet, als een vakman. Op subtiele wijze geeft hij zo commentaar op de reclamewereld. Nooit zullen de bloemen die uit de zaden groeien lijken op de bloemen op de verpakking. Het blijft 'een voorstelling van een droom die altijd anders is dan wat men ons wil doen geloven'. De eerste galerie die ooit werk van Geys wou tentoonstellen, werd door de kunstenaar omgevormd tot een kruidenierswinkel. Hij reed met een pas geoogste kool op de achterbank van zijn 2 pk'tje kriskras door België... om het landschap te tonen aan zijn kool. Hij vroeg toelating aan het Openluchtmuseum Middelheim in Antwerpen om het park gedeeltelijk om te ploegen en er volkstuintjes aan te leggen. Jacques Chirac, toen nog burgemeester van Parijs, kreeg zelfs een brief met het verzoek om een park in zijn stad om te vormen tot 'jardin potager'. Een paar jaar geleden maakte Geys een ontwerp voor de renovatie van de buitengevel van restaurant Hertog Jan in Brugge. Op de ruit schilderde hij namen van topkoks (waaronder die van zijn eigen moeder). Nog twee namen vielen uit de toon: die van de chemicus Michael Braungart en van de architect William McDonough. Zij zijn de auteurs van het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things, dat stilaan is uitgegroeid tot de bijbel van de duurzame economie. Geys is geïntrigeerd door de theorie van Braungart, die vaak wordt samengevat in de slogan 'afval is voedsel'. Vooral de evolutie die Braungart doormaakte, intrigeert de scepticus in hem: als Greenpeacemilitant woonde Braungart ooit in een boomhut; nu is hij een graag geziene gast op congressen en seminaries waar de captains of industry zich van hun groenste kant laten zien. 'De druk op de mensen van het Cradle to Cradle-project is erg groot, onder meer door al diegenen die de Al Goretaart hebben opgegeten en er niets mee hebben gedaan', verzucht Geys. En nog: 'Bio, natuur, groen en alles wat errond zweeft is zo dodelijk afgezaagd en uitgemolken door schijnbaar oprechte vrienden en oplichters die geld willen verdienen door mensen schuldgevoelens aan te praten en ze nadien te exploiteren.' Precies dat besef maakt het zo moeilijk en zelfs gevaarlijk of contraproductief om met die thema's bezig te zijn. Toch waagt Geys het erop. Hij trok naar Venlo, waar Braungart een vestiging heeft. Voor zijn Venetiaanse project wil hij een eetbare krant maken. Geys nam in 1971 het ter ziele gegane huis-aan-huisblad Kempens Informatieblad over. Sindsdien maakt hij voor elke tentoonstelling een gratis editie, die hij op grote oplage verdeelt. Hij wil in Venetië 150.000 kranten laten verspreiden. Dat moet op eetbaar papier gebeuren en met eetbare inkt. Het is de bedoeling dat daklozen niet alleen onder zijn krant kunnen slapen, maar dat ze ze ook kunnen opeten. Braungart werkt in Venlo samen met printerfabrikant Océ. Die wil hem helpen om de eetbare inkt te perfectioneren. 'Als het lukt, dan gaan we ervoor', zegt Dirk Snauwaert, directeur van het kunstencentrum Wiels in Vorst en door Geys aangeduid als zijn curator voor de Biënnale. In het Kempens Informatieblad zal Geys een overzicht geven van de werken in zijn oeuvre die rond het begrip 'terroir' draaien. De tentoonstelling die hij in het Belgische paviljoen in de Giardini di Castello wil bouwen, sluit daar nauw bij aan. 'Jef liet vier kennissen die in een grootstad wonen of werken - Villeurbanne (Lyon), New York, Moskou en Brussel - een kwadrant van een of twee vierkante kilometer afbakenen', zegt Snauwaert. 'Binnen dat vierkant gaan ze op zoek naar eetbare of medicinale planten die in het wild groeien. Onkruid, zeg maar. Het project kreeg de titel Quadra Medicinale. De planten worden gefotografeerd, gedroogd, geïnventariseerd en dat alles wordt tentoongesteld in het Belgische paviljoen.' De tentoonstelling wordt zo een survival kit voor iedereen die berooid is en in een grootstad leeft. Wie tandpijn heeft, vindt misschien soelaas dankzij een van de geneeskrachtige planten die Geys liet verzamelen. De link met de eetbare krant die hij op grote oplage wil laten verdelen, ligt voor de hand. In 1993 maakte Geys een exemplaar van het Kempens Informatieblad dat dit werk al aankondigt. Op de voorpagina stonden schetsen van onder meer een fles, een kartonnen doos en een huis getekend, met daaronder de vraag 'Welke van deze tekeningen is een echt huis?' Voor een dakloze is het antwoord anders dan voor iemand die een eigen huis heeft, uiteraard. In die krant stond ook een artikel over een mislukt project voor prefabhuisvesting in Latijns-Amerika. De quadra's verwijzen niet alleen naar Geys' vroegere werk, maar ook naar zijn eigen biografie. De kunstenaar werd geboren in de kunstmatige garnizoenstad Leo-poldsburg, die door Leopold II werd gesticht. Als kind doolde hij rond in de woonwijken die rond de kazerne waren aangelegd en die een vierkant stratenpatroon hadden. Meteen is de link tussen Venetië en de Kempen gelegd. Voor Jef Geys is de Biënnale van Venetië geen eindpunt in zijn carrière. Die is immers nog steeds springlevend. Sinds kort heeft hij ook een voet aan de grond in de Verenigde Staten. Zo is zijn werk te zien in New York (eerst in Marfa, Texas, daarna in de alternatieve galerie Orchard, en tot vorige week nog in Gallery Marian Goodman). De curator was niemand minder dan Dan Graham, een van de invloedrijkste (conceptuele) kunstenaars van zijn tijd. Graham, die samenwerkte met Sylvia Chivaratanond (assistent-curator in Venetië in 2003), noemt Jef Geys ' de belangrijkste Europese kunstenaar van na de oorlog'. Geys' werk was nog tot vorige week te zien naast dat van beroemde kunstenaars als Vija Celmins, Johan Baldessary, Fischli & Weiss, Allen Ruppersberg, Roman Signer en William Wegman. Dit voorjaar stelde Geys ook nog tentoon in het International Center of Photography in New York. DOOR KARL VAN DEN BROECK