nMijnheer Van Miert, bij het begin van de achtste jaargang van De Kroonraad/Het Forum zindert in de Wetstraat de rel over een levering van FN-wapens aan Nepal na.
...

nMijnheer Van Miert, bij het begin van de achtste jaargang van De Kroonraad/Het Forum zindert in de Wetstraat de rel over een levering van FN-wapens aan Nepal na. Karel Van Miert: Wapenleveringen zijn altijd een delicate zaak in een land als België, met een eigen wapenindustrie die in één landsgedeelte geconcentreerd is. De vraag is aan wie er mag worden verkocht, en daarbij gaan economische en politieke overwegingen niet altijd hand in hand. Dat is een oud zeer, en na de impasse van begin jaren negentig had men eigenlijk een manier moeten uitdokteren om dit soort moeilijkheden te vermijden. In dit concrete dossier stel ik vast dat minister Louis Michel een beetje machiavellistisch is opgetreden. Hij kon de beslissing zelf nemen, maar heeft de regeringspartners mee in het bad getrokken, misschien zonder dat die dat echt beseften. Als je anderen mee de verantwoordelijkheid wil laten dragen, moet je wel alle elementen op tafel leggen. Michel had het kernkabinet nadrukkelijker kunnen waarschuwen voor het feit dat andere Europese landen huiverig zijn om wapens aan Nepal te leveren, en hij had van zijn eigen diensten een sterker advies moeten voorleggen. Als hij vindt dat er goede redenen zijn om wél te leveren, en dat de Nepalese regering probeert om de democratie te verstevigen tegen rebellen die het tegendeel beogen, dan moet hij dat met voldoende argumenten onderbouwen en aantonen dat de landen die geen wapens willen leveren zich vergissen. De manier waarop nu een en ander is aangepakt, laat een wrange smaak na. Van Miert: Dat blijft een moeilijke discussie. Er zijn bondgenoten aan wie je probleemloos kunt leveren, maar andere bestellingen zullen haaks staan op het streven naar vrede en democratie. Ik heb begrip voor de Waalse argumenten van werkgelegenheid en economie, maar ook dán geldt dat al deze dossiers open en bloot op tafel moeten liggen. Je mag niet de indruk wekken dat bezwarende elementen verzwegen of verdraaid worden. Hetzelfde geldt voor de bestellingen uit India en Pakistan, twee landen die in een explosieve verhouding met elkaar leven. Ook in dat dossier was een grotere openheid nuttig geweest. Van Miert: In de regering moet iedereen compromissen sluiten, maar elke partij heeft haar gevoelige punten. In een goede coalitie houden de anderen daar rekening mee en brengen ze een partner op die punten niet in de problemen. Ben je slagkrachtiger in de oppositie? Nee. De socialisten kampen vaak met datzelfde dilemma: ofwel blijf je staan roepen vanuit de oppositie, waar je geen compromissen moet sluiten maar waar je ook zelden iets bereikt. Ofwel stap je in de regering, moet je veel water in je wijn doen, maar boek je wel stapsgewijs een beetje vooruitgang. De groenen hebben in het regeerprogramma een aantal van hun thema's doen opnemen, waar niemand nog omheen kan. Alleen is de verwezenlijking ervan niet één-twee-drie mogelijk. Ze zitten gewurgd tussen diagnose en remedie. Het gaat vaak om ingrijpende wijzigingen die tijd vergen en waarvoor de kloof tussen het probleem aankaarten en het probleem oplossen erg groot is. Denk maar aan een nieuw energie- of een nieuw landbouwbeleid. Zeker kleine partijen met geprofileerde programma's behalen hooguit beperkte succesjes, die mijlenver verwijderd blijven van wat het electoraat eigenlijk wil. Met een ongeduldige achterban houdt dat risico's in. Dat blijkt zowel bij ons, als in Frankrijk en Duitsland. Van Miert: Ik blijf geloven in de positieve effecten van zo een top. Het is een uitstekende gelegenheid om iedereen nog eens met de neus op de ernst van de feiten te drukken. Een groot deel van de wereldbevolking blijft in bittere armoede leven, heeft niet eens water of energie, vele tientallen miljoenen kinderen genieten geen of volstrekt onvoldoende onderwijs. Daartegenover staat dan een land als de Verenigde Staten, dat vijf procent van de wereldbevolking uitmaakt, maar wel één kwart van alle energie verbruikt en de grootste vervuiler van de wereld is. Dat de president van dat land hooghartig weigert om aanwezig te zijn bij een vergadering waarop alle andere staatsleiders fundamentele opties voor de hele wereldbevolking en voor de komende generaties bespreken, toont aan hoe onevenwichtig en oneerlijk de wereld in elkaar zit. De machtigste en rijkste staat stelt zich volkomen tegendraads op. De Amerikanen zijn voor de globalisering, maar weigeren gemeenschappelijke spelregels te aanvaarden. Ze willen hun handen vrijhouden en laten zich op geen concrete data of doelstellingen vastpinnen. De Europese Unie neemt wel engagementen op zich, al is ze op bepaalde punten geen haar beter dan de VS. Bijvoorbeeld de landbouw: ook op onze markt houden we de producten van de derde wereld zoveel mogelijk buiten. Na elf september had men kunnen hopen dat de VS opnieuw zou aanknopen bij internationale samenwerking en bij multilaterale afspraken waaraan alle landen zich moeten houden, maar het tegendeel is gebleken. Het unilateralisme is in de VS bijna een dogma geworden. Van Miert: De Duitsers hebben formeel nee gezegd. Ik heb Duitsland de jongste decennia zelden een zo fors standpunt tegen de Amerikanen weten innemen. Ook de Franse president Jacques Chirac verzet zich tegen een mogelijke Amerikaanse aanval. En in Engeland heerst er een grote controverse, ook binnen de Labourpartij. Tony Blair heeft de Amerikanen zijn steun toegezegd, maar daarover is intern het laatste woord niet gesproken. Ik heb de indruk dat de terughoudendheid in de EU veeleer toe- dan afneemt. Het gaat dan ook om een avontuur waarvan niemand weet waarop het precies zal uitdraaien, behalve dat het tot grote destabilisering in het Midden-Oosten zal leiden. In de VS zelf gaan overigens ook stemmen op die tot voorzichtigheid aansporen. Het is de kleine groep rond George Bush, met onder meer vice-president Dick Cheney en veiligheidsadviseur Condoleeza Rice, die steeds meer het beleid is gaan bepalen. Ten koste van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, die alleen mag proberen om wat te zalven bij de buitenwacht. De VS luistert nauwelijks nog naar zijn bondgenoten, en wordt meegesleurd door dat kleine clubje scherpslijpers die forse uitspraken doen, waarop ze nadien niet meer kunnen terugkomen zonder hun geloofwaardigheid te verliezen. Het mordicus ten val willen brengen van Saddam Hoessein is daar een voorbeeld van. Men heeft Saddam de jongste elf jaar redelijk onder controle gehouden, opgesloten in zijn eigen land. Is het nodig om dat nu plotseling te gaan veranderen? Ik hoop dat de EU als geheel daarin een hard standpunt zal vertolken. Van Miert: De NAVO heeft in Afghanistan al geen rol meer gespeeld. De Amerikanen doen het liever alleen, dan moeten ze bij hun beslissingen geen inspraak van anderen dulden. Vergeet niet dat buitenlandse politiek in de VS in de eerste plaats gevoerd wordt voor de eigen publieke opinie. Na 11 september is dat nog duidelijker geworden. Israël heeft op dit moment veel meer invloed op het Amerikaanse beleid dan de hele EU. Europa heeft tegen de VS niets in te brengen, omdat het militair nog minder voorstelt dan politiek. De EU heeft macht op twee terreinen: handel en concurrentiebeleid. Op de handelsconferentie in Doha (Qatar) is ze er wel in geslaagd Amerikaanse eisen te doen afzwakken of veranderen, omdat ze daar met één stem sprak. Op andere domeinen is dat veel minder het geval. Maar dat moet Europa zichzelf verwijten, niet de VS. Van Miert: Die kwestie illustreert perfect in welke situatie we zijn terechtgekomen. Als er dan al een internationale wet is, wil de VS niet dat die op haar van toepassing is. De Amerikanen hebben het ook moeilijk om beslissingen van de Wereldhandelsorganisatie te aanvaarden of uit te voeren. De wereld kent op dit ogenblik een dramatisch onevenwicht. Van Miert: Ik heb gemengde gevoelens over de uitbreiding. Ze is historisch gezien noodzakelijk en het is de beste veiligheids- en vredespolitiek die je in Europa kunt voeren, na de kunstmatige opdeling van na de Tweede Wereldoorlog. Ook economisch heeft ze zin. Het verleden heeft bewezen dat nieuwkomers als Spanje, Portugal en Ierland, waarover ook heel wat scepsis bestond, zich uiteindelijk goed geïntegreerd hebben in de Unie. Maar ik heb twijfels over de concrete aanpak van deze uitbreiding. Men heeft zich opgesloten in het keurslijf van een tijdschema, terwijl de kernvraag moet zijn of de nieuwe landen al dan niet voldoende voorbereid zijn. Je zult dus binnenkort een grote groep nieuwe lidstaten krijgen, zonder dat men de problemen die daarmee gepaard gaan onder controle heeft. Men vergeet dat er met Spanje zeven jaar is onderhandeld vooraleer er een akkoord was, en dat daarna een lange overgangsfase doorlopen is. Mijn grootste bezwaar is dat de EU haar eigen huis niet in orde heeft gebracht. Ik ga ervan uit dat de Conventie nuttig werk verricht en interessante voorstellen op tafel zal leggen, maar dan ben je nog nergens, want dan moeten de onderhandelingen tussen de vijftien regeringen nog beginnen. En van sommige weet men al dat ze veel meer gewonnen zijn voor intergouvernementele besluitvorming dan voor echte diepgaande integratie. Ik vrees dat de EU zichzelf aan het vastrijden is. Met de huidige institutionele structuur is de Unie absoluut niet bij machte om een uitbreiding te verwerken. Tenzij er een mirakel gebeurt, lopen we een zekere crisis tegemoet. Het is nu al bijna onmogelijk om met vijftien leden unanieme beslissingen te nemen, morgen zitten ze met vijfentwintig. Je merkt in deze fase maar al te goed dat de EU leiderschap ontbeert. Wie trekt de kar? Iedereen wil vooral zijn eigen nationale belangen verdedigen, alsof die niet verweven zouden zijn met die van de anderen en die van de Unie. Het gevaar is reëel dat de grote landen, die zich sowieso al meer willen onttrekken aan de gemeenschappelijke discipline, opnieuw een eigen koers gaan varen, al dan niet in naam van Europa. Frankrijk heeft die neiging van nature. En de Britten blijven zich dubbelzinnig opstellen. Economisch evolueren ze meer naar Europa toe door het feit dat ze tot de binnenmarkt behoren. Maar politiek blijft het Verenigd Koninkrijk een eiland dat tussen Amerika en Europa in ligt, en dat zich graag met de Amerikanen identificeert. Al mogen de Britten hun eigen gewicht niet overschatten, want voor de Amerikanen tellen ze nauwelijks meer mee dan de rest van Europa. Koen MeulenaereKarel Van Miert: 'Tenzij een mirakel gebeurt, gaat de EU een zekere crisis tegemoet.'