Mijnheer Vermeersch, de binnenlandse actualiteit is overheerst door de rel rond VLD-senator Jean-Marie Dedecker, die VTM-journalist Thomas Van Hemeledonck mee naar binnen nam in de cel van Marc Dutroux.

Etienne Vermeersch: Over het optreden van Dedecker kan weinig discussie zijn. Als je in een zo delicate kwestie de toelating krijgt om met twee mensen een gevangene te bezoeken, dan ben je ervoor verantwoordelijk dat dat effectief zo gebeurt. Neem je een derde mee, dan maak je een onvergeeflijke fout. Dat geldt eveneens voor de gevangenisdirecteur. Hij heeft een brief waarop duidelijk staat dat twee mensen binnen mochten, dan laat je geen derde toe.
...

Etienne Vermeersch: Over het optreden van Dedecker kan weinig discussie zijn. Als je in een zo delicate kwestie de toelating krijgt om met twee mensen een gevangene te bezoeken, dan ben je ervoor verantwoordelijk dat dat effectief zo gebeurt. Neem je een derde mee, dan maak je een onvergeeflijke fout. Dat geldt eveneens voor de gevangenisdirecteur. Hij heeft een brief waarop duidelijk staat dat twee mensen binnen mochten, dan laat je geen derde toe. Wat de verantwoordelijkheid van de pers aangaat, maak ik een onderscheid tussen de journalist en de redactie. Het principe lijkt aanvaard dat een journalist undercover mag gaan als hij daardoor maatschappelijk relevante informatie aan het licht kan brengen. Maar dat weet hij uiteraard pas nadien. Het was mogelijk dat Dutroux belangrijke zaken zou hebben bekendgemaakt over misdadige netwerken. Volgens mij valt de journalist in deze zaak niets te verwijten. Maar als hij merkt dat Dutroux niets nieuws heeft gezegd, is het van hemzelf of van zijn redactie verkeerd om toch met dat 'interview' uit te pakken. Een gemene schoft als Marc Dutroux geef je geen forum. Dat is bijzonder onkies tegenover ouders en familieleden van de slachtoffers, en al wie met hen meeleeft. Vermeersch: In tegenstelling tot sommige commentatoren ben ik het volkomen oneens met de motivering van de rechter. Zijn vonnis steunt in essentie op de wet van 8 december 1992 over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Maar die wet heeft betrekking op geïnformatiseerde verwerking van persoonsgegevens in bestanden. Dat staat nadrukkelijk in artikel 3. Ook de commissie die advies moet verstrekken in verband met deze wet bestaat uit personen die, ik citeer, 'volledig bevoegd zijn op het stuk van informaticasystemen'. De rechter baseert zich dus ten onrechte op deze wet bij zijn afweging om videobeelden al dan niet in overweging te nemen. Ik ben het ermee eens dat de vraag naar wat legitieme bewijsstukken zijn in een strafvordering van het hoogste belang is, maar men moet die vraag beantwoorden in een aparte wet. Vermeersch: Dat kan ook bij getuigenissen, talloze mensen zijn zo al onterecht veroordeeld. Het is aan de rechtbank om, eventueel met de hulp van experts, bewijsstukken op hun waarde te toetsen. Bij een videomontage kan zij bijvoorbeeld de oorspronkelijke rushes opvragen. Over beeldopnamen heeft de Commissie voor de bescherming vande persoonlijke levenssfeer in 1995 een uitspraak gedaan. Dat advies bevat waardevolle elementen maar heeft geen kracht van wet en steunt niet echt op de bovengenoemde wet van 8 december 1992, omdat het een te brede interpretatie geeft van het begrip 'bestand'. Voor bewijsmiddelen als beeldmateriaal is een verfijning van het Wetboek van Strafvordering dringend nodig. De rechter in de zaak Gaia-veehandelaars beseft, in tegenstelling tot de Adviescommissie, ook niet dat hij rekening moet houden met het proportionaliteitsbeginsel dat zegt: 'Het algemeen belang moet primeren op het recht van bescherming van de persoonlijke levenssfeer'. Als dit vonnis zou worden bevestigd, zal men het ooit beleven dat iemand toevallig op een openbare plaats een groepsverkrachting van een minderjarige filmt, en dat men dit bewijsmiddel nadien negeert omdat de daders 'in hun persoonlijke levenssfeer zijn gekrenkt'. Kan het absurder? Vermeersch: De discussie wordt soms ten onrechte gereduceerd tot een vraag over godsdienst of zedenleer. Ik denk niet dat iemand het vak godsdienst als zodanig betwist. En het zal u misschien verbazen, maar voor mij moet het vak godsdienst absoluut geherwaardeerd worden. Ik geef al enkele jaren les over het christendom. De basiskennis is bij ex-leerlingen van het vrij en het officieel onderwijs ongeveer even groot, dat wil zeggen nagenoeg nihil. Maar zoals gezegd, is die overweging secundair, er zijn belangrijkere problemen over de inhoud en de methodes van het onderwijs, al kan ik daar binnen het bestek van dit gesprek niet dieper op ingaan. Essentieel is dat de gelijke toegang tot waardevol onderwijs in rechte en in feite gerealiseerd wordt voor alle jongeren, ongeacht hun afkomst. De centrale vraag in de onderwijsdiscussie is hoe dat moet gebeuren. In Vlaanderen kan je dit debat niet voeren zonder rekening te houden met het bestaan van de netten, maar men moet proberen uit te gaan van basisprincipes die de Vlaamse situatie ontstijgen. In een moderne maatschappij moet een aanzienlijk deel van de begroting naar onderwijs gaan. De inhoud daarvan wordt op dit moment in hoofdzaak bepaald door de stand van de wetenschappen en de noden van de maatschappij. Die zijn voor alle leerlingen dezelfde. Ook de waarden die aan de jongeren worden meegegeven, zijn in grote lijnen gemeenschappelijk: we vinden ze in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.Vermeersch: Leg de schaarste van de middelen naast de eis om aan iedereen een volwaardig pakket van onderwijs en opvoeding mee te geven, en de evidente oplossing is een gemeenschappelijke structuur die door de overheid wordt betaald en gecontroleerd. Daarin kunnen nog varianten inzake opvoedingsprojecten zitten, en naargelang van hun levensbeschouwelijke opvattingen kunnen de ouders aanvullende vakken vragen, binnen of buiten de schooltijd. Men moet de discussie aanvatten vanuit de opvatting dat dit de ideale situatie zou zijn. Eens men dat als axioma aanvaardt, komt het erop aan om geleidelijk naar die ideale situatie toe te werken. Waarbij we in Vlaanderen wel rekening moeten houden met het historisch gegroeide bestaan van het katholieke net. Iedereen ziet in dat het ondoenbaar is om aan alle levensbeschouwelijke opvattingen staatssubsidie te geven voor een eigen schoolnet. Maar waarom zouden de katholieken wel hun eigen net mogen hebben en de moslims niet? Vermeersch: Ik las in een commentaar: hoe verklaart men dat zoveel ongelovige Vlamingen hun kinderen toch naar het katholiek onderwijs sturen? Ik draai die vraag liever om: hoe verklaart men dat de meerderheid van Vlamingen die toch in het katholieke net zijn opgevoed het geloof links laten liggen? Blijkbaar omdat, wat het geloof zelf betreft, die scholen grotendeels irrelevant geworden zijn. Het wezenlijk probleem is echter dat de vrije netten van hun onderwijzend personeel een zekere loyaliteit vragen ten aanzien van de godsdienst die er onderwezen wordt. Maar de vrijheid van geloofsovertuiging en opinie, en de vrijheid om die openlijk te belijden, zijn fundamentele mensenrechten. Die overstijgen alle andere overwegingen. Mensen moeten binnen om het even welk schoolnet de vrijheid hebben om voor hun eigen geloofsovertuiging uit te komen, ook als die afwijkt van die van de school. In Vlaanderen is het katholieke net bovendien zo dominant dat er geen reëel beroepsalternatief bestaat voor wie van levensbeschouwing verandert. Tot voor kort ging men zo ver dat leraars uit het katholieke net gebroodroofd werden als ze na een echtscheiding hertrouwden. Vanuit het standpunt van de mensenrechten is het onduldbaar dat mensen via overheidsgeld aan een bepaalde godsdienst worden gebonden. Geen enkele democratische partij kan zoiets goedkeuren. Het is overigens een illusie dat je nog een volledig schoolnet kan opbouwen met echt gelovig katholieke leerkrachten. En het moet toch voor elk opvoedingsproject verderfelijk zijn om leerkrachten te dwingen tot hypocrisie. Als je rekening houdt met het einddoel dat we moeten nastreven en met het respect voor wat historisch gegroeid is, denk ik dat de oplossing erin bestaat de scholen in alle netten te democratiseren. Met een inbreng in het bestuur van de ouders en de eventuele geloofsgemeenschap die traditioneel een bepaald net inricht, maar vooral met een meerderheidsinbreng van de leraars. Wie daar bang voor is, gelooft kennelijk niet dat zijn leerkrachten inderdaad achter het opvoedingsproject van de school staan. Vermeersch: Dat is een kwalijke zaak, waarin zowel het octrooibureau als het Europees parlement tekort zijn geschoten. Een octrooi is een negatief recht, dat anderen belet om de kennis die erdoor wordt beschermd te gebruiken. Enkele jaren geleden is in het Europees parlement het debat gevoerd: kan men een octrooi nemen op een gen? Principieel ben ik daar altijd tegen geweest. Volgens de algemeen aanvaarde principes wordt een octrooi gegeven op iets wat men uitvindt of maakt, niet op iets wat al bestond maar nu pas ontdekt is. Je kan geen octrooi nemen op een natuurgegeven. Het is duidelijk dat de genen van mensen, dieren en planten al bestonden vooraleer ze ontdekt of ontrafeld werden. Strikt genomen kan er dus geen octrooi op genomen worden. Alleen zijn er met biotechnologie gigantische bedragen gemoeid, en is er indertijd een intensieve lobbying opgezet om de Europese parlementsleden overstag te doen gaan. De truc die men heeft gevonden en die in de Europese regels is opgenomen is deze: men kan een gen niet octrooieren, tenzij het gaat om een gen dat geïsoleerd werd. Dat is pure hypocrisie met verregaande gevolgen die een paar jaar geleden misschien fictie leken, maar nu realiteit zijn. Maar ook met de huidige richtlijn kan men het BRCA1-octrooi betwisten. Men mag immers geen octrooi verlenen als daardoor de openbare orde in het gedrang komt. Dat is hier het geval. Want wat te maken heeft met genen van de mens, heeft bijna altijd te maken met de gezondheid. En in Europa behoort de gezondheidszorg tot de openbare orde. Vermeersch: Men moet dat argument nuanceren. De commerciële bedrijven maken intens gebruik van onderzoeksresultaten die anderen in een eerder stadium hebben geboekt. Zij zetten vaak slechts de laatste stap en willen daar als enigen winst uit halen. Ik ben niet tegen een financiële tegemoetkoming, maar het huidige systeem is, zeker in de biotechnologische sector, niet houdbaar. Bovendien is het in de medische wereld een traditie dat diagnosemethodes vrij toegankelijk zijn, in het belang van alle patiënten. Dat de onderzoeken naar dat borstkankergen enkel in de Verenigde Staten zouden mogen plaatsvinden, waardoor ze minstens drie keer duurder worden dan hier, is ethisch onaanvaardbaar. Het Europees octrooibureau had dit octrooi nooit mogen toekennen, en het Europees parlement had dit nooit mogelijk mogen maken. Je krijgt nu eens een mooi voorbeeld van tot wat ongecontroleerde globalisering kan leiden. Denk aan de ontwikkelingslanden die immense bedragen zullen moeten ophoesten. Op de duur zijn enkele grote firma's baas over de gezondheid en het leven van zowat de hele wereldbevolking. Het Europees parlement moet een manier zoeken om dit soort octrooien onmogelijk te maken, en intussen zou men er in Europa geen rekening mee mogen houden. Hopelijk leidt dit tot een ophefmakend proces en tot een bewustwording bij de publieke opinie. Koen MeulenaereEtienne Vermeersch is ethicus.Etienne Vermeersch: 'Het vak godsdienst moet absoluut geherwaardeerd worden.'