FRANS VERLEYEN
...

FRANS VERLEYEN SOMS IS VOLHARDING NODIG om een thema in de publieke aandacht te brengen. Het door CVP-minister Miet Smet aan enkele vakbonden toegekende statuut van ?bedrijf in moeilijkheden? is er zo een. Tot dusver liet men die zaak met rust, misschien omdat het vakantie was maar vooral omdat ze werd aangekaart door Alexandra Colen, een parlementslid van het Vlaams Blok. Want van zodra die partij een probleem aanraakt, is het bedorven en ongeschikt voor verder politiek gebruik. Een lid van de regering dat door iemand van het VB wordt aangevallen, mag zich gelukkig prijzen. Zelfs wanneer de kritiek juist is en een verantwoording nodig, kan de betrokken minister op beide oren blijven slapen. Dat deed dus ook mevrouw Smet. Ze beantwoordde een heldere, precies geformuleerde vraag van ?geacht lid? Colen met een nietszeggende smoes. Dus is nog altijd niet geweten welke bonden hoeveel belastinggeld of andere voordelen krijgen, en waarom. Miet Smet zei alleen dat haar maatregel gedekt wordt door een koninklijk besluit van 1992 dat de steun aan sukkelbedrijven regelt. Maar die dekking is er flagrant niet. Het KB bepaalt wat een onderneming in moeilijkheden is. Die moet, onder andere, blijkens twee jaarrekeningen en vóór belastingen een lopend verlies geboekt hebben dat haar ?immateriële en materiële vaste activa overschrijdt?. Kortom, ze moet aantonen dat ze min of meer aan de grond zit. In dit geval is dat onmogelijk. Vakbonden betalen geen belastingen, hebben geen BTW-nummer en hun bezittingen kunnen door de minister niet achterhaald worden. Ze hebben niet eens rechtspersoonlijkheid. Alexandra Colen is dan maar zelf op zoek gegaan naar een aantal gegevens in verband met het ACV waarin, zoals geweten, Miet Smet politiek opgroeide. Bij de socialistische en liberale bonden vond het Kamerlid alsnog geen informatie, maar ze vermoedt dat het ABVV dezelfde behandeling als het ACV geniet. Volgens de wet moet in het hier besproken geval de christelijke vakbond ?verlieslatend? zijn. Hij beschikt echter, zegt Colen in een nota, ?over enorm veel geld waarvan slechts enkelen weten waar het zich bevindt? grotendeels in allerlei moeilijk op te sporen ?fondsen? of verenigingen en vernuftig in elkaar gezette vennootschappen. Jaren geleden kostte één algemene, nationale stakingsdag het ACV zowat 350 miljoen frank en de organisatie liet toen zelf weten dat ze dat lange tijd kon volhouden. Hoe kan zij dan ?verlieslatend? zijn ? Jawel, hier en daar raakte een verbond (dat is een regionaal begrip) of centrale (dat woord slaat op een bedrijfstak) inderdaad in financiële moeilijkheden omdat steeds meer werklozen van de lijst werden geschrapt en zo hun stempelgeld kwijtraakten. Omdat in België de bonden een toelage krijgen voor elke werkloze steuntrekker hebben ze dus belang bij een zo hoog mogelijk aantal van die mensen. Wanneer het daalt, lijden ze verlies. Over het absurde van die toestand is al langer dan vandaag geklaagd, maar in het licht van dit verhaal wordt de bijsmaak wrang. Behalve de bedrijfstak textiel heeft niet een of andere in nood verkerende afdeling op eigen houtje geprobeerd aan het begeerde ?statuut? te komen. ACV-voorzitter Willy Peirens stelde de vraag namelijk zelf aan Miet Smet, namens zijn hele beweging. De wapenzuster zorgde dan uiteraard voor een gunstige oplossing waarvan de omvang echter in het duister blijft omdat zij die parlementaire aangelegenheid als stemmingmakerij beschouwt en dus geen verdere uitleg gaf. Wel weten we bijvoorbeeld dat, dankzij de regeling, het ACV-Verbond Limburg onlangs vijftien mensen van rond de vijftig zonder financiële kopzorgen kon ontslaan. Die voor de bond aangename besparing was, volgens Colen, goed voorbereid. Enkele vooraf aangeduide afdelingen lieten zich met opzet in de rode cijfers glijden (door overtallig personeel in dienst te nemen en dure aankopen te doen) zodat voorzitter Peirens met zijn verzoek tot hulpverlening maar nu voor de onderneming in haar geheel naar de regering kon trekken. Het Limburgse verbond, overigens het grootste in België, beweerde een verlies van tachtig miljoen te hebben geleden, waarvan de helft wegens de daling van haar klantenbestand in de werkloosheid. De andere veertig miljoen zou te wijten zijn aan onbezonnen investeringen in de wondere wereld van de computer. Nog volgens dat fameuze KB van 1992, door de regering ingeroepen om syndicale milieus rechtstreeks en zwaar over de schreef van de wettelijkheid te steunen, moet elk bedrijf waarvan de moeilijkheden door de overheid worden erkend een herstructureringsplan voorleggen. Aangezien de ondertussen ingewilligde vraag naar die erkenning collectief op het hele ACV-apparaat van toepassing is, mogen een aantal voor brugpensioen vatbare personeelsleden de vrees koesteren dat zij weldra van Brussel uit hun ontslagbrief krijgen. Tenzij minister Smet haar ACV-partner gewoon van die plicht tot her-planning van ?de onderneming? (!) ontlast heeft. Als de hele operatie dan toch een farce is, hoeft de willekeur zich in deze affaire aan geen enkele grens te storen. ZE KAN MISSCHIEN ZELFS UITDRAAIEN in het voordeel van andere, gewone dochterbedrijven met een rijke moeder. Daar trekken de bonden gewoonlijk en terecht van leer tegen holdings die goed bij kas zijn maar een op de dool geraakt filiaal niet willen helpen. Welnu, dit is wat alvast bij het ACV gebeurt. Alexandra Colen ontwaart een gelijkenis met het boek Animal Farm van George Orwell. De zwijnen die zich in die satire opwerpen als verdedigers van de ongelukkige dieren op het neerhof gedragen zich tenslotte zoals de hardvochtige boer zelf. Hopelijk reageren de hier genoemde verantwoordelijken met de opmerking dat het allemaal slechts om een ?rechtse? aanval op de eerbiedwaardige sociale en syndicale strijd gaat. Die repliek gebruiken ze altijd, vaak met oppervlakkig succes. In dit geval zou ze echter stof kunnen bieden voor een boeiend en noodzakelijk debat over de ware rol van syndicale machthebbers in de wereld van nu. En over het feit dat het bestaan zelf van het Blok, een gedroomd alibi voor regeerders die bedrog plegen maar daar slechts door een bij voorbaat verdachte oppositie worden op aangesproken, voor de Vlaamse en Belgische politiek bepaald geen zegen is.