Politieke satire op de Amerikaanse schoolbanken: Alexander Payne scoort met de subversieve high schoolkomedie “Election”.

De tiener high schoolkomedie is in Hollywood bijna een genre apart, met zoals in elk genre zijn vaste regels, stereotypes en rituelen. De personages zijn sterk gepolariseerd: insiders en outsiders. Enerzijds de blonde krengen en domme atleten en anderzijds de sukkelaars die er niet bijhoren (en door de eerste groep voortdurend worden vernederd): watjes, nerds, joden, lelijke eendjes, softies. Favoriete decors zijn minder de klas dan de cafetaria, de locker room en de parkeerplaats (waar de sociale status onverbloemd kan geëtaleerd worden). De climax is niet het bekendmaken van de examencijfers, maar het grote schoolfeest – het ultieme ritueel van vernedering of triomf.

Alhoewel het genre meestal platvloers of hooguit voorgekauwd amusement biedt, houdt het de Amerikaanse samenleving toch ook een spiegel voor. In de tienerwereld van het huidige Hollywood is de vijand niet langer de autoriteit (leraars spelen slechts een ondergeschikte rol, ouders zijn afwezig of houden zich afzijdig): de vijand is de andere tiener en het sociale systeem dat ze elkaar opdringen.

In een verhelderende beschouwing over het genre in The New Yorker wees David Denby ook op de rancuneuze ondertoon in films als Disturbing Behavior, She’s All That, Ten Things I Hate About You, Never Been Kissed. Steevast zijn de Amerikaanse middelbare scholen giftige systemen waar status en snobisme heersen en iedereen die niet aan het juiste profiel beantwoordt, zonder pardon uitgesloten wordt. Alhoewel deze frivole films zeker niet kritisch zijn bedoeld, zouden de tienerkomedies onbewust toch de sociale trauma’s laten zien die tot tragedies leiden zoals de schietpartij in Littleton.

Op enkele uitzonderingen na – en zelfs één meesterwerk, Carrie (1976) van Brian De Palma, niet toevallig een regelrecht drama in plaats van een komedie, gemaakt voordat het genre in zwang raakte – kent de high schoolfilm weinig hoogvliegers.

De nieuwe film Election is zo scherpzinnig en superieur aan alles wat recentelijk in het genre gepresteerd werd, dat je aarzelt om hem in die categorie onder te brengen.

De achtendertigjarige regisseur Alexander Payne gebruikt de conventies van de high schoolkomedie om er een vernuftige satire mee op te bouwen over Amerikaanse zeden en politiek. Het toneel van deze MTV-productie (gelukkig niet gesneden in de flitsende MTV-stijl) is de George Washington Carver High School in het grijze Omaha, Nebraska, waar de nieuwe voorzitter van de studentenraad moet worden verkozen.

Reese Witherspoon is de ultra-ambitieuze Tracy Flick die haar zinnen heeft gezet op het voorzitterschap. De golden girl lijkt onoverwinnelijk: ze weet hoe te lachen voor de camera; om stemmen te winnnen bakt ze cake voor haar kiezerskorps; ze houdt stichtende redevoeringen; haar prestatiedrang en wilskracht zijn ontstuitbaar. Ofschoon ze helemaal niet zo onschuldig is als ze eruit ziet, weet ze er toch voor te zorgen dat een oud seksschandaal haar briljante carrière niet in de weg zit.

De enige die haar van haar voetstuk kan slaan, is de loyale leraar Mr. McAllister (Matthew Broderick). De man is de eerlijkheid zelve maar ontwikkelt een groeiende weerstand tegen het blonde wicht met een te grote eigendunk, altijd de eerste in de klas om de hand op te steken als de leraar vraagt het verschil uit te leggen tussen ethiek en moraal. De gelukkig getrouwde leerkracht is ook nog niet vergeten dat een collega van hem, die verliefd werd op Tracy, door de affaire zijn leven verwoest zag.

McAllister moedigt een zachtaardige, wat domme voetballer aan om zich ook kandidaat te stellen. Vervolgens gooit ook de lesbische zus van de atleet zich in de strijd en scoort met haar nihilistisch programma.

De verkiezingsslag op de schoolbank offreert in het klein alle demagogie en intriges van een presidentiële campagne – inclusief smerige streken, laster, chantage, vandalisme en sabotage. En zoals het zeker de huidige Amerikaanse politiek betaamt, draait een en ander rond de hyprocriete omgang met seks.

Deze clevere, vriendelijk subversieve film is de perfecte medicijn voor het post Monica Lewinsky-Amerika. Het is in ons land ook de eerste kennismaking met een nieuw talent – Paynes debuut Citizen Ruth, uit 1996, haalde in België de bioscoop niet.

Wilde u voor de verandering eens een high schoolkomedie maken die niet dom is?

Alexander Payne: Ik vind het jammer dat Election met dit genre geassocieerd wordt. Voor mij is het geen high schoolkomedie, wel een film die zich toevallig op een middelbare school afspeelt.

Maar onvermijdelijk speelt u met een aantal stereotypes, die u trouwens ondermijnt.

Payne: Zo hoop ik toch, maar zelf heb ik niet zoveel high schoolfilms gezien. Het vertrekpunt was een roman van Tom Perrotta, die ik trouwens lang naast me neerlegde precies omdat het verhaal zich op een middelbare school afspeelde. Maar de producer bleef maar aandringen: vergeet de high school, lees het boek. Toen ik dat dan eindelijk deed, was ik meteen gewonnen. Het leek me een leuk idee om in zo’n banaal wereldje zulke intense drama’s op te voeren over ongelukkige mensen die ongelukkige dingen in hun leven doen. Ook de multiple voice over-structuur was interessant – de film wordt verteld vanuit het standpunt van vier betrokkenen.

Oorspronkelijk speelde de roman aan de Oostkust, in New Jersey. Ik wilde het verhaal situeren in een milieu dat ik ken en begrijp en verplaatste de handeling naar mijn geboortestadje Omaha in Nebraska.

Election toont ook hoe op kleine schaal, in schoolverband, aan politiek wordt gedaan. Hoe geïnteresseerd was u in de politieke dimensie?

Payne: Voor ik met mijn co-scenarist Jim Taylor aan de filmbewerking begon, stelden we ons de vraag: wordt de school echt een microkosmos van de grote politiek? We besloten algauw om de mogelijke referenties wat aan het toeval over te laten. We waren meer geïnteresseerd in de mensen, waarom ze zus of zo handelen. En op een vrij karikaturale manier, kun je in de high schoolstudenten politieke archetypes herkennen.

Zo gedraagt Tracy Flick zich als Richard Nixon: ze is iemand die hunkert naar de onpersoonlijke liefde van de massa, maar die niet één echte vriend heeft. Paul Metzler is zoals Ronald Reagan: groot en dom, een charismatische geluksvogel zonder enig idee in zijn lege hoofd. Voor de romanschrijver stond Ross Perot, de ultieme populist, model voor de derde kandidate. Maar wij namen dat allemaal niet zo serieus.

Het is best mogelijk om allerlei politieke standpunten en tegenstellingen in onze film te projecteren, maar toen wij de film schreven, probeerden we vooral de absurde en ridicule kantjes van het menselijk gedrag te tonen.

Zowel Citizen Ruth als Election gaan over mensen die worstelen met psychologische problemen en er vurig van overtuigd zijn dat ze weten wat goed is voor hun medemensen, terwijl ze in feite lastposten zijn die veel leed veroorzaken. Ik heb een hekel aan mensen die overtuigd zijn van hun eigen goedheid. Het krioelt ervan in Amerika.

Was het moeilijk om de toon juist te krijgen? Die is lichtjes spottend maar nooit vierkant karikaturaal.

Payne: Voor mij was dat geen probleem omdat het gewoon mijn gevoel voor humor weerspiegelt: gortdroge humor; je lacht maar laat het niet blijken. Dat is mijn temperament. Soms moest ik vechten tegen mijn decorbouwer, kostuumontwerper of cutter omdat ze iets te grappig wilden maken. Vertrouw het script, zei ik altijd, probeer het nooit aan te dikken. Vooral Reese Witherspoon had makkelijk een cartoon kunnen worden. Soms is ze het bijna, maar net niet helemaal. Het is een kwestie van het vinden van de juiste mix.

Naar welke regisseurs van komedies kijkt u op? Uw films werden vergeleken met Preston Sturges.

Payne: Jim en ik zijn gek op de vroege Tsjechische komedies van Milos Forman, zoals Het bal van de pompiers en Liefde van een blondje. Die liefdevolle, medeplichtige observatie van hoe pathetisch mensen kunnen zijn, daar houden we van.

Ik weet dat sommigen mijn films vergelijken met Preston Sturges, wat eigenaardig is want ik ben niet erg vertrouwd met zijn werk. Ik weet alleen dat het heerlijk excentrieke komedies zijn. Soms valt ook de naam van Billy Wilder. Wat een eer! Dat ga ik zeker niet tegenspreken.

Dacht u bij het kiezen van uw acteurs aan hun filmverleden? Bijvoorbeeld dat Matthew Broderick, nu te zien als lijdzame leraar, in de brat packkomedie Ferris Bueller’s Day Off (1986) een kampioen in het spijbelen speelde?

Payne: Weet je, ik heb die film nooit gezien. Ik vind Matthew een prima acteur, vond dat die rol in Election wat brak met zijn imago van nette jongen. Het was ook een praktische keuze: de studio was bereid de film te financieren met Matthew en Reese in de hoofdrollen.

Wat wilde u bereiken op het puur visuele, cinematografische vlak?

Payne: Ik wilde een film maken die snel vooruit gaat (knipt met de vingers). Ik heb veel naar Casino gekeken, een film die een geweldig ritme heeft en waar je voortdurend van de ene verteller naar de andere springt. Puur visueel gezien wilde ik de banaliteit van die scholen treffen: het harde licht van de TL-buizen, de lokalen zonder ramen die eruit zien als een gevangenis of een fabriek. Een gevangenis dan waarin de leraar opgesloten zit en de studenten aan de touwtjes trekken. Een omgeving die precies interessant is door haar karakterloosheid en eentonigheid.

In een latere fase was het leuk om gebruik te maken van allerlei ouderwetse optische effecten: het beeld dat als een gordijn wegtrekt en het volgende beeld onthult, de split screen-effecten, de bevroren beelden waarin de acteur er erbarmelijk uitziet. Als je in een tijdperk van high tech iets low tech maakt, voelt het als nieuw aan. Dat heeft zeker zijn charmes.

U bent afgestudeerd aan de filmafdeling van de universiteit van Los Angeles.

Payne: Van 1985 tot 1990 studeerde ik aan UCLA. Geen enkele filmschool voert je naar Hollywood. Als je alle filmscholen ter wereld op een rijtje zet, zal je zien dat heel weinig afgestudeerden het ook daadwerkelijk tot filmregisseur schoppen. Mij is het wel gelukt, maar ik heb jaren moeten knokken. Als eindexamen maakte ik een film van een uur lang, The Passion of Martin, gebaseerd op een Argentijnse roman over een fotograaf en zijn obsederende liefde voor een vrouw. Die film was mijn visitekaartje dat ik kon voorleggen om mijn eerste lange film te financieren.

In uw eerste film, Citizen Ruth, sneed u meteen een controversieel onderwerp aan: abortus.

Payne:Citizen Ruth is gebaseerd op een krantenverhaal. De film is heel kritisch zoveel voor links als rechts, alhoewel je voor- en tegenstanders van abortus misschien niet op die manier mag opsplitsen. De film toont hoe er in beide kampen fanatici zijn, die meer geïnteresseerd zijn in hun eigen agenda dan in de mensen die ze zogezegd willen helpen. De feministen die opkomen voor het recht op zwangerschapsonderbreking vonden de film een mislukking omdat ik niet stond te roepen dat iedereen recht heeft op abortus. Mijn film gaat precies over de politieke exploitatie van die kwestie. Het is een absurde, zwarte komedie die veel schematischer is dan Election.

Laura Dern speelt een verslaafde vrouw die zwanger wordt. Zowel de recht-op-leven- als de pro-abortusbrigade proberen haar voor hun kar te spannen, terwijl zij alleen maar geld en drugs wil.

Hoe moeilijk was het om in politiek correct Amerika zo’n film te maken?

Payne: Het duurde jaren om die film te financieren. Maar eenmaal dat de film gemaakt werd, voelde ik weinig tegenstand. Alleen werd het geen succes, wat nogmaals bewijst hoe moeilijk het is om vandaag schandaal te schoppen met een film. Het probleem is dat we het allemaal al wel gezien hebben. Iedereen kan thuis kiezen tussen zestig tv-kanalen, elke week komen vijfentwintig films in de bioscoop. Het is moeilijk om nu nog de aandacht te trekken, zoals films als La Dolce Vita, Viridiana, A Clockwork Orange of The Last Temptation of Christ dat konden. Het is jammer om te moeten vaststellen dat niemand nog maalt om cinema. Door de vermenigvuldiging van de beelden, heeft film aan kracht ingeboet. Mensen weten niet waar eerst kijken.

Soms vraag ik af voor wie ik nog films hoef te maken? Gelukkig zie ik heel af en toe een film die me eraan herinnert waarom ik zo van dit medium hou. Dan is het leven prachtig.

Uw eerste twee films zijn erg kleinschalig en bescheiden. Bent u ook geïnteresseerd in het maken van films die visueel ambitieuzer zijn?

Payne: Dat hangt er van af. Ik bewonder Scorsese en Kurosawa, maar ook Bunuel. Neem nu Cet obscur objet du désir, een film die zeer eenvoudig is gemaakt. In zijn opeenvolging van shots kan je bijna niet eenvoudiger: een man wandelt naar het raam, kijkt naar buiten, je krijgt een shot van wat hij op straat ziet, hij keert terug naar zijn stoel. Zo simpel dat het bijna primitief lijkt. Maar zoiets maken is moeilijker dan Heat of The Thomas Crown Affair, waarvan je voortdurend de compositie van de shots en de finesses van de montage bewondert. Maar ook Cet Obscur objet is in al zijn eenvoud een zeer gesofistikeerde film. Je merkt het alleen niet.

Ik hoop dat elke film die ik maak een stap vooruit is in mijn beheersing van de filmtaal, maar ik hoop ook dat de stijl aangepast is aan het onderwerp en verhaal. Ik kan niet zeggen hoe mijn volgende films er zullen uitzien. Het proces is instinctief.

Ik denk echt dat Citizen Ruth en Election mineurfilms zijn, ze zijn oké voor waar ik nu sta, maar misschien maak ik op mijn vijftigste of zestigste wel een écht goede film. Misschien ook niet, wie kan het iets schelen? Films maken is een leuk tijdverdrijf. Daar gaat het toch om.

Patrick Duynslaegher

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content