EIND 1953, net voor Kerstmis, kwamen de ceo's van de grootste Amerikaanse tabaksfabrikanten bijeen om samen met John Hill, de baas van pr-bedrijf Hill & Knowlton, een noodplan op de sporen te zetten. In die jaren verschenen de eerste studies die een onweerlegbaar verband aantonen tussen roken en kanker. Ze sloegen in als een bom - journalisten voorspelden het spoedige einde van de tabaksindustrie. Maar, zo schreef econoom Tim Harford een paar weken geleden in de Financial Times, dat was buiten John Hill gerekend. Hij legde de basis van wat in academische middens 'cultureel geïnduceerde onwetendheid' wordt genoemd - de studie van dat fenomeen, de 'agnotologie', startte in de jaren negentig. Hills plan? Betaal wetenschappers om solide onderzoek te ondergraven - longkanker heeft toch zeker ook andere oorzaken dan roken. Geef fabelachtige sommen uit aan wetenschappelijk onderzoek over andere ziektes, om de aandacht...

EIND 1953, net voor Kerstmis, kwamen de ceo's van de grootste Amerikaanse tabaksfabrikanten bijeen om samen met John Hill, de baas van pr-bedrijf Hill & Knowlton, een noodplan op de sporen te zetten. In die jaren verschenen de eerste studies die een onweerlegbaar verband aantonen tussen roken en kanker. Ze sloegen in als een bom - journalisten voorspelden het spoedige einde van de tabaksindustrie. Maar, zo schreef econoom Tim Harford een paar weken geleden in de Financial Times, dat was buiten John Hill gerekend. Hij legde de basis van wat in academische middens 'cultureel geïnduceerde onwetendheid' wordt genoemd - de studie van dat fenomeen, de 'agnotologie', startte in de jaren negentig. Hills plan? Betaal wetenschappers om solide onderzoek te ondergraven - longkanker heeft toch zeker ook andere oorzaken dan roken. Geef fabelachtige sommen uit aan wetenschappelijk onderzoek over andere ziektes, om de aandacht af te leiden - hartfalen, depressies, tandbederf: het kan allemaal. En reken erop dat de aandacht van het publiek uiteindelijk verslapt: toch niet wéér een verhaal over teer en nicotine? Vandaag stelt de tabaksindustrie het goed. De leugenfabriek nog beter. VERDEROP IN DIT BLAD kunt u het interview met Donald Trump lezen dat het Amerikaanse weekblad Time vorige week publiceerde. Het was expliciet de bedoeling om het met de koning van de onwetendheid - cultureel geïnduceerd en anderszins - over zijn bijzondere omgang met waarheid en leugens te hebben, maar dat viel niet mee. Niet alleen verzandt de Amerikaanse president voortdurend in warrig taalgebruik, hij herhaalt niet zelden zijn leugens, ook al zijn die al lang weerlegd. Soms voegt hij er gewoon nieuwe aan het rijtje toe. Knack heeft voor u de factcheck meteen bij het interview gezet. HET LIJDT WEINIG TWIJFEL dat het interview een voorbeeldige illustratie zal blijven van deze fakenewstijden. De jaren waarin de leider van het vrije Westen het verwijt van desinformatie rücksichtslos terugkaatst, waarin journalisten van The New York Times de huid vol wordt gescholden, waarin de kreet 'alternatieve feiten' al een cliché is geworden. En vooral: tijden waarin de waarheid niet zo krachtig blijkt. Liegen duurt het langst; feiten zijn van ondergeschikt belang. Of, zoals de president het zelf zegt: 'Ik heb de neiging gelijk te hebben. Ik ben een instinctieve persoon, ik ben nu eenmaal iemand die weet hoe het leven in elkaar zit.' Neigingen en instincten winnen het van het verstand: ziehier een recept voor uitstekende verkiezingsuitslagen. 'HET LAND GELOOFT ME', voegt Trump er in het interview nog aan toe: 'Twee avonden geleden ging ik spreken in Kentucky, in een basketbalstadion voor 25.000 mensen. Er was geen stoel meer vrij, ze hebben mensen moeten weigeren. Vier nachten geleden was ik in Tennessee. Weer voor een vol huis, ze hebben duizenden mensen moeten weigeren.' Hij is dan misschien niet de meest populaire of efficiënte president uit de Amerikaanse geschiedenis - met het inreisverbod of de vervanging van Obamacare loopt het allemaal niet zo vlot - maar hij is dankzij massale steun van het Amerikaanse volk wel president kunnen worden. Feit is, in deze postfeitelijke mediatijd, dat Trump goed begrepen heeft dat het niet draait om feiten, maar om framing. Niet om waarheid, maar om verhalen. Duizenden factchecks kunnen niet op tegen een verhaal dat mensen midscheeps raakt, in de onderbuik - en dat verhaal bleek Trump in november 2016 wel degelijk te hebben. Feitenkennis is iets voor nerds, of nog erger: ze is een deel van de polarisering. Zorgvuldig uitgekozen cijfers en feiten worden retorisch ingezet, als wapen voor één ideologische boodschap. Tim Harford verwijst naar een studie die aantoont hoe mensen er de feiten uitpikken die in hun verhaal passen en de rest negeren of belachelijk maken. Hoe fanatieker ze zijn, hoe selectiever de feiten en statistieken die ze vanbuiten hebben geleerd. FACTCHECKS blijven cruciaal als ze ingezet worden waarvoor ze bedoeld zijn: om feiten te checken. Maar ze zullen nooit de gloed van de overtuiging, de drive van het ressentiment of de kracht van een droom kunnen overtreffen. 'Feiten moeten in een verhaal worden geplaatst', zegt politiek filosoof Luuk van Middelaar. Het is gevaarlijk om het verlies van Democraten af te schuiven op de aantrekkingskracht van fake news. Het Time-interview met Trump is niet alleen een dieptepunt van leugenachtigheid. Het bewijst ook dat we er met feiten alleen niet zullen komen. BERT BULTINCK is hoofdredacteur van Knack.Duizenden factchecks kunnen niet op tegen een verhaal dat mensen midscheeps raakt, in de onderbuik.