Het gemeentebestuur van Vilvoorde kreeg enkele weken geleden heel Franstalig België en een deel van Vlaanderen over zich heen. De regenboogcoalitie aldaar had het namelijk aangedurfd om aan de verkoop van vijftien sociale woningen de voorwaarde te koppelen dat de nieuwe eigenaars een taaltest Nederlands moeten doorstaan. Na de heisa over de Vlaamse wooncode voor huurwoningen, was dat voor de Franstalige politieke partijen een nieuwe provocatie van Vlaamse kant. OCMW-voorzitter Hans Bonte (SP.A), die de beslissing mee goedkeurde, kreeg niet alleen het verwijt uit progressieve hoek dat hij zich had laten meeslepen door het Vlaams-extremisme, hij moest in de kranten ook nog eens slikken hoe zijn bloedeigen broer hem de mantel uitveegde.
...

Het gemeentebestuur van Vilvoorde kreeg enkele weken geleden heel Franstalig België en een deel van Vlaanderen over zich heen. De regenboogcoalitie aldaar had het namelijk aangedurfd om aan de verkoop van vijftien sociale woningen de voorwaarde te koppelen dat de nieuwe eigenaars een taaltest Nederlands moeten doorstaan. Na de heisa over de Vlaamse wooncode voor huurwoningen, was dat voor de Franstalige politieke partijen een nieuwe provocatie van Vlaamse kant. OCMW-voorzitter Hans Bonte (SP.A), die de beslissing mee goedkeurde, kreeg niet alleen het verwijt uit progressieve hoek dat hij zich had laten meeslepen door het Vlaams-extremisme, hij moest in de kranten ook nog eens slikken hoe zijn bloedeigen broer hem de mantel uitveegde. 'Toen de socialehuisvestingsmaatschappij besliste om vijftien oude arbeiderswoningen te verkopen hadden we twee mogelijk-heden', start Bonte zijn verdediging. 'Ofwel organiseerden we een openbare verkoop, ofwel brachten we de woningen op de markt tegen onze eigen voorwaarden. In het eerste geval was de kans heel groot dat de huizen zouden worden opgekocht door speculanten die ze eerst voor woekerprijzen zouden verhuren om ze vervolgens met winst te verkopen. Daarom hebben we dus een reglement opgesteld waarin de kandidaat-koper iemand met een laag inkomen moet zijn, die een duurzame band met Vilvoorde heeft, minstens tien jaar in het huis zal wonen én een elementaire kennis van het Nederlands kan bewijzen. In ruil daarvoor krijgt hij een cadeau, want de huizen worden een flink stuk onder hun marktprijs verkocht. Het is dus een beloning voor diegenen die de voorbije jaren al een inspanning hebben geleverd om Nederlands te leren. Maar bovenal moet het een stimulans zijn voor diegenen die dat nog niet hebben gedaan.' Door de nabijheid van Brussel is Vilvoorde altijd al een aantrekkingspool voor nieuwkomers geweest. Maar er is meer. Demografisch onderzoek heeft uitgewezen dat de oude industriële assen vanuit Brussel richting Antwerpen en Charleroi extra aantrekkelijk zijn voor mensen met een laag inkomen die het beu zijn om in de hoofdstad te wonen. De belangrijkste bruggenhoofden op die assen zijn de iets grotere steden, respectievelijk Vilvoorde en Halle. De Vilvoordse arbeiderswijken zijn restanten uit de tijd dat de stad nog helemaal uit industrie was opgetrokken. De oude nijverheid is stelselmatig verdwenen en vervangen door activiteiten in de tertiaire en quartaire sector, maar de huizen zijn gebleven. Voor mensen uit de lagere inkomensklasse zijn ze iets aantrekkelijker dan de duurdere arbeiderswoningen in Brussel. Bovendien kunnen ze in Vilvoorde genieten van iets meer rust en ruimte. 'We worden meer en meer geconfronteerd met Brusselse gezinnen op de vlucht voor de onveiligheid en de onleefbaarheid in een aantal Brusselse wijken', zegt Bonte. 'Hetzelfde verhaal bij ons in Halle', bevestigt burgemeester Dirk Pieters (CD&V). 'Net zoals Vilvoorde zijn wij niet de randgemeente waar de rijke Brusselaars, zoals de eurocraten, zich komen vestigen. De nieuwkomers in Halle zoeken hun toevlucht niet in nieuwe koopwoningen, maar wel op de huurmarkt.' 'Vilvoorde beschikt vanouds over een uitgebreid netwerk van sociale huurwoningen', vervolledigt Bonte. Voor Vlaamse gemeenten in de Rand is de Vlaamse wooncode, die de huurders aanzet om Nederlands te leren, een uitstekend instrument om de integratie te bevorderen. 'Maar als ik de Waalse minister-president Rudy Demotte (PS) nu trots hoor verkondigen dat hij extra geld uittrekt voor de gemeenten om anderstaligen in hun eigen taal te kunnen ontvangen, dan voel ik me wel verplicht om te antwoorden dat de Vlaamse gemeenten met een integratiebeleid dat ook al jaren doen. Het is niet zo dat wie zich voor het eerst aanmeldt maar geen Nederlands spreekt, wordt genegeerd. Voor mensen die zich niet kunnen uitdrukken, stellen wij sociale tolken ter beschikking in het Russisch, het Frans, het Arabisch, het Pools of noem maar op. Binnenkort starten we zelfs met sociale bemiddelaars die kunnen optreden als er misverstanden of onenigheden ontstaan tussen mensen die elkaars taal niet begrijpen. Onze beslissing om die sociale woningen te verkopen aan mensen die Nederlands kennen, staat dus niet op zich. Je mag er geen bewijs in zien dat het integratiebeleid is mislukt. 1000 van de 38.000 Vilvoordenaars volgen Nederlandse les. Maar het blijft een permanente uitdaging om de mensen die het niet doen te overtuigen.' Waarom wil een gemeente zo graag dat al haar inwoners Nederlands spreken? Volgens het FDF is de beslissing 'een aanslag op de vrijheid van verkeer en vestiging die gegarandeerd wordt in de Europese verdragen'. 'Vilvoorde heeft een nieuwe stap gezet in het discriminerende beleid van de Vlaamse publieke autoriteiten', voegde voorzitter Olivier Maingain er nog aan toe. De harde bewoordingen verrassen allerminst, maar komen wel opmerkelijk laat. Het reglement van de verkoop van de woningen werd namelijk al goedgekeurd in de gemeenteraad in april. De twee FDF'ers stemden weliswaar tegen maar voor de rest werd daar geen ruchtbaarheid aan gegeven. Het was pas toen het nieuws op nationaal niveau bekend raakte, dat de Franstalige partijen zich roerden. Ook de PS veroordeelde de beslissing in niet mis te verstane bewoordingen, maar de partij ging daamee wel voorbij aan de mening van haar eigen raadslid in Vilvoorde, dat zich bij de stemming had onthouden. Marie-Claire Van Immelen maakt zogezegd deel uit van de FDF-fractie, maar dat heeft enkel te maken met de verkiezingen in 2006 toen beide partijen samen een lijst vormden. 'Ik heb geen contact meer met mijn collega's van het FDF. Het enige agendapunt dat ze hebben, is Frans spreken in de gemeenteraad. Maar het klopt dat ook mijn partij de beslissing over de koopwoningen zwaar onder vuur genomen heeft. Ik vind dat jammer. Alleen wie de situatie hier niet kent, kan geen begrip opbrengen voor dergelijke beslissingen. Ik ben er immers niet tegen dat mensen zich aanpassen aan de taal van de gemeente waarin ze wonen. Alle administratieve communicatie gebeurt in het Nederlands. Hoe kan iemand die de taal niet begrijpt hier dan blijven wonen? Ik heb andere Franstaligen al dikwijls geholpen in hun contacten met de gemeentediensten. Maar ik kan dat niet eeuwig blijven doen. Ze zullen zich toch moeten aanpassen.' Aan Vlaamse zijde haalde ook Groen!-voorzitster Mieke Vogels hard uit naar haar eigen partijleden die in Vilvoorde een dergelijke beslissing hadden goedgekeurd. Het gemeenschappelijke antwoord van alle groene schepenen uit de regio die zich wel konden vinden in de taaltest kwam er binnen het halfuur. 'De beslissing wordt nu afgedaan als een brug te ver in het communautaire opbod en ik weet ook wel dat bepaalde partijen een andere agenda hebben dan die van mij, maar ik heb alleen de integratie en de emancipatie van bepaalde groepen voor ogen', zegt Bonte. 'Het is al zover gekomen dat we door de aanslepende communautaire hetze op het nationale niveau geen beslissingen meer kunnen nemen op lokaal vlak. Het politieke immobilisme van de Wetstraat dreigt over te slaan naar de Dorpstraat.' In de Far West, de Vilvoordse wijk waar twee van de koopwoningen liggen, staat een vrouw van middelbare leeftijd op haar labrador te wachten in het ruimbemeten hondenpark. Ze is Franstalig, vertelt ze in voortreffelijk Nederlands. Ze heeft ervan gehoord, van die taaltest voor sociale koopwoningen. 'Ik vind het discriminatie, zelfs racisme. Als we hier niet meer gewenst zijn, dan vertrekken we.' Het zou haar pijn doen, want ondanks de kleine arbeiderswoningen is de 'achtergestelde buurt' Far West aantrekkelijk om te wonen. Het Maurits Duchéhof, de straat met eenrichtingsverkeer waar de twee woningen zich bevinden, ligt rondom een groot park waar blanke, zwarte en Noord-Afrikaanse jongens een wedstrijdje aan het spelen zijn. De vakantie is net begonnen. Het grasveld pas gemaaid. Heerlijk voetbalweertje. Het staat 'acht-sept' en dat is volgens de begeleider van de jeugddienst de juiste weergave van de realiteit. 'Sommigen van die gasten zijn Franstalig, anderen Nederlandstalig. Maar allemaal beheersen ze beide talen uitstekend.' 'Eigenlijk heb ik hier nog nooit iets voorgehad', vertelt de vrouw met de hond. Ik woon hier al zestien jaar. Een hele tijd geleden heb ik een cursus Nederlands gevolgd. Dat vind ik logisch als je hier komt wonen. Maar in mijn dagelijkse omgeving spreek ik enkel Frans.' Logisch, aangezien een groot deel van haar buren Franstalig is en de anderen automatisch overschakelen op Frans als ze horen dat zij Frans spreekt. Volgens Bonte zijn net die buurten met een concentratie van anderstaligen voor een aantal inwoners de aanleiding om geen Nederlands te leren. 'Daar ondervinden we de meeste moeite om de mensen te overtuigen van het belang ervan. In hun eigen buurt kunnen ze zich namelijk perfect behelpen in hun eigen taal. Maar dat ze daarmee ook gemakkelijk aan een job zullen raken, is een illusie.' De illusie wordt volgens de OCMW-voorzitter nog versterkt door twee partijen die er politieke munt uit willen slaan. 'Het enige project van het FDF is de verfransing van de Vlaamse Rand rond Brussel. Ze proberen iedereen ervan te overtuigen om Frans te spreken aan het loket.' Aan de andere kant van het politieke spectrum tracht het Vlaams Belang het waanbeeld te creëren dat hun gemeente ooit gezuiverd zal zijn van alles wat niet-Vlaams is. 'Het is ondenkbaar dat iedereen hier ooit perfect Nederlands zal praten', zegt Bonte. 'Dat is ook niet onze bedoeling. Vilvoorde is altijd een gastvrije gemeente geweest. Iedereen is hier welkom. Alleen willen we vermijden dat een deel van de bevolking geen aansluiting vindt met de arbeidsmarkt en de rest van de maatschappij, enkel en alleen omdat ze de taal niet begrijpt.' Net omdat er de voorbije maanden zoveel te doen was over de Vlaamse taaleisen, onderzocht de VDAB onlangs hoe belangrijk de kennis van het Nederlands nu eigenlijk is in de zoektocht naar werk. Uit de cijfers bleek dat anderstaligen met een beperkte kennis van het Nederlands, afhankelijk van de regio, gemiddeld 10 tot 20 procent uitmaken van alle werkzoekenden. In Antwerpen, dat op de tweede plaats staat, is 30 procent van de werkzoekenden anderstalig. Alleen Vilvoorde steekt er torenhoog bovenuit. Van de werkzoekenden is 53 procent anderstalig. Een overgrote meerderheid van hen begrijpt geen of nauwelijks Nederlands. Even interessant zijn de VDAB-cijfers die aangeven wanneer iemand werk gevonden heeft. Van alle anderstaligen die in september 2007 op zoek waren naar werk, had een halfjaar later 30,7 procent werk gevonden. Onder diegenen die een 'zeer goede kennis' van het Nederlands hadden, waren er 35,7 procent die een halfjaar later een job gevonden hadden. Bij diegenen met een 'goede kennis' was dat gezakt naar 30,3 procent. Van diegenen die geen of beperkt Nederlands konden, had slechts 23,5 procent een job gevonden. 'In meer dan 90 procent van de vacatures voor onze streek verlangt de werkgever kennis van het Nederlands', zegt Harry Van Vaerenbergh, directeur arbeidsmarktbeheer voor de VDAB in de regio Halle-Vilvoorde. 'Vaak volstaat echter een elementaire kennis, bijvoorbeeld voor schoonmaakpersoneel in kantoorgebouwen of op de luchthaven. Hun Nederlands hoeft niet perfect te zijn. Maar wie het een beetje spreekt, heeft zeker een streepje voor. Er zijn maar weinig tweetalige firma's. Om bijvoorbeeld de veiligheidsvoorschriften na te leven, moet je toch iets van de taal begrijpen.' Wie al een tijdje werkloos is, wordt door de VDAB uitgenodigd voor een individueel gesprek. 'Als daar blijkt dat het slecht gesteld is met de kennis van het Nederlands, wordt de werkzoekende verplicht om een cursus Nederlands te volgen', zegt Van Vaerenbergh. Flagrante weigeraars komen bijna niet voor. Gebeurt het wel, dan wordt dat doorgespeeld aan de RVA. De stimulans om Nederlands te leren zou volgens Van Vaerenbergh niet alleen mogen komen vanuit de situatie op de arbeidsmarkt. 'Op dat vlak is het voor anderstaligen wel gemakkelijker om in Halle-Vilvoorde terecht te komen dan in Brugge of Turnhout. Wie daar woont, zal veel sneller inzien dat hij wel Nederlands zal móéten leren wil hij zich integreren. Hier krijg je in de winkelstraten of in de supermarkt niet de indruk dat Nederlands je veel vooruit zal helpen.' Komt daarbij dat een basiscursus Nederlands geen wondermiddel is. Guy Tordeur, verbondsvoorzitter van de christelijke vakbond ACV in Brussel-Halle-Vilvoorde, heeft wel een probleem met de taaltest voor sociale koopwoningen. 'Mochten wij een huis willen kopen in Spanje, zouden we er ook niet mee kunnen lachen als ze ons eerst zouden vragen om een examen Spaans af te leggen. Een slechte kennis van het Nederlands is een handicap voor wie een job wil, maar er zijn nog andere struikelblokken.' Zowel Bonte als Tordeur wijst erop dat bepaalde allochtonen nog altijd gediscrimineerd worden. 'Werkgevers in de bouw zijn meestal niet geïnteresseerd in de kennis van het Nederlands', zegt Bonte. 'Ze zullen nog liever een eentalige Pool of Roemeen aannemen dan een Marokkaan die Nederlands spreekt.' Nog belangrijker dan het Nederlands vindt Tordeur de scholingsgraad van de werkzoekenden. 'Bij de allochtone gemeenschap is dat vaak het grootste probleem. De vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt passen in Brussel en de Vlaamse Rand als een tang op een varken. De recente jobbeurs op de luchthaven van Zaventem heeft dat nog maar eens duidelijk gemaakt. Daar waren genoeg laaggeschoolde allochtonen aanwezig die aan de slag wilden gaan, maar voor veel van die jobs moet je bijvoorbeeld ook al een behoorlijke kennis van het Engels kunnen voorleggen. Kennis van het Nederlands alleen zal niet volstaan.' DOOR HANNES CATTEBEKE - foto's franky verdickt