Op 14 juli 1789 bestormden opstandige Parijzenaars de gevangenis van de Bastille, het symbool van feodale macht en willekeurige politieke repressie in Frankrijk. De tienduizenden mensen die zich in de buurt hadden verzameld, kwamen niet om politieke gevangenen te bevrijden, wel om de hand te leggen op buskruit en wapens, waarmee ze de koninklijke magazijnen konden aanvallen en ontdoen van de opgeslagen voedselvoorraden. Parijs had honger. De volksopstand in de hoofdstad verspreidde zich als een lopend vuurtje door het land en was het startschot van een ongekende maatschappelijke omwenteling.
...

Op 14 juli 1789 bestormden opstandige Parijzenaars de gevangenis van de Bastille, het symbool van feodale macht en willekeurige politieke repressie in Frankrijk. De tienduizenden mensen die zich in de buurt hadden verzameld, kwamen niet om politieke gevangenen te bevrijden, wel om de hand te leggen op buskruit en wapens, waarmee ze de koninklijke magazijnen konden aanvallen en ontdoen van de opgeslagen voedselvoorraden. Parijs had honger. De volksopstand in de hoofdstad verspreidde zich als een lopend vuurtje door het land en was het startschot van een ongekende maatschappelijke omwenteling.De onrust bereikte ook Auxonne, waar Napoleon gekazerneerd was, de artillerieluitenant die zich toen nog met zijn Corsicaanse familienaam Buonaparte liet aanspreken. Op 19 juli zag hij er honderden mensen het belastingkantoor bestormen en de boel in de fik steken. De jonge Napoleon bekeek de gebeurtenissen met afstandelijkheid, bekende geen kleur en verafschuwde vooral de totale chaos waarin het land verzonk. Napoleon was voor orde en rust, al legde hij de schuld van alle ellende bij de adel en de clerus. Aan de grote momenten van de Revolutie tussen 1789 tot 1795 heeft hij geen deelgehad, dus heeft hij de echte passie van de maatschappelijke omwenteling niet kunnen voelen. Bij een bezoek aan Parijs stelde hij voor de eerste maal vast hoe de revolutie alles omvergekegeld had, ook het bestuur en de economie van het land. Op straat was het gepeupel baas. Bewindslieden kwamen en gingen als windvlagen, gestuwd door de schreeuwende conflicten tussen de gematigde en de radicale fracties. Al snel zat het land op droog zaad.Bij het krieken van de dag, op 10 augustus 1792, was de hele stad in rep en roer. In de straten van Parijs heersten de sansculotten. Bonaparte vreesde even voor zijn leven. Samen met zijn assistent Bourrienne had hij een veilig onderkomen gezocht in de gereedschapswinkel van diens broer, om vanachter het raam de voorbijtrekkende manifestanten te bekijken. Daarna trok hij naar de Carrousel, bij de Tuilerieën. 'Nog voor ik daar aankwam', vertelde hij later op Sint-Helena, 'trof ik in de Rue des Petits Champs een groep kwalijke kerels die een afgehakt mensenhoofd op een piek meedroegen. Ze zagen dat ik gekleed was als een heer en ze liepen op me af en maanden me aan om " Vive la Nation!" te roepen, wat ik uiteraard heb gedaan, zoals je zult begrijpen.' Even later zag hij hoe de uitzinnige menigte de Tuilerieën bestormde, de gedwongen verblijfplaats van de koninklijke familie. Vanaf de overkant van de Seine stond hij samen met duizenden anderen toe te kijken hoe de lijfwachten bij bosjes werden uitgemoord. Het bloedige spektakel vervulde hem met afkeer, bekende hij later. Toen de situatie in de Tuilerieën gekalmeerd leek, ging hij erheen. Samen met enkele andere Franse militairen dreef hij het overgebleven canaille weg en hielp enkele gewonde Zwitserse gardisten te ontsnappen. De geweldorgie heeft Bonaparte voor altijd getekend. Ze sterkte zijn weerzin tegen ongecontroleerd geweld, massahysterie en anarchie op straat.Het waren verschrikkelijke tijden in Parijs. De republikeinse overheden keken verschrikt toe, maar durfden niet tegen de wilde razernij in te grijpen. Wie niet per se de straat op moest, verschool zich. De revolutie stelde voor het eerst in de geschiedenis het meest essentiele vraagstuk van de democratie: hoe accepteer je een minderheid en geef je haar een plaats in het politieke systeem, zonder de regering van het land te blokkeren? Dat de revolutionairen, onder andere vanwege de druk van de oorlog met het buitenland, niet meteen het juiste antwoord wisten te bedenken, leidde tot een van de grootste tragedies van de Franse Revolutie. In 1793 was de spanning zo hoog opgelopen en stond het voortbestaan van de republiek zo onder druk dat de leidende fractie van jakobijnen overging tot een spijkerhard regime, onder leiding van Maximilien de Robespierre.Napoleon heeft het hele gebeuren ondergaan. Ook al heeft hij zich er eventjes naar gekleed, in zijn geest is hij nooit een echte sansculotte geweest. Maar hij sympathiseerde wel met de onvoorstelbare maatschappelijke vernieuwing die op gang was gekomen. Gedurende meer dan negen eeuwen had iedereen geleefd binnen een maatschappelijke orde waarin alleen koning, adel en hogere geestelijkheid iets in de pap te brokken hadden. De verandering was meer dan welkom, maar tegelijkertijd beleefde Frankrijk een van de gevaarlijkste crises uit zijn bestaan. Aan de grenzen werd een strijd op leven en dood uitgevochten met de troepen van de vijand, terwijl in Parijs op het scherp van de snee werd geleefd.Toch zag de jonge Buonaparte zijn kansen alweer niet in Frankrijk, maar op zijn eiland liggen. Terwijl in Parijs grote geschiedenis werd geschreven, vertrok hij nog maar eens naar Corsica. Op bevel van de revolutionaire regering in Parijs organiseerde hij een expeditie naar Sardinië, om het eiland in te palmen. Met een Corsicaans bataljon van de Nationale Garde ging hij scheep om een vissershaventje op een eiland in te nemen. Op het moment dat de Franse monarchie werd vervangen door de Eerste Republiek, dat Frankrijk gelijktijdig in oorlog was met Pruisen en het Oostenrijkse keizerrijk, Engeland en de Verenigde Provinciën, lag Napoleons ambitie er dus in om zijn leven te riskeren voor een onbenullig vissersbaaitje, een expeditie die ook nog eens eindigde in een knullig fiasco.Zijn carrière belandde in het slop nog voor ze goed en wel begonnen was. Zo strandde de familie Buonaparte op 13 juni in Toulon, waar ze zich desnoods met list en bedrog moest zien te redden, terwijl Napoleon zelf naar zijn artillerieregiment in Nice werd gestuurd. Frankrijk werd - noodgedwongen - zijn ideaal, de oorlog zijn actieterrein. En aan oorlog was er in de zomer van 1793 geen gebrek. Het land stond op kapseizen. Op 21 januari van dat jaar was Louis XVI na een maandenlang proces door de Conventie ter dood veroordeeld wegens hoogverraad. Op wat we vandaag kennen als de Place de la Concorde had men hem naar de guillotine geleid en onthoofd voor een publiek van tienduizenden enthousiaste, maar ook ontzette mensen. Door toedoen van Robespierre werden in enkele maanden 16.700 mensen onthoofd. Honderdduizenden anderen kwamen in de gevangenis terecht.Ondertussen was Napoleon op de stoffige wegen van de Midi drukdoende met het inen uitladen van vaten met buskruit op geconfisqueerde boerenkarren. Elke dag die op die manier voorbijging, frustreerde hem meer dan de vorige. Hij leek muurvast te zitten, tot er zich in Toulon plots een kans voordeed die hij met beide handen greep. Toen de Engelsen de belangrijkste havenstad veroverden en de plaatselijke Franse generaal er niet in slaagde om de vijand terug te dringen, kregen de politieke autoriteiten oren naar de plannen van de jonge officier Bonaparte (Napoleon begon in die tijd de 'u' uit zijn naam weg te laten). Hij ontwierp een nieuwe strategie, leidde zelf de aanval en heroverde warempel Toulon. Het was zijn eerste zege, ook al werd ze op rekening gezet van de generaal aan wie hij was ondergeschikt. Maar zijn aanzien ging er wel degelijk op vooruit. Na jarenlange armoede kregen de Bonapartes het eindelijk wat beter, en ze waren de man dankbaar die dat voor elkaar had gekregen. Napoleon was nu de onbetwistbare chef van de familie, en bij uitbreiding de hele Bonaparte-clan.Veel tijd om zich aan zijn nieuwe status te verwarmen, kreeg hij echter niet. Op 27 juli 1794 werd dictator Robespierre na een korte maar spannende putsch gearresteerd en terechtgesteld, samen met al zijn aanhangers. Er waaide alweer een nieuwe politieke wind door Parijs en voor Bonaparte zat er niets anders op dan naar de hoofdstad te trekken in de hoop de autoriteiten te overtuigen van zijn loyauteit en bekwaamheid. Hij trof er weer het gebruikelijke tumult aan. Samen met zijn hulpje Junot betrok hij een gemeubileerd appartement in het hotel de la Liberté in de Rue des Fossés-Montmartre, een ondermaats optrekje waarvoor ze zich blauw betaalden. Van daaruit ging hij bijna elke dag naar de administratieve dienst van het leger, op de zesde verdieping van de Tuilerieën. Zelf voelde Napoleon Bonaparte zich op dat moment niet meer dan een schooier. En dat was hij ook. Maar hij wilde tot elke prijs in Parijs blijven, want daar lag naast de oorzaak van zijn problemen ook zijn enige hoop op een oplossing.Na de Corsicaanse armoede leerde Bonaparte nu de zelfkant van Parijs kennen. Overleven kon hij alleen dankzij de financiële steun van zijn broer Joseph. Wat we van Napoleon uit die jaren weten, is dat hij een klein en graatmager mannetje was. Hij had een generaalstitel gekregen, maar geen opdracht, commando of bijbehorende soldij. Zijn uniform was nauwelijks fraaier dan dat van een sansculotte, want geld om de scheuren te laten herstellen had hij niet. Lange zwarte haren plakten onverzorgd tegen zijn schedel. Zijn gezicht zag witgeel. Je kon aan zijn ingevallen wangen zien hoe karig zijn maaltijden waren, maar zijn intellect was zo scherp als een scheermes. Hij liep salons af om relaties te kweken. Men zag hem met de nek aan, ook de vrouwen. Hij liep kantoren plat op zoek naar vers emplooi in het leger. Zonder succes.Terwijl de republiek verder ontspoorde, beleefde Bonaparte in zijn appartementje de twijfel, de verzoekingen en vooral de woedetranen van de jeugd en haar onvervulde verlangens. In de nacht van 12 augustus 1795 nam hij voor de zoveelste keer de ganzenveer ter hand en schreef het volgende aan Joseph: 'Aan het leven ben ik niet zozeer meer gehecht. Het houdt niet van mij. Ik voel me voortdurend zoals men zich voelt aan de vooravond van een gevecht, waarbij men bedenkt dat als de dood dan toch rondwaart om een einde aan alles te maken, het nutteloos is om zich zorgen te maken. Alles doet mij het lot tarten. En als het zo verdergaat, mon ami, zal ik mij niet afwenden als er plots een koets op me afkomt. Mijn verstand verbaast zich er soms over, maar dat is de neergang die het morele spektakel van dit land en de spelingen van het leven in mij hebben veroorzaakt.' De maanden juli en augustus van het jaar 1795 waren de bitterste en de onzekerste die hij in zijn leven had meegemaakt.Terwijl Napoleon doelloos vegeteerde in Parijs, moest een verzwakte republiek toekijken hoe de maatschappelijke barometer in het najaar van 1795 langzaam gunstig ging staan voor de conservatieven, en zelfs de royalisten. Op de avond van 4 oktober was de stad in rep en roer. Bij het verlaten van het Théâtre Feydeau zag Bonaparte hoe in de straten hevig gevochten werd tussen troepen van de Republikeinse Conventie en gewapende opstandelingen. Er was een staatsgreep aan de gang. Niet minder dan 25.000 antirepublikeinse milities en bewapende burgers probeerden de hoofdstad in hun macht te krijgen. Tegen 9 uur 's avonds werd overal de trom geroerd. Trompetters bliezen verzamelen, zowel aan de ene als aan de andere kant. Bonaparte liep op straat, door de stromende regen. Zijn lange zwarte haren plakten tegen zijn voorhoofd. Hij zag dat de eerste compagnieën van de rebellerende Nationale Garde al de hele rue du Faubourg-Saint-Honoré bezet hielden. Waar zat het leger in hemelsnaam? Alles stond op het spel. Als de royalisten binnen enkele uren Parijs in handen kregen, kon je er gif op innemen dat de Oostenrijkers met hun 40.000 man sterke legermacht de grens nabij Straatsburg zouden oversteken, terwijl ook de veertig Britse oorlogsschepen voor Brest niet rustig zouden blijven dobberen. Het was een hoogst dramatisch moment - niet alleen voor de jonge republiek, maar ook voor de dolende generaal Bonaparte. Want die nacht zou zijn lotsbestemming veranderen.Terwijl de situatie in de straten van Parijs zienderogen uit de hand liep, zocht de republikeinse regeringsleider Barras iemand die hem uit de nood kon helpen, een bekwame en loyale militair, met veel moed en durf. Bonaparte misschien? Barras herinnerde zich hoe de generaal enkele jaren eerder in Toulon een verpletterende indruk op hem had gemaakt. Dit was de man van het ogenblik, de man die alles kon redden. Nog die nacht werd Napoleon verzocht om de leiding op zich te nemen van de resterende republikeinse soldaten in Parijs. 'Ik zal het doen', zei hij tegen Barras. 'Maar ik waarschuw u. Mijn zwaard zal pas weer in de schede gaan, als de orde is hersteld, wat het ook moge kosten.' Barras knikte. Hij stemde ook in met Bonapartes eis dat hij carte blanche zou krijgen. Dat had hij geleerd in Toulon: doorgaan als je eenmaal het initiatief hebt. De volgende dag, 5 oktober, was het zover. In het hele stadscentrum hoorde je de trommels roffelen. Duizenden opgewonden en wraaklustige antirepublikeinen stroomden op in de richting van de Tuilerieën. In plaats van de straten leeg te vegen kwamen eenheden van de Nationale Garde de rebellen versterken. Het leek afgelopen met de republiek.Laat in de middag zagen Bonapartes zenuwachtige manschappen in de rue Saint-Honoré de kolkende meute op zich afkomen. Er klonken kreten en duizenden dreigende voetstappen door de smalle straten. Om kwart over vier zag men langs de quai Voltaire, aan de overkant van de Seine, honderden leden van de Nationale Garde naar de Pont Royal marcheren met de musketten in aanslag. Het was nu een kwestie van minuten. Napoleon Bonaparte wist dat zijn moment was aangebroken. De generaal met de lange zwarte haren en de bezwerende ogen stapte voorwaarts en gaf zijn kanonniers ijskoud het bevel om met schroothagel op de menigte te schieten. Het werd een slachting. Om zes uur 's avonds lagen vierhonderd dode rebellen op de kasseien en was de contrarevolutie voorbij. In de Conventie begonnen de leden opnieuw adem te halen, de republiek leefde weer. In nog geen 24 uur was Napoleons naam en faam gemaakt. Een week later benoemde de dankbare Conventie generaal Napoleon Bonaparte bij algemeen applaus tot chef van de Armée de l'Intérieur, de absolute sleutelpost van het ogenblik. In één moeite verhuisde hij van zijn zolderkamer naar de place Vendôme, waar hem een weelderig herenhuis ter beschikking werd gesteld. Barras van zijn kant startte op 25 oktober 1795 met een nieuwe regering, het Directoire. Dat zou nog vier jaar overleven, maar alleen dankzij de steun van het leger en de republikeinsgezinde generaals zoals Bonaparte.In maart 1796 kreeg generaal Bonaparte zijn eerste grote commando. Hij nam de leiding over het Armée d'Italie, een leger dat die naam eigenlijk niet waardig was. Onbetaalde, ondervoede en slecht geklede troepen zonder discipline. In een paar maanden tijd kreeg hij ze onder de knoet en gemotiveerd. Het Armée de l'Italie werd een vechtmachine, geleid door een flitsend brein, dat het veel grotere en beter bewapende leger van de Oostenrijkers van de kaart veegde. Generaal Bonaparte was onstuitbaar. Onophoudelijk liet zijn troepen door Piemonte en Noord-Italië manoeuvreren, in een blitzoffensief zonder weerga. In amper twee weken tijd hadden de Fransen zes gevechten gewonnen, vier Oostenrijkse forten ingenomen, vijftigduizend krijgsgevangenen gemaakt en bijna heel Piemonte veroverd. Midden mei wilde Bonaparte doorstoten naar Milaan. Daarvoor moest hij de rivier de Adda oversteken. Het kwam tot een stevig gevecht bij Lodi, waar Oostenrijkse troepen de overtocht over de brug wilden verhinderen voor de Fransen. Drie dagen later, op 15 mei, stond hij in Milaan, terwijl intussen ook al Genua veoverd was. In een maand tijd had hij een einde gemaakt aan de buitenlandse dreiging die zich al vier jaar voortsleepte. Sardinië vroeg een wapenstilstand, Wenen was in shock.De Franse Revolutie was niet alleen gered, maar had nu een nieuwe beschermheer. Iedereen kende hem, al wist niemand wie hij echt was. Een republikein, een royalist, een vrijmetselaar, een stiekeme linkse jakobijn of toch een gematigde? Niemand kon het zeggen, en zo had de generaal het graag. Hij onderhield zijn relaties met het Directoire en met Barras, 'de koning van de corruptie', zoals Napoleon hem later bestempelde. Maar samenklitten was er niet bij. Hij praatte ook met royalisten, maar alleen uit beleefdheid. Echt blij waren alleen de intellectuelen en de filosofen van het prestigieuze Institut de France, dat hem intussen als lid in de armen had gesloten. Het klimaat in de hoofdstad was nog steeds zeer gespannen. Bonaparte wilde buiten het politieke gewoel blijven en zocht ook na zijn terugkeer in Parijs niemands gunsten. Zo slaagde hij er langzaam in om als partijloos te worden gezien. Sterker nog, hij begon boven de partijen te staan. Een man van de revolutie, maar buiten de revolutie. Maar de baas was hij nog niet. De spanning tussen de generaal en de regering leidde uiteindelijk tot een nieuwe campagne. Tot beider tevredenheid trok Napoleon in 1798 met een leger over de Middellandse zee en veroverde Egypte. Het bracht hem ongekende roem en glorie, maar nog steeds geen politieke macht.Toen hij in de herfst van 1799 uit Egypte terugkeerde, zat de Revolutie aan de grond. De regering draaide vierkant. Het enige houvast in het Directoire - waar de meesten tegen Bonaparte waren gekant - was abbé Sieyès. Deze gewiekste directeur werkte achter de schermen aan een versterking van het staatsgezag. Hij dokterde een complete staatshervorming uit, met meer macht voor de regering, en had langs discrete wegen ook te verstaan gegeven dat hij naar een militaire partner zocht die tijdens de overgang voor steun van het leger kon zorgen. Bonaparte kwam natuurlijk in aanmerking, ook al werd hij ervan beschuldigd zijn leger in Egypte te hebben achtergelaten zonder toestemming van de regering. De politici verdachten hem ervan een onuitgesproken politieke agenda te hebben, wat altijd gevaarlijk was als daar ook een generaalstitel aan kleefde.Parijs was rijp voor de teruggekeerde Bonaparte. Zijn bevolking, zijn elite, zijn officieren, zijn faubourgs, zijn politieke clubs: iedereen was het pessimisme beu, wilde wederopstanding en was op zoek naar leiderschap. Het Directoire was de kluts kwijt. Bij de eerste de beste gelegenheid zou het onderuitgaan. Zelfs de grondwet stelde niets meer voor, want de regering was niet meer bij machte haar te doen naleven. Toen bekend raakte dat generaal Bonaparte weer in het land was, leek het wel of de Messias was verschenen.Het slechte verloop van de oorlog leidde tot grote onrust in Frankrijk. Sieyès begon een staatsgreep voor te bereiden om te voorkomen dat de royalisten of de radicale jakobijnen de macht zouden grijpen. In het complot zaten, naast Sieyès en Napoleon Bonaparte, ook Bonapartes broers Lucien en Joseph, de topjurist Cambacérès, Lebrun en Talleyrand, de minister van Buitenlandse Zaken, vanop discrete afstand gesteund door politiechef Fouché. In nog geen 24 uur tijd werd op 9 november 1799 een succesvolle staatsgreep gepleegd. Zonder één druppel bloed te vergieten werd het Directoire tot aftreden gedwongen. Generaal Bonaparte nam iedereen in snelheid en riep het Consulaat uit, waarin hij zelf als Eerste Consul de uitgesproken leider was. In de feiten was de Franse Revolutie nu beëindigd.