De uitvoering van de wet van 7 december 1998 "tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus" moet theoretisch klaar zijn tegen 31 maart 2001 en operationeel op 1 januari 2002, één jaar later dan aanvankelijk gepland. Intussen dreigen adviseurs van minister Verwilghen met hun manoeuvres de boel in het honderd te laten lopen.
...

De uitvoering van de wet van 7 december 1998 "tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus" moet theoretisch klaar zijn tegen 31 maart 2001 en operationeel op 1 januari 2002, één jaar later dan aanvankelijk gepland. Intussen dreigen adviseurs van minister Verwilghen met hun manoeuvres de boel in het honderd te laten lopen. Die wet van 7 december kwam er nadat de vier partijen van de toenmalige rooms-rode regering op 24 mei 1998 een monsterverbond hadden gesloten met de oppositiepartijen VLD, PRL, FDF en VU. Dat leidde tot het zogenaamde Octopus-akkoord. Alleen de groenen van Agalev en Ecolo, het Vlaams Blok, politiemensen en magistraten durfden nog kritiek te uiten. Nu de groenen in de paarse coalitie van premier Guy Verhofstadt stapten, en omdat zowel christen-democraten als Volksunie geregeld aan hun signatuur worden herinnerd, kreeg de octopus twee bijkomende armen. Het nieuwe gevaarte lijkt stilaan op een decagoon, een vesting met tien bastions, waarop elke kritiek afketst. De Ambtelijke Werkgroep onder leiding van Lodewijk De Witte (SP), de gouverneur van Vlaams-Brabant, die de hervormingen moest uittekenen, is intussen door de ministerraad van 2 september vervangen door een Begeleidingscomité en een Pilootgroep. Gouverneur De Witte is nu een van de leden van het Begeleidingscomité waarin een paar provinciegouverneurs, enkele kopstukken van de politiediensten, van de Algemene Rijkspolitie en van de magistratuur, een inspecteur van Financiën en regeringscommissaris Charles Piqué (PS) voor het grootstedelijk beleid zitting hebben. Het comité wordt voorgezeten door minister van Binnenlandse Zaken Antoine Duquesne (PRL) en minister van Justitie Marc Verwilghen (VLD). De Pilootgroep, waarin kabinetsleden en politiemensen verondersteld worden de hervormingen te sturen, zag reeds twee vertegenwoordigers van Binnenlandse Zaken vertrekken en weet nog altijd niet wat de tien werkgroepen uitspoken. Zo heeft secretaris-generaal Emiel Beyens van Binnenlandse Zaken als voorzitter van Werkgroep-1 maar op aansturen van minister Duquesne, onlangs voorgesteld de 200 politiezones die de vorige regering had gepland met een vijftigtal te verminderen - en ze dus ook te vergroten. Minister Duquesne, aangepord door de Vaste Commissie voor de Gemeentepolitie, wil dat de lokale politiekorpsen in hun politiezones zoveel mogelijk manschappen kunnen inzetten. De herschikking van de politiezones, waarmee niet alle leden van Werkgroep-1 gelukkig zijn, beoogt echter niet alleen de verzelfstandiging van de lokale politie. Ze moet zo mogelijk verhinderen dat de grenzen van de toekomstige politiezones samenvallen met die van de huidige brigades of districten van de rijkswacht. Minister Duquesne is immers minder rijkswachtgezind dan zijn voorgangers van de SP. Daarom wordt sinds vorige week openlijk - en tot ontsteltenis van sommige gouverneurs en burgemeesters - voorgesteld de 589 steden en gemeenten in zo'n 150 politiezones onder te brengen. Wat net voor de verkiezingen nogal wat administratief en politiek gehakketak zal veroorzaken. De politiezones zullen tegen 1 januari 2002 niet alleen nieuwe samenwerkingsverbanden maar voor het eerst ook Zonale Politie- en/of Veiligheidsplannen moeten uitwerken. Dit is dan het domein van Werkgroep-2. Via die werkgroep wil minister Verwilghen de politiehervorming naar zijn hand zetten. De minister van Justitie moet tegen eind december 1999 een Federaal Veiligheidsplan voorleggen waarop hij naderhand het Nationaal Veiligheidsplan (van de federale politie) en de Zonale Politie- en/of Veiligheidsplannen (van de lokale polities) wil doen aansluiten. Hiervoor heeft hij Marc Cools en sinds september ook Paul Ponsaers in de arm genomen. Marc Cools is lid van het Studiecentrum Hugo Coveliers, dat over politie en veiligheid gaat. In die functie werkte hij mee aan het electorale Veiligheidsplan van de VLD. Behalve deeltijds adviseur van minister Verwilghen is Cools ook manager van Shield, een privé-bewakingsbedrijf in Antwerpen. Bovendien doceert hij Bewakings- en Beveiligingsmanagement aan de Vrije Universiteit Brussel en Private politie en justitie aan de Universiteit Gent. Niet toevallig in het departement Criminologie van de professoren Brice De Ruyver en Paul Ponsaers. Beider SP-signatuur is voor de liberalen blijkbaar van minder belang dan hun militante vrijzinnigheid en hun politieke flexibiliteit. Professor Ponsaers wou Werkgroep-2 fors uitbreiden met enkele buitenlandse experts, zoveel mogelijk oude getrouwen. Hij wou zelfs privé-groepen betrekken bij de subwerkgroep Werklast- en Capaciteitsmeting. Want Werkgroep-2 plant dus nog eens vijf subwerkgroepen. Die worden verondersteld tegen juni 2000 elk afzonderlijk betrouwbare parameters uit te werken inzake criminaliteit, openbare orde, verkeer, werklast/capaciteit en evaluatie. Het is geen toeval dat Marc Cools, in samenspraak met Ponsaers, uitgerekend in de subwerkgroep over de werklast- en capaciteitsmeting van de politie binnensluipt. Cools meent immers dat "justitie en politie niet langer een monopolie hebben om de veiligheid te waarborgen" en hij betreurt dat "private bewakingsdiensten uit de politiehervormingen blijven". Marc Cools pleit niet alleen pro domo (in het VUB-blad Akademos). Hij blijft de ultraliberale ideologie trouw van Friedrich von Hayek, tien jaar geleden een grote inspiratiebron van VLD-voorzitter Guy Verhofstadt. Zo heette het dat "de vrijheid van handelen waarover de overheid beschikt om de feitelijke macht te kunnen uitoefenen, zo beperkt mogelijk moet zijn". In Nieuwe Sporen: het actieterrein van de particuliere recherche in België en Nederland (Kluwer,1998) schrijft Marc Cools nog dat "de huidige nationale polities ook taken zullen afstoten of in samenwerking met de private politie optreden (en dat er) ook binnen het strafrecht, de strafvordering, de opsporing en de strafuitvoering ruimte is voor alternatieven die de weg naar noodzakelijke privatiseringen openstelt". In een regering met socialisten en groenen is deze stelling van Verwilghens adviseur slechts een van de manoeuvres die ervoor zorgen dat de politiehervormingen heel moeizaam gestalte krijgen, als ze al niet op de helling worden gezet.Frank De Moor