Het gevecht om de poppetjes is achter de rug, maar de protagonisten van de recente crisis in Antwerpen kunnen zich niet de luxe veroorloven om eerst rustig de aangerichte schade te gaan opmeten. Na het twee maanden durende treurspel op en om het Antwerpse stadhuis moet het puin worden geruimd: de verstoorde relatie tussen politiek en ambtenarij moet worden uitgeklaard en de besmeurde reputatie van politiek, ambtenarij en politie moet worden opgepoetst. Hopend dat zodoende ook het geschokte vertrouwen van de bevolking, bij stukjes en beetjes, kan worden hersteld.
...

Het gevecht om de poppetjes is achter de rug, maar de protagonisten van de recente crisis in Antwerpen kunnen zich niet de luxe veroorloven om eerst rustig de aangerichte schade te gaan opmeten. Na het twee maanden durende treurspel op en om het Antwerpse stadhuis moet het puin worden geruimd: de verstoorde relatie tussen politiek en ambtenarij moet worden uitgeklaard en de besmeurde reputatie van politiek, ambtenarij en politie moet worden opgepoetst. Hopend dat zodoende ook het geschokte vertrouwen van de bevolking, bij stukjes en beetjes, kan worden hersteld. 'Sober, open en onkreukbaar' is volgens het addendum bij het Antwerpse bestuursakkoord de nieuwe bestuursstijl die Janssens en co ingang willen doen vinden. Dat iets wat vanzelfsprekend zou moeten zijn, in Antwerpen voor vernieuwing doorgaat, is natuurlijk kenschetsend voor de Antwerpse malaise. Operatie Schone Handen bevat in ieder geval een rits maatregelen om ervoor te zorgen dat schepenen en ambtenaren in de toekomst volgens de regels van goed bestuur functioneren. Onder andere het inhuren van een crisismanager, de oprichting van een bureau 'integriteitsbewaking', de invoering van een gedragscode voor bestuurders en ambtenaren, alsook betere financiële controlemechanismen, moeten die bestuurlijke metamorfose doen slagen. Het nieuwe college wil zich dus tijdelijk door een crisismanager laten assisteren. Omdat crisismanager zo negatief klinkt, is die benaming intussen vervangen door het fraaiere change- of veranderingsmanager. Van de changemanager wordt verwacht dat hij een aantal cruciale veranderingen in de Antwerpse ambtenarij op gang trekt. In de tussentijd kunnen de openstaande functies van de wegens corruptie ontslagen of geschorste top van de ambtenarij (de stadssecretaris, diens adjunct en de stadsontvanger) opnieuw worden ingevuld. Robert Voorhamme, nu nog voorzitter van de Antwerpse SP.A en binnenkort schepen van Onderwijs onder Janssens-I, over de taak van die veranderingsmanager: 'Hij moet leidinggevende ambtenaren coachen, veranderingsprocessen initiëren - denk aan de oprichting van een interne auditcel - en daarover aan het college rapporteren. Hij moet er ook op toezien dat de politieke beslissingen van het college worden uitgevoerd.'Snelheid is in dezen geboden, zegt een expert die nauw betrokken was bij de Copernicushervorming van het federale overheidsapparaat: 'Een crisismanager is per definitie een snelle beslisser. Hij kan niet alle problemen in twee maanden oplossen, maar hij moet in die tijd wel de cruciale 'oplossingstrajecten' opstarten.'Bedoeling is dat het werk van de crisismanager al eind dit jaar tot concrete resultaten leidt. Naast de oprichting van een auditcel wordt bijvoorbeeld ook gedacht aan de creatie van een strategische cel en een coördinatiecel in de stadsadministratie. De eerste cel gaat na hoe het bestuursakkoord, in feite niets meer dan een intentieverklaring, door de ambtenaren in beleidsdaden kan worden omgezet, de laatste waakt er- over dat dit ook echt gebeurt. De opdrachtgevers moeten wel goed beseffen, waarschuwt de Copernicus-deskundige, dat een crisismanager maar kan slagen als hij ook voldoende politieke rugdekking krijgt. Die opdrachtgevers onderhandelden vorige week met voogdijminister Paul Van Grembergen (Spirit) over de vraag of de huidige gemeentewet het rekruteren van een externe manager wel toelaat. Van Grembergen sluit die mogelijkheid niet uit, op voorwaarde dat de stadssecretaris het hoofd van het stadspersoneel blijft, én dat de crisismanager wordt aangeworven conform de wetgeving op de overheidsopdrachten, dus via een openbare aanbesteding. In de loop van de week zal de aanbesteding waarschijnlijk al worden uitgeschreven, zodanig geformuleerd dat niet 'om het even wie' zich voor de functie kandidaat kan stellen. Het is bekend dat Eddy Bruyninckx, de erg gewaardeerde directeur van het Havenbedrijf, door alle meerderheidspartijen als een geschikte kandidaat wordt gezien. Maar er wordt getwijfeld of Bruyninckx de opdracht van crisismanager wel met zijn baan in de haven kan combineren. Het hoeft dus niet per se Bruyninckx te worden. Zeker is wel dat de ploeg van Janssens geen zin heeft in een buitenstaander. Het moet iemand zijn die de stad goed kent, die vertrouwd is met de publieke sector, en die met de vakbonden overweg kan. In 'typische Ernst & Young boys' hebben de nieuwe bestuurders geen fiducie. Naast een crisismanager wordt ook de oprichting van een onafhankelijk 'bureau integriteitsbewaking' als een remedie voor de 'Antwerpse ziekte' beschouwd. Dat bureau moet normvervaging en fraude - misbruik van bevoegdheden, verspilling, belangenvermenging, diefstal, corruptie, enzovoort - bij politie en stadspersoneel proberen te voorkomen, en zonodig, aan de kaak stellen. Tevens onderzoekt zo'n bureau waar de zwakke, corruptiegevoelige plekken van een organisatie zitten. Met het bureau krijgt het stadspersoneel ook een meldpunt voor klachten over 'integriteitsschendingen' allerhande. Het idee voor een bureau integriteitsbewaking, het stokpaardje van ontslagnemend gemeenteraadslid Christian Leysen (VLD), is uit Amsterdam overgewaaid. Daar bestaat zo'n bureau al een aantal jaren. Twee weken geleden kwam de liberale wethouder (schepen) Geert Dales, op uitnodiging van Leysen, de Amsterdamse aanpak in Antwerpen toelichten. Dales vertelde hoe Amsterdam midden de jaren '90 werd geconfronteerd met zware corruptie in de administratie, die, zo bleek uit een aantal grote fraudedossiers, in hoge mate door de georganiseerde misdaad was geïnfiltreerd. Sindsdien heeft het Amsterdamse stadsbestuur een omvattend integriteitsbeleid op poten gezet. Dales zelf wordt als een van de architecten van dat beleid gezien. Er is een integriteitsbureau, om norm- vervaging te voorkomen en te controleren, volgens de stelregel 'dat er geen aanvaardbaar minimum voor corruptie en fraude bestaat'. Daarnaast publiceert Amsterdam jaarlijks een gedetailleerd overzicht van alle onkosten die burgemeester, wethouders en topambtenaren hebben gemaakt. Aanvankelijk veroorzaakte die publicatie grote mediadeining, zei Dales, maar inmiddels is dat ook geluwd. Voorts dienen Amsterdams bestuurders en ambtenaren zich aan een strikte gedragscode te houden, waarin heel precies beschreven staat welke cadeaus ze mogen aanvaarden, wanneer ze de dienstwagen mogen gebruiken, welke nevenfuncties ze mogen uitoefenen, en zo meer. Idealiter worden die externe controlemechanismen op de lange duur overbodig: 'Integriteit moet je internaliseren', zo besloot Dales zijn exposé. Modern bestuur heeft natuurlijk niet alleen met mensen, maar ook met structuren te maken. Nu is de huidige indeling van de Antwerpse administratie niet de meest coherente. Kort voor het politieke noodweer boven Antwerpen losbarstte, had de uittredende meerderheid al besloten tegen eind dit jaar een nieuw organogram voor de stadsdiensten op te stellen. Het aantredende college bevestigt de noodzaak om de verschillende bedrijfseenheden (departementen) van de administratie op een logischer manier te herschikken. Een bedrijfseenheid als het Stedelijk Ontwikkelingsbedrijf, vandaag een vergaarbak waarin zowel ruimtelijke ordening als groenvoorziening en toerisme zijn ondergebracht, komt daar zeker voor in aanmerking. Verder zal het schepencollege zich buigen over de vraag welke taken de stad per se zelf moet uitvoeren, en welke taken beter kunnen worden toevertrouwd aan zogenaamde 'verzelfstandigde agentschappen'. Met name diensten als groenvoorziening of huisvuilinzameling lijken erg geschikt om in zo'n autonoom agentschap te worden ondergebracht. Bedoeling is dat die 'uitvoerende taken' in de toekomst op een efficiëntere, meer vraag- en marktgerichte manier worden georganiseerd. Sommige plannen van de Antwerpse onderhandelaars botsen met de bestaande gemeentewet. Het inhuren van een crisismanager kan voor de voogdijminister nog net, maar een soepeler personeelsbeleid, ook een vraag van de Antwerpse onderhandelaars, vindt bij Van Grembergen geen genade. De huidige gemeentewet staat dat nu eenmaal niet toe. Intussen blijft een Antwerpse delegatie wel met de minister onderhandelen, om toch minstens te proberen in het nieuwe gemeentedecreet van de Vlaamse regering een aantal aparte bepalingen voor het personeelsbeleid in grote steden te laten opnemen. Vlaanderen telt tienduizend ambtenaren, de stad Antwerpen ongeveer 8000. Qua omvang is het personeelsbestand vergelijkbaar en dus, zegt men in Antwerpen, moet wat in Vlaanderen kan, ook bij ons kunnen. In dit verband wordt vooral gedacht aan soepeler procedures om mensen in dienst te kunnen nemen (en te kunnen ontslaan) en aan de mogelijkheid om hoogopgeleid personeel aan te trekken met 'marktconforme' lonen. Ook wil het college af van de wettelijke verplichting dat de stadssecretaris - de machtigste functionaris van de stad - een vastbenoemde ambtenaar moet zijn. Het geval Fred Nolf heeft immers overtuigend laten zien hoe moeilijk het is slecht functionerende topambtenaren tot opstappen te dwingen. Minister Van Grembergen heeft wel oren naar die Antwerpse verzuchtingen. Zijn administratie, begrijpelijkerwijs, een stuk minder. Een groter obstakel dan deze wettelijke beperkingen is de sfeer van politieke hoogspanning waarbinnen de nieuwe ploeg haar noodzakelijke bestuurlijke hervormingen zal moeten doorvoeren. Bepaalde leden van het nieuwe schepencollege dragen de stempel van lichtzinnig Visa-kaartgebruik en zijn daardoor politiek verzwakt. Anderen, die het uittredende college twee jaar lang de les hebben gelezen, moeten zich nu gaan bewijzen. Ze zullen door hun gedesavoueerde partijgenoten zeer kritisch worden gevolgd. Ondertussen lanceert het Vlaams Blok vanaf de oppositiebanken giftige aanvallen om ook de nieuwkomers in het college, met name toekomstig burgemeester Patrick Janssens, met geruchten over gesjoemel in diskrediet te brengen. Voeg daarbij de verstoorde relatie tussen het college en de stadsadministratie, en, erger nog, de vertrouwensbreuk met de Antwerpse bevolking, die de politieke beloftes van de laatste jaren over 'een nieuw begin' niet meer op één hand kan tellen. Ook de lopende gerechtelijke onderzoeken en de geplande doorlichting van de ambtenarij en de stedelijke vzw's hangen als donkere wolken boven het nieuwe college. Als communicatieprofessional beseft toekomstig burgemeester - voor de goede orde: Janssens is nog niet officieel benoemd - Patrick Janssens uiteraard beter dan wie ook dat hij er alle belang bij heeft eventueel slecht nieuws zélf naar buiten te brengen. Patrick MartensDe Antwerpse bevolking kan de politieke beloftes over 'een nieuw begin' niet meer op één hand tellen.