Mijnheer Van Eeckhaut, een van de speerpunten in het programma van de regering-Verhofstadt is een betere werking van justitie. Is Marc Verwilghen bij machte om daarvoor te zorgen?
...

Mijnheer Van Eeckhaut, een van de speerpunten in het programma van de regering-Verhofstadt is een betere werking van justitie. Is Marc Verwilghen bij machte om daarvoor te zorgen?Piet Van Eeckhaut: De snelle opgang van Verwilghen is opvallend, maar ook weer niet onlogisch. Hij was tot voor een paar jaar enkel een pleitend advocaat, overigens een goede basis om in de politiek te gaan. Hij is in het parlement gekomen als back-bencher. Een beetje par la force des choses is hij voorzitter geworden van een parlementaire onderzoekscommissie die maandenlang in het middelpunt van de belangstelling zou staan. Hij heeft die taak met verve vervuld, op een paar onvermijdelijke uitschuivers na. En vooraleer hij het goed besefte, kreeg hij de allure van een morele "vader des vaderlands", wat zich vertaalde in een enorme populariteit. Dat maakte het ondenkbaar om, in een regering met de VLD, iemand anders op Justitie te zetten. En zo is de man die in korte tijd de meest gezaghebbende criticus van het gerecht werd, in even korte tijd omgetoverd in degene die de oplossingen voor zijn eigen kritiek moet doorvoeren. Was het nuttiger geweest als hij de rol van contestant was blijven spelen?Van Eeckhaut: Door zijn status kon dat niet meer. Ik wens hem uit de grond van mijn hart succes, maar gemakkelijk zal hij het niet krijgen. Want in dit operette-achtige koninkrijk, krijgt een minister van Justitie veel op zijn bord. Neem de samensmelting van rijkswacht en politie. In feite een aangelegenheid voor Binnenlandse Zaken, maar omdat het een van de pijlers is van een beter gerecht, is ook Justitie erbij betrokken. Om het even wie zou kunnen uitglijden op dit ingewikkeld en gevoelig dossier, dat Luc Van den Bossche niet zo lang geleden tien jaar wou uitstellen. En daarbovenop moet Verwilghen ook de magistratuur verder hervormen, dat is al even delicaat. Gelukkig weet hij vanbinnenuit wat de oude waardigheid van de magistraat inhield, en welke nieuwe eisen de moderne tijd stelt. Een ander voordeel is dat de vorige regering al een paar ingrijpende nieuwigheden heeft ingevoerd. Zoals het beperken van bepaalde gerechtelijke ambten tot zeven jaar, de oprichting van een Hoge Raad voor de Magistratuur, en het creëren van een dialoog tussen magistraten en de minister, wat Verwilghen extra wil activeren. Die drang tot dialogeren wordt door sommige magistraten beschouwd als een aantasting van hun onafhankelijkheid.Van Eeckhaut: Dat is begrijpelijk, omdat de rechter een speciaal beroep uitoefent. Hij krijgt wettelijk de macht anderen pijn te doen. Een grote verantwoordelijkheid, die men alleen kan toekennen aan verstandige mensen met een grote persoonlijkheid. Die staan per definitie op hun onafhankelijkheid. Wat voor veranderingen men ook wil aanbrengen, een rechter zal altijd eerlijk, integer en onpartijdig moeten zijn. En hij moet kunnen werken in een sereen klimaat. Dat wordt soms vertroebeld door publieke opinie en pers. Naar aanleiding van opzienbarende veroordelingen of vrijspraken, groeit het idee dat de minister van Justitie zich moet kunnen bemoeien met de uitspraken van de rechters. Maar dat zou ons hele rechtssysteem op de helling zetten. De magistratuur verzet zich daar terecht tegen. Ik vrees dat Verwilghen dat af en toe duidelijk zal moeten maken aan zijn achterban, bij wie hij zonder het te willen verwachtingen heeft gewekt die hij niet kan of mag inlossen. Dat is een probleem waar de hele regering mee te maken zal krijgen.Van Eeckhaut: Inderdaad. Ikzelf ben voorstander van een coalitie van christen-democraten en socialisten, omdat die het grootste draagvlak heeft in onze Belgische samenleving. Maar ondanks dat, gaat er ook voor mij een grote charme uit van dit paars-groene experiment. Alleen maakt de hoop op iets nieuws, en die is algemeen verspreid, het gevaar op ontgoocheling ook groter. Zeker als de premier in het regeerakkoord uitschreeuwt dat hij in vier jaar tijd van België een "modelstaat" wil maken. Ik vind dat wat al te ondoordachte grootspraak, van de soort waarop ook de jongere Verhofstadt zich meer dan eens heeft vastgereden. Jean-Marie Piret, de procureur-generaal bij Cassatie, heeft in zijn "mercuriale" uitgehaald naar de parlementaire onderzoekscommissies, waarvan Verwilghen het symbool is. Is er wel wil tot samenwerking met de minister?Van Eeckhaut: Ik denk het wel. Vooral bij jongere magistraten, die zich al publiekelijk gemanifesteerd hebben. Maar de dialoog moet de werking van de gerechtelijke instanties betreffen. Men zal nooit toestaan dat de minister uitleg vraagt over een vonnis of een vrijlating. De bevolking ziet dat niet scherp genoeg in. De bevolking heeft geen greep op de rechterlijke macht. Terwijl de grondwet zegt dat alle macht uitgaat van de natie.Van Eeckhaut:Tous les pouvoirs émanent de la nation, een prachtig beginsel. Maar via diezelfde grondwet delegeert de natie de macht om recht te spreken aan de magistratuur. En maar goed ook. De politiek moet zich niet bemoeien met de inhoudelijke kant van het gerechtelijke werk. In Frankrijk heeft men dat geprobeerd, maar onder Elisabeth Guigou is alweer een omgekeerde beweging bezig. Dat gebeurt ook bij ons. Het is een stap vooruit dat sinds kort uitvoeringsrechters, beroepsmagistraten dus, beslissen over het al dan niet vervroegd vrijlaten van een veroordeelde. En dat na een tegensprekelijk debat waarin alle betrokken partijen worden gehoord, ook slachtoffers of hun nabestaanden. Een vervroegde invrijheidsstelling mag niet worden overgelaten aan onpersoonlijke procedures in de ambtenarij. Op dat punt heeft de politiek zichzelf al teruggefloten. En Verwilghen heeft ook al de assisenjury ter discussie gesteld. Daar heb je nu een systeem waarin de bevolking wél greep heeft op de rechtspraak, en dan wil een politicus het afschaffen. Een beetje contradictorisch, niet? Wat moet Verwilghen tijdens deze regeerperiode bereiken?Van Eeckhaut: Hij moet samen met de magistraten het gerecht moderniseren en dynamiseren. De magistratuur mag haar onafhankelijkheid niet opgeven, maar moet beter beseffen dat ze een dienende functie in de maatschappij heeft. In die geest moet er worden gepraat over voldoende mensen en middelen. Het is de taak van de politiek om die ter beschikking te stellen. Verwilghen heeft een indrukwekkende verhoging van het budget aangekondigd, van 45 naar 60 miljard, een hoopvol teken. Een deel van dat geld moet dringend worden besteed aan het opknappen van onze gevangenisinfrastructuur. Vrijheidsberoving op zich is al erg, want na gezondheid is vrijheid het kostbaarste goed dat een mens heeft. Maar gevangenisstraf mag ook niet meer zijn dan vrijheidsberoving. In veel strafinrichtingen wordt de gevangenen hun menselijke waardigheid ontnomen. De bajes hoeft geen luxehotel te zijn, maar een minimaal comfort en privacy is vereist. Zoals het er nu op vele plaatsen toegaat, is een gevangenis een broeihaard van meer criminaliteit. Hoe beoordeelt u de kandidatuur van Patrick Janssens voor het SP-voorzitterschap?Van Eeckhaut: Ik was er aanvankelijk radicaal tegen. Ik had dezelfde vooroordelen als vele anderen, maar ik heb mijn mening herzien nadat ik meer over die man te weten ben gekomen, en na het lezen van een paar interviews met hem. Hij heeft van meet af aan verstandige en moedige taal gesproken, die mij verrast heeft doen opkijken. Onder meer door zijn pleidooi voor het migrantenstemrecht, wat binnen de SP niet evident is. Janssens kiest voor een inhoudelijk profiel, en legt zichzelf en de partij hoge ambities op. Dat is op tijd en stond nodig. Ik heb binnen de SP veel vernieuwingspogingen meegemaakt. In het grote ideologische congres van '74 heb ik een actieve rol gespeeld, onder andere via het weekblad Links. Het is weer zo een moment om nieuwe zuurstof op te slaan. Want de SP is geëvolueerd naar een partij met steeds meer macht en steeds minder stemmen. Dat kan niet blijven duren. Het is vreselijk dat een partij die het welzijn van de massa nastreeft, ook van "de minsten der mijnen" om een term uit het evangelie te gebruiken, door diezelfde massa de rug wordt toegekeerd. Terwijl in zo vele Europese landen de socialistische beweging wel opbloeit. Hoe kan dat? Misschien verdwijnen de ideologieën uit de politiek?Van Eeckhaut: Je kan niets anders concluderen, als je ziet hoe Frank Vandenbroucke en Guy Verhofstadt elkaar in de armen vallen. Die twee hebben onoverbrugbare ravijnen overbrugd. Ook Agalev, de themapartij bij uitstek, is bereid compromissen te sluiten. Of het die overleeft, zal de toekomst ons vertellen. Dat alles wijst erop dat we in een postideologische periode zijn beland. Ook in ons omringende landen, al is de tendens niet overal even uitgesproken. Het socialisme van Jospin is ideologischer gekleurd dan dat van Blair. Daar staat tegenover dat uitgerekend de nieuwkomer Patrick Janssens toch weer ideologische standpunten verdedigt. Met zijn stelling over het migrantenstemrecht grijpt hij terug naar het internationalisme, de solidariteit, de broederlijkheid, de gelijkheid..., alle basisbegrippen van de socialistische ideologie. Waarvan helaas steeds meer mensen zich verwijderd hebben. Ik heb dat in de verkiezingscampagne kunnen vaststellen, want als lijstduwer voor de Kamer ben ik ook mee de straat opgegaan. Je moet bij de mensen niet meer komen aanzetten met grote begrippen als solidariteit en internationalisme. Het is niet meer op basis daarvan dat ze stemmen. Wel uit zeer individuele, om niet te zeggen egoïstische, motieven.Ook de pers keert zich van de ideologie af. De Standaard laat zelfs het AVV-VVK vallen.Van Eeckhaut: Een interessante ontwikkeling. Ik kom uit Aalst, ik was een Daensistische flamingant, en toen ik als jonge student De Standaard begon te kopen, was ik geboeid door dat logo, dat vroeger veel nadrukkelijker de voorpagina sierde dan nu. De IJzertragedie heeft mij altijd aangegrepen, en ik heb me steeds verzet tegen groepen die zich de doden van de IJzer wilden toe-eigenen. Het zijn de doden van de hele wereld. Dat De Standaard dit symbool laat vallen, betekent dat grondig marktonderzoek heeft uitgewezen dat de mensen niet meer in deze termen denken. Andere kranten hebben zich al vroeger aangepast aan die ont-ideologisering, die zich in de gehele maatschappij manifesteert. Dat neemt niet weg dat men moet blijven ijveren voor basiswaarden die de meeste religies en filosofieën gemeenschappelijk hebben: rechtvaardigheid, eerlijkheid, naastenliefde, barmhartigheid. Internationaal wordt de aandacht opgeëist door de gruwelijke gebeurtenissen in Oost-Timor. De Verenigde Naties laten kostbare tijd verloren gaan.Van Eeckhaut: Dat is een onnoemelijk schandaal. De Verenigde Naties hebben mee het referendum over de onafhankelijkheid georganiseerd. Maar ze hebben de mensen die ze erheen gelokt hebben, daarna schaamteloos in de steek gelaten. Overgeleverd aan de meest brutale vorm van terreur. Het kan best zijn dat juridisch-technisch een vredesmacht eerst de toestemming van de regering moet hebben, maar dat maakt de zaak niet uit van wie nu weerloos wordt afgeslacht. Het is het oude excuus van de non-interventiepolitiek, waarmee men al zo veel wrede regimes hun gang heeft laten gaan. Het grote verschil in energie waarmee de westerse landen op de ene plaats wel interveniëren en op de andere niet, is al te cynisch aan het worden. Met Oost-Timor heb je meteen ook een afschrikwekkend voorbeeld van wat er gebeurt, indien ook de gemeenschappelijke basiswaarden waarover ik net sprak niet meer gerespecteerd worden. PIET VAN EECKHAUTKoen Meulenaere