De docusoap rond leven en werken van de Volendamse zanger Jan Smit is vorige vrijdag uitgeroepen tot het beste televisieprogramma van Nederland. De uitreiking van de Nederlandse televisieoscar, de Gouden Televisierring, werd regelmatig onderbroken met straatinterviews. Representatief zijn die uiteraard niet, maar het viel toch op hoe slécht de Nederlanders hun eigen tv-stations vinden. En dan hadden ze het niet zozeer over het grote pulpgehalte van de programma's zelf, maar wel over de overvloed aan reclamespotjes. Bedenk wel dat in Nederland ook de openbare omroep reclame uitzendt. De meeste Nederlanders zappen dat het een lieve lust is om al die spotjes te omzeilen.
...

De docusoap rond leven en werken van de Volendamse zanger Jan Smit is vorige vrijdag uitgeroepen tot het beste televisieprogramma van Nederland. De uitreiking van de Nederlandse televisieoscar, de Gouden Televisierring, werd regelmatig onderbroken met straatinterviews. Representatief zijn die uiteraard niet, maar het viel toch op hoe slécht de Nederlanders hun eigen tv-stations vinden. En dan hadden ze het niet zozeer over het grote pulpgehalte van de programma's zelf, maar wel over de overvloed aan reclamespotjes. Bedenk wel dat in Nederland ook de openbare omroep reclame uitzendt. De meeste Nederlanders zappen dat het een lieve lust is om al die spotjes te omzeilen. Die afkeer van het tv-kijkende publiek voor reclame, baart de adverteerders grote zorgen. Commerciële stations houden de cijfers van het zapgedrag angstvallig geheim. Bovendien hechten steeds minder specialisten geloof aan de kijkcijfers zoals die door de tv-stations worden verspreid. Zenders hanteren elk hun eigen systeem, vergelijken verschillende doelgroepen naargelang het hen goed uitkomt en vooral bij programma's die maar door een paar (tien)duizenden mensen bekeken worden, is de foutenmarge gigantisch. Bij wijze van boutade: als een persoon gaat plassen tijdens Polspoel&De- smet, dan hebben ze in de statistieken 10.000 kijkers minder. De Nederlandse bierboer Heineken neemt alvast het zekere voor het onzekere. Hij stopt in het Verenigd Koninkrijk met televisiereclame en kiest resoluut voor sportsponsoring. Daarmee verdwijnt tien miljoen euro uit de reclamekoek van de tv-zenders. Reden: het versnipperde en verzadigde televisielandschap. In De Tijd gaf Vlerick-professor Gino Van Ossel een voorbeeld: vroeger moest een bedrijf als Procter&Gamble een reclamefilmpje 35 keer uitzenden om driekwart van zijn doelpubliek te bereiken. Nu is dat 125 keer. Dat kost handenvol geld. België is op dat vlak duurder dan andere landen, omdat alle spotjes in twee talen moeten worden gemaakt. Adverteerders lonken niet alleen naar sponsoring, maar vooral naar het internet. In de VS voorspelt Dick Parsons, de CEO van Time Warner, al hardop een tweede internetboom. Die zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben voor de tv-zenders zoals we die nu kennen. Door de versnelde technologische vernieuwing vervagen de grenzen tussen televisie en pc (alsook die tussen telefoon en pc, die tussen cd-radio en pc, maar dat is een ander verhaal). De voorspelling dat het internet binnenkort hét belangrijkste medium zal zijn, zou wel eens veel meer kunnen zijn dan wishfull thinking van een paar nerds. Een voorbeeld: de advertentietarieven op de breedband-website van MTV in Amerika liggen drie tot vier keer hoger dan die op het MTV-televisiekanaal. Internet heeft één enorm voordeel voor adverteerders: ze kunnen exact weten hoeveel mensen er op hun advertentie geklikt hebben. De evolutie in medialand zal gestuurd worden door grote structurele verschuivingen op technologisch vlak. Als het internet een performant en betrouwbaar alternatief kan bieden voor televisie en radio, zijn de gevolgen voor commerciële tv-stations niet te overzien. Misschien blijven dan op termijn alleen openbare omroepen over. Als relicten uit een ver verleden. Dat de zapper zijn centrale plaats op de salontafel zal moeten afstaan aan de computermuis, lijkt ondertussen een kwestie van tijd. Karl van den BroeckDick Parsons van Time Warner voorspelt al hardop een tweede internetboom.