Op 23 februari beslist het CVP-bestuur over de samenstelling van de senaats- en de Europese lijst. Voor de Senaat wordt het een routineklus, althans wat de lijsttrekker betreft: de partij schuift premier Jean-Luc Dehaene, boven elke concurrentie verheven, naar voren als het enige boegbeeld.
...

Op 23 februari beslist het CVP-bestuur over de samenstelling van de senaats- en de Europese lijst. Voor de Senaat wordt het een routineklus, althans wat de lijsttrekker betreft: de partij schuift premier Jean-Luc Dehaene, boven elke concurrentie verheven, naar voren als het enige boegbeeld. Over de identiteit van de Europese lijsttrekker wordt wel gebakkeleid. Wilfried Martens lijkt de voor de hand liggende kandidaat. Want: voormalig premier, onderhandelaar van het Verdrag van Maastricht, stichter en voorzitter van de Europese Volkspartij (EVP), en fractieleider. Ondanks die indrukwekkende staat van dienst en de 173.000 voorkeurstemmen in 1994 is de CVP-top er niet van overtuigd dat Martens het beste Europees uithangbord van de partij is. Een sterke stroming ijvert voor federaal minister Miet Smet, 38.816 voorkeurstemmen in 1994. De CVP-Jongeren hebben het daar moeilijk mee. Volgens voorzitter Raf Vermeire ruikt zo'n manoeuvre naar een afrekening en zou het de Europese geloofwaardigheid van de partij schaden. "Martens is in heel Europa een autoriteit. Zeker als hij begin februari opnieuw tot voorzitter van de EVP wordt verkozen, zou niemand begrijpen dat de CVP hem naar de tweede plaats verwijst. Wij wensen dat hij de lijst trekt en dat er een jongere van beneden de 35 jaar als running mate op een verkiesbare plaats komt. Zo krijg je een optimale mix van ervaring en vernieuwing." Aangezien de CVP-Jongeren over 25 procent van de stemmen in het partijbestuur beschikken en de modellijst twee derden van de stemmen nodig heeft, kan de partijtop deze aanbeveling bezwaarlijk wegblaffen. Ze overstijgt overigens het traditionele gerommel tussen jong en oud over de verkiesbare plaatsen. De CVP-Jongeren keurden zopas een document goed, waarin ze de Europese besluitvorming zwaar op de korrel nemen. De titel ervan is duidelijk: "Vijftien regeringsleiders en één voorzitter kunnen niet langer over het lot van Europa beslissen." De Jongeren willen van de besluitvorming het thema van de volgende Europese kiescampagne maken, omdat ze vrezen dat brede lagen van de bevolking anders van het Europees project zullen vervreemden.HET DEMOCRATISCH TEKORT NEEMT TOESinds Marc Van Peel voorzitter van de CVP werd, zijn felle disputen op het partijbureau veeleer uitzondering dan regel. Als er al een discussie losbrandt, gebeurt dat doorgaans op initiatief van de Jongeren. Tussen voorzitter Vermeire, die nu vier jaar aan het hoofd van de jongerenorganisatie staat, en premier Dehaene kwam het al een paar keer tot aanvaringen. Ook over Europa, een thema waarover Dehaene uitgesproken ideeën heeft, kunnen botsingen volgen. Volgens Vermeire dringt zich immers een koerswending van de partij op. "Voor de vroegere generaties was de Europese integratie een evidentie. Dat is nu niet langer het geval. De jonge mensen zijn veel kritischer en ze willen nu de kosten en baten van de Europese integratie afwegen. Zij hebben veel vragen bij een Unie waar de indruk bestaat dat een selecte groep van vijftien mensen alle belangrijke beslissingen neemt. Het is noodzakelijk dat de partij met die praktijken breekt en resoluut voor een open en transparante besluitvorming opkomt." Met klem ontkennen de jongeren dat ze zich aangetrokken voelen door enig euro-scepticisme. Toch valt het op dat de "euro-forie" die momenteel in regerings- en beurskringen heerst, volledig aan hen voorbijgaat. Uitgerekend in de partij die zich het meest met Europa identificeerde, hebben de jongeren het bijzonder moeilijk met de huidige Unie. Voor Annemie Turtelboom, ondervoorzitster, moeten de politici zich ervan bewust zijn dat er een kortsluiting met de publieke opinie dreigt. "De mensen pikken het niet meer dat ze voortdurend worden geconfronteerd met Europese directieven, waarvan ze niet weten hoe die tot stand komen. Als we willen verhinderen dat het tussen dit en tien jaar tot een breuk met de bevolking komt, moeten we het roer onmiddellijk omgooien. Het valt immers niet uit te sluiten dat we anders met Deense situaties worden geconfronteerd." Volgens Walter Verbeke, sinds twee jaar secretaris-generaal van de EVP-Jongeren, moet de argumentatie van de Europese integratie dringend geactualiseerd worden. "Nog altijd is de oorlog het belangrijkste argument van de oudere generatie om de Unie te verdedigen. Wat hebben jongeren, die de Tweede Wereldoorlog alleen uit de geschiedensboeken kennen, aan dat pleidooi? Wij willen weten wat de toegevoegde waarde van de integratie is." Voor politiek geïnteresseerde jongeren is de Unie ongetwijfeld een bron van groeiende ergernis en frustratie. Het autonome beslissingsrecht van de federale, maar evengoed de deelstaten, wordt voortdurend uitgehold en nu al vloeit ongeveer de helft van de nationale wet- en decreetgeving uit de Europese richtlijnen. De speelruimte van de binnenlandse politiek krimpt voortdurend en politieke activisten krijgen constant te horen dat hun goed gemeende voorstellen geen kans maken, omwille van de Europese regels. Daarnaast groeit merkbaar de desinteresse van de nationale politici tegenover het Europees niveau. Turtelboom vindt de geringe belangstelling van vele parlementsleden verontrustend. "Hoewel het belang van Europa voortdurend toeneemt, zijn ze er niet mee bezig. De meesten ondergaan Europa en zoeken thema's of terreinen op waar ze de dingen gemakkelijker naar hun hand kunnen zetten. Terwijl de lobbygroepen alle zeilen bijzetten om in Europa hun belangen te behartigen, heerst bij vele politici vooral gelatenheid." Voor de CVP-Jongeren neemt het democratisch deficit in Europa manifest toe. Hoewel het Europees parlement na het Verdrag van Maastricht en Amsterdam zijn positie versterkte, blijft het zwaartepunt van de besluitvorming bij de Raad liggen. Hier heerst onduidelijkheid en niet zelden geheimzinnigheid. En er is meer. Omdat op dat niveau de gekwalificeerde meerderheid toeneemt, verliezen de nationale parlementen steeds meer hun greep op de Europese besluitvorming en vervreemden ze van het Europees project.ALLEEN OOG VOOR HET ECONOMISCHEOm Europa dichter bij de bevolking te brengen, vinden de CVP-Jongeren het essentieel dat de bevoegdheden van het Europees parlement verder toenemen. Ook om die reden bepleiten ze de kandidatuur van Martens die in dit parlement zijn sporen verdiende. Daarnaast willen ze de nationale en regionale parlementen nauwer bij de voorbereiding van de Europese richtlijnen betrekken. Maandelijks zouden ze één dag de diverse voorstellen van de Europese ministerraad in plenaire vergadering moeten bespreken. Daarnaast moeten ook de kabinetten en de administraties over een slagvaardige Europese cel beschikken, zodat ze tijdig op de Europese besluitvorming kunnen anticiperen. Tenslotte moeten de parlementen de ministers ter verantwoording kunnen roepen over de manier waarop ze zich in de Raad uit de slag trekken. Als blijkt dat hun compromisbereidheid te groot was, riskeren ze een motie van wantrouwen. Achter de kritiek op de werkmethoden van de Unie schuilen natuurlijk inhoudelijke bedenkingen. Terloops stippen de CVP-Jongeren de tv-richtlijn over de directe verkoop aan, maar ook het eurostemrecht en de nitraatrichtlijn die belangrijke gevolgen voor het mestactieplan had. Vermeire bepleit zelfs een veralgemening van de opting-out. "Het kan niet dat alles voor de Europese harmonisatie moet sneuvelen. Als het om wezenlijk belangrijke zaken gaat, moeten we desgevallend aan de kant blijven staan." Voorts leeft het inzicht dat het establishment in de eigen partij haar groot voordeel doet met de Unie. Zowat alle radicale voorstellen van de jongeren kunnen zonder al te veel discussie van tafel worden geveegd, omdat de Unie er niet wil van weten. Zo ging het met de vermogens- en de energiebelasting. "Op die manier kunnen ze ons nog jaren in de marge laten rommelen. De essentiële zaken blijven buiten schot. Na Maastricht wezen we op het gevaar dat Europa zich op de Angelsaksische toer begaf en alleen oog had voor het economische. Ook vandaag is die bedenking brandend actueel." Paul Goossens