'Op zulke kaarten zul je steeds zien dat stedelijke agglomeraties omgeven worden door relatief dure gebieden', zegt Philippe Janssens van Stadim, een studie- en adviesbureau voor vastgoed. 'In feite wordt de stad zelf bewoond door twee extremen: de rijkeren leven er naast de financieel zwakkeren, die worden aangetrokken door het in een stad traditioneel overvloedig aanwezige huuraanbod. Het middenkorps, de tweeverdieners op zoek naar een eengezinswoning, ontvlucht echter de stad en oefent druk uit op de omliggende gemeenten. ...

'Op zulke kaarten zul je steeds zien dat stedelijke agglomeraties omgeven worden door relatief dure gebieden', zegt Philippe Janssens van Stadim, een studie- en adviesbureau voor vastgoed. 'In feite wordt de stad zelf bewoond door twee extremen: de rijkeren leven er naast de financieel zwakkeren, die worden aangetrokken door het in een stad traditioneel overvloedig aanwezige huuraanbod. Het middenkorps, de tweeverdieners op zoek naar een eengezinswoning, ontvlucht echter de stad en oefent druk uit op de omliggende gemeenten. Zo zie je Antwerpen meer en meer wegen op zijn zuidelijke buurgemeenten en trekt het uitdijende effect van Brussel, dat vroeger alleen Leuven aanstak, nu verder oostwaarts.''In 2003 rondde de vastgoedsector overigens een historische kaap: voor het eerst werden er ongeveer evenveel appartementen gebouwd als eengezinswoningen. Vooral in de stedelijke agglomeraties zie je meer en meer appartementsblokken verschijnen. Vanwaar die populariteit? Dat de appartementensector verschuift van een typische huurmarkt naar een koopmarkt, is een deel van de verklaring. Verhuren is overigens sowieso minder in zwang dan vroeger: nog niet zo heel lang geleden was 65 procent eigenaar van de eigen woning, tegenover 35 procent die huurde. Ondertussen zitten we al aan 75 procent, en alles wijst erop dat dat cijfer nog gaat klimmen. Bijgevolg stijgt de prijs van een appartement, dat vroeger haast per definitie terechtkwam op de huurmarkt, als vanzelf. Toch blijft een woning op lange termijn wel een betere investering.' 'Ook de Nederlandse druk op de grensgemeenten valt natuurlijk op', stelt Philippe Janssens vast. 'Sinds enkele jaren mogen Nederlanders de interest op de financiering van hun buitenlands vastgoed, aftrekken van hun beroepsinkomen. Geen wonder dat de grensstreek zich op toegenomen Nederlandse belangstelling mag verheugen, al is dat voor Belgische aspirant-kopers natuurlijk minder goed nieuws. Voor de mensen van de grensstreek wordt het onmiskenbaar moeilijker om in hun eigen gemeente vastgoed aan te schaffen, zoals Louis Vanvelthoven (SP.A), de burgemeester van Lommel, onlangs terecht aankaartte. De uit de grensstreek 'verjaagde' Belgen schuiven door naar het zuiden, waar ze op hun beurt weer druk uitoefenen op de lokale bevolking. 'Een overgeërfde bouwachterstand verklaart het relatief jonge patrimonium van Limburg en de Kempen, momenteel de bouwregio's bij uitstek. In Limburg is bouwgrond dan nog heel goedkoop ook, vooral in de regio Sint-Truiden. Bovendien is de Limburgse perceeloppervlakte traditioneel vrij groot. Hetzelfde gaat op voor de streek rond Ieper, die andere uithoek van Vlaanderen.'